Home ReviewsAlbum Reviews GEOFFREY BURTON – Me Ta Podia (Gong Ear/Digital Piss Factory)

GEOFFREY BURTON – Me Ta Podia (Gong Ear/Digital Piss Factory)

by Jos Buersens

Mede-Triggerfinger Lange Polle zei ooit in een interview dat Geoffrey Burton één van ’s lands meest onderschatte gitaristen is. Wie Lange Polle kent en hem al in levende lijve heeft mogen ontmoeten, weet dat zijn imposante verschijning voldoende is om de meeste discussies zonder tegenstrubbelen te winnen. Dit keer waren we er echter als de kippen bij om hem, ondanks zijn dreigende GVR-gestalte, volmondig gelijk te geven.

Me Ta Podia werd de plaat gedoopt wat zoveel wil zeggen als ‘te voet’ of ‘met de voeten’ in het Grieks. Geoffrey Burton heeft aangegeven met deze plaat het conventionele gitaargeluid uit de weg te willen gaan en wie de plaat al gehoord heeft, zal dat kunnen beamen.

(c) Geoffrey Burton – Me Ta Podia
Artwork door Sarah Yu Zeebroek
Typesetting door Gert Dooreman

Opener Siga wordt grotendeels gedomineerd door dissonante akkoorden en percussieve geluiden. Rond minuut drie creëert Geoffrey echter een radicale ommezwaai waarbij hij de cassette van het nummer lijkt terug te spoelen.

Bij de aanvang van BVV denken we eerder aan een track van Nine Inch Nails dan aan een experimenteel gitaaralbum. Die indruk moeten we echter na enkele seconden achter ons laten wanneer het geluid verandert in iets dat we als de soundtrack van de March Of The Wooden Soldiers zouden beschrijven. We weten niet goed waar eerst te luisteren. Sitargeluiden, het geluid van digitaal brekend glas, synths, … Noem het en je hoort het.

Dance Of The Typewriters begint met wat minimalistische jaren tachtig computergeluiden. Dat minimalisme regeert een groot deel van het nummer. Voor ons is Dance Of The Typewriters mogelijks nog experimenteler dan de voorgaande nummers. Het idee dat al deze geluiden enkel van een gitaar afkomstig zijn, begint ons meer en meer te intrigeren. Luisteren en ervaren is de boodschap, dit nummer verder beschrijven in woorden is onbegonnen werk.

I Take My Frogs For A Walk, staat opnieuw in het teken van minimalistische synths. Een streepje melodica op gitaar vraag je? Geoffrey draait!

It Was Her Last Day, But She Never Noticed, een ietwat lugubere titel maar wel één die de lading dekt. Het nummer lijkt ook echt de gevoelsmatige, auditieve reconstructie van iemands laatste dag. Het neemt een ietwat donkere start maar kent rond minuut twee plots een luchtige opflakkering met geluiden die lijken alsof Geofrrey een flexibele handzaag aan het bespelen is. Na deze korte opflakkering gaan we verder in een korte, verwarrende en paniekerige verzameling van geluiden om vervolgens te eindigen met synthgeluiden die wat Kraftwerkiaans aandoen. Kers op de taart zijn de enkele seconden stilte alvorens het nummer definitief stopt. Een einde dat zowel wij als zij niet zagen/zag aankomen. Heel mooi en sereen, ons favoriete nummer van de plaat!

(c) Geoffrey Burton – Me Ta Podia
Artwork by Sarah Yu Zeebroek

Bij Lava houden we het op: een eclectische mix van geluiden die je à la Pompeii even volledig tot stilstand zal brengen.

Mondharp spelen op gitaar, blijkbaar kan het als we Geoffrey Burton mogen geloven. Het geluid en de titel van Kuhllmannlaan 8 doen beiden Duits aan. Het is zowaar een echt dansbare track. We zijn er op dit punt wel al uit dat Geoffrey niet zo’n fan is van rechtlijnigheid en dat hij af en toe eens graag de structuur van een nummer breekt om het vervolgens terug op te bouwen. Ook hier is dat het geval. Doe maar eens lekker gek op je blote voeten!

Geen Griekse tzatziki zonder look, of de titel van de plaat iets te maken heeft met de naamkeuze van Lonesome Garlic Man weten we niet maar we kunnen het wel rijmen. Op het nummer horen we voor het eerst, in beperkte mate, de gitaar in zijn natuurlijke vorm.

Bababachable, het lijkt wel een woord dat rechtstreeks uit een dialoog uit A Clockwork Orange komt. Voor de muziek geldt hetzelfde. Een luchtig klassiek nummer dat van wat “drencrom” saus werd voorzien. We zien hier zonder problemen mensen met bolhoeden en zwarte mascara volledig los op gaan. Afsluiter Technopolis, gaat verder in de trend van Bababachable. Een rustig nummer om te eindigen.

Me Ta Podia is geen conventionele plaat maar dat was ook niet de bedoeling van Geoffrey Burton. Het is een experimentele reis door gitaar, geluid, tijd en ruimte. Burton laat ons met deze plaat nadenken over het concept muziek, geluid en over hoe traditionele instrumenten anders ingezet kunnen worden in de spreekwoordelijke auditieve strijd.

We willen ook een pluim op de hoed van Sarah Yu Zeebroek steken voor het schitterende artwork bij dit album!

Eindigen doen we graag met een toepasselijk citaat uit voorgenoemde A Clockwork Orange: “Oh, it was gorgeousness and gorgeousity made flesh. It was like a bird of rarest-spun heaven metal or like silvery wine flowing in a spaceship, gravity all nonsense now. As I slooshied, I knew such lovely pictures.” (A Clockwork Orange – 1971)

BANDCAMP / FACEBOOK

You may also like