Home Interview HEYME LANGBROEK

HEYME LANGBROEK

by Jos Buersens

Kiss My Jazz, I H8 Camera en Lionell Horrowitz & His Combo het zijn allemaal bands waar Heyme Langbroek in de jaren negentig en nillies een actieve bijdrage aan leverde. Na een muzikale pauze van een klein decennium is de multi-instrumentalist met Nederlandse roots weer helemaal terug van weggeweest.

Op 15 juli brengt Jezus Factory Records: Moving On, de vierde solo-release van Heyme, uit. Naar aanleiding van deze release besloten wij eens polshoogte te nemen bij de gewezen Kiss-My-Jazzer. Momenteel werkt en woont Heyme in Praag. Wij hebben dan ook met hem afgesproken op het wereldwijde web voor een videogesprek om antwoord te krijgen op onze prangende vragen.

We wensen je alvast veel lees- en luisterplezier bij deze terechte inblik in de wereld van Heyme Langbroek.

(c) Heyme Langbroek

Hallo Heyme, hoe gaat het met jou?
Uhm, redelijk goed. Ik heb net mijn tweede vaccinatie gehad. Dus, dat is eigenlijk wel positief dat we stilaan terug naar een vorm van normaliteit gaan en terug onder de mensen kunnen komen.

Ik moet zeggen dat ik, tot mijn grote verbazing, wel wat angst had om terug onder de mensen te komen. Ik ben eigenlijk nogal sociaal en menslievend maar als alles éénmaal terug openging en er in één keer opnieuw veel mensen kwamen dan vond ik het toch wat moeilijk. Het was allemaal wat overweldigend moet ik zeggen. Daar ben ik momenteel allemaal al wel weer wat overheen, gelukkig. Ik heb ondertussen alweer drie optredens gehad en er staan er weer een aantal in het vooruitzicht dus eigenlijk gaat het best goed met mij.

Het is misschien een cliché vraag maar we gaan ze toch stellen. Hoe heb jij het afgelopen anderhalf jaar ingevuld?
Eigenlijk nogal vlotjes hoor. Ik werk ook nog in de IT overdag en werkte sowieso al van thuis uit. Tijdens de eerste lockdown vlogen de maanden voorbij voor mij maar tijdens de tweede lockdown had ik het toch wel wat moeilijker en vond ik het toch wel wat lang duren. Nu heb ik echter wel opnieuw hoop dat het allemaal goed gaat komen. In het eerste half jaar had ik ook geen inspiratie voor wat dan ook. Je denkt in eerste instantie van goh eindelijk kunnen we eens wat dingen gaan doen. Ik dacht eens rustig wat dingen op te nemen, maar had dus nul inspiratie. Tot in één keer ergens in november alles in een stroomversnelling kwam. Het ene na het andere nummer kwam er ineens uit. Dat was wel iets raars.

Nu, om even een throwback te doen, Kiss My Jazz, I H8 Camera en Lionell Horrowitz. In de jaren negentig was je kind aan huis bij Heaven Hotel als we je discografie mogen geloven. Hoe ben je precies in dat circuit gerold?

Bron: Youtube

Phoe, eigenlijk ja, Rudy leren kennen. Wanneer was het 92, 93 ofzo. Vervolgens zijn we dan aan het jammen gegaan in zijn kelder en dat was heel gezellig. Eerst was ik ook straatmuzikant in Antwerpen dus dan kende je eigenlijk iedereen wel van de Muziekdoos. Daar kwam eigenlijk iedereen samen. Rudy zijn projecten stonden mij wel heel erg aan dus dan zijn we eens gaan jammen op gitaar maar daar kwam op dat moment niet zoveel uit. Toen herinnerde ik mij dat ik ergens ook nog wel een trompet had. Toen ik dat probeerde was er meteen een klik. Waanzinnig was dat! En dat heeft zich gewoon voortgezet toen Kiss My Jazz zich vormde als een soort van improvisatiekliek. Ik ben daar toen deel van gaan uitmaken. Ja dat ging allemaal een beetje vanzelf eigenlijk. We hadden niet echt een plan. Het was heel altijd gezellig en dat is het ook steeds gebleven, ook nu nog. Nog steeds beschouw ik Rudy als één van mijn beste vrienden in België, een fijn mens, super getalenteerd. Ik heb daar ook veel van geleerd. Hij blijft een grote inspiratiebron voor mij.

Bij Kiss My Jazz en nog meer bij I H8 Camera was improvisatie een belangrijke factor. Mauro zei eens in een interview dat improvisatie een behoorlijk “streng” genre is en dat het niet iedereen gegeven is om daar vlot mee weg te kunnen. Was het voor jou makkelijk om structuur los te laten en als muzikant uit jouw comfortzone te komen?

Bron: YouTube

Op de gitaar was het moeilijk maar met de toeters absoluut niet. Ondertussen heeft zich dat met gitaar ook ingehaald trouwens. Dat was een natuurlijk iets eigenlijk. Ik heb dat nog steeds. Ik improviseer super graag. Ik heb daarvoor nu zelf ook een loop station gekocht zodat ik met mezelf kan improviseren, dus dat is wel erg prettig. Ik heb daar totaal geen moeite mee en ik denk dat dat ook één van mijn grote krachten is. Het is een kwestie van luisteren naar een ander; ruimte laten en zien waar het uitkomt. Op een gegeven ogenblik zijn er een paar dingen afgesproken om toch wat structuur in het geheel te brengen te brengen. Ten eerste spraken we af dat altijd één iemand zou beginnen en de toon moest zetten. En ook, als het een beetje saai dreigde te worden dan werden er gewoon gebaren afgesproken van jongens hier kappen we het af, een aantal mensen gaan door en daar bouwen jullie daarrond terug iets op. Een erg fijne manier van werken.

Trompet speel je al een pak langer dan gitaar, maakte dat het voor jou makkelijker om structuur los te laten en vrij te improviseren.
Euh, ik denk dat wel eigenlijk. Dat was iets heel instinctiefs. Destijds had ik eigenlijk die trompet al een paar jaar niet aangeraakt. Ik had er wel een degelijke scholing van gehad indertijd maar door het instrument enkele jaren niet meer te hebben aangeraakt, voelde ik dat ik ook niet meer vastzat aan typische structuren en conventies. Dus dat was van ja ik ga eens proberen of er nog wat uitkomt en dat lukte.

Bron: Youtube

In hoeverre is die improvisatie-factor nog van tel op jouw huidige platen. Is bij jouw soloplaten alles netjes uitgeschreven of is het toch nog steeds improvisatie die de overhand heeft?
Helemaal eigenlijk. Mijn eerste plaat die heb ik op zondagen opgenomen. Dat was echt op zondagmorgen zonder idee de kamer binnenstappen en zondagavond dan had ik gewoon een volledig nummer, zonder er verder bij na te denken. Er zijn er twee of drie waar ik later nog een beetje aan verder gewerkt heb. Het is nog steeds eigenlijk een beetje mijn manier van werken. Ik stap zonder veel ideeën mijn kamer binnen; ik begin wat te prutsen. En ja, er komt meestal wel iets leuks uit en dan brei je daar een paar lagen overheen en dan schrijf ik daar wat tekst bij hier en daar.

Nu voor het laatste album heeft dat wel iets meer voeten in de aarde gehad. Daar had ik eigenlijk een basisidee waar ik later op doorwerkte en achteraf teksten bij schreef. Er is er één nummer Another Day Gone, daar heb ik eerst de tekst voor geschreven. Toen ik op een zondagavond ergens in de tuin wat aan het spelen was, kwam daar plotseling iets uit dat bij de tekst paste en zo ging dat dan eigenlijk. Maar bijvoorbeeld de instrumental die ik in maart heb uitgebracht Escape Velocity. Daar heb ik elke dag een voor nummer opgenomen, dus die is eigenlijk op twee weken volledig ontstaan. Dat kwam eruit stromen op één of andere manier en ik heb geen idee waarom. Het is ook gestopt na die twee weken. Toen kwam er niks nieuws of vernieuwends meer uit.

© I H8 Camera – Volume 2 – 2011 – Jezus Factory Records – Artwork by: Bert Lezy

Als we jouw discografie uitpluizen, zien we dat er een kleine tien jaar zat tussen jouw eerste soloalbum Noise From The Attic en jouw laatste gedocumenteerde bijdrage aan een album, namelijk Volume 2 van I H8 Camera. Heb je al die tijd muzikaal stilgezeten?
Hmm, ik ben naar Polen verhuisd op een gegeven ogenblik en moest constateren dat de muzikale dingen waar ik mezelf mee bezig hield en houd hier totaal niet aanslaan. Ik heb in Polen wat dingen zitten proberen. Zo heb ik ook een kunstgalerij geopend voor een paar jaar, wat dus ook niet goed liep. Ik heb effectief een paar jaar gewoon helemaal niet gespeeld. Ik had mijn gitaar nog en heb dat wel een beetje bijgehouden. Ik speel heel veel covertjes en dat soort dingen maar eigenlijk voornamelijk voor mezelf. En voor de rest kwam er niet echt iets uit tot het op een bepaald moment psychisch zo slecht met me ging dat ik mezelf voor had genomen om Noise From The Attic op te nemen. Dat was eigenlijk een soort vlucht voor mij. Zo van jongens, ik sluit me even op in mijn kamer want er moet iets uit. Het is op dat moment dat ik dan ook mijn liefde voor muziek terugvond. Dat heeft dan ook meteen mijn psychische toestand een stuk verbeterd.

Je zei dat ze jouw werk in Polen niet zo weten te appreciëren. Wat maakt denk je dat het in Polen moeilijker is om dergelijke muziek aan de man te brengen? Is improvisatie daar een moeilijk genre.
Goh, ja het is daar wel een moeilijk genre. Maar het is eigenlijk heel vreemd. In Polen heb je heel vaste stramienen. Je hebt daar heel goede jazzbands. Er is heel goede klassieke muziek. Er is dan nog een stuk blues en progrock wat ook wel populair is. Maar een samenwerking tussen die mensen zoals in België en een beetje ook wel in Nederland, dat gebeurt daar gewoon niet. En dat was eigenlijk ook wel de kracht van de Belgische scene begin de jaren negentig. Alle genres speelden daar gewoon met elkaar. Die Anarchistische Abendunterhaltung kan ik daarin even aanhalen die zijn waanzinnig populair. En nu The Colorist Orchestra, dat zijn ook een aantal klassiek geschoolde muzikanten die gigantisch unieke dingen aan het doen zijn. En het zijn dat soort dingen die totaal niet aanslaan in Polen. Het is daar vooral heel traditioneel eigenlijk.

Bron: Youtube

Met Noise From The Attic ben je opnieuw uit de startblokken geschoten. Wat heeft de opname van het album getriggerd? Je gaf eerder al aan dat het een soort van psychische noodzaak was.
Ja, absoluut ik had die plaat in eerste instantie gewoon opgenomen voor mezelf. Voor Escape Velocity geldt hetzelfde. Ik heb mij echter onbedoeld weer terug kunnen vinden in de muziek. Ik had eigenlijk pas door hoe hard ik de muziek miste als ik er eindelijk terug invloog. En toen Andrew van The Jezus Factory hoorde waar ik mee bezig was, gaf hij aan dat hij dat wel graag wou uitgeven en of ik dat zag zitten. 

(c) Heyme – Noise From The Attic – 2019 – Jezus Factory Records – Artwork by: Rudy Trouvé

Naast de mooie muziek heb je ook nog eens prachtige artwork van Rudy Trouvé op de platenhoes prijken. Onze complimenten voor deze keuze! Hoe is dat precies gelopen?
In het begin was het zeker niet de bedoeling om iets van Rudy op de cover te zetten. Het is wel zeker iets wat ik zelf wou en ik ben ook erg vereerd dat één van zijn werken op de cover staat. Maar eerlijk gezegd, durfde ik het aanvankelijk gewoon niet te vragen omdat ik weet hoe druk hij het heeft en omdat ik weet dat hij moeilijk nee kan zeggen. Ik wilde dan ook niet van hem profiteren maar Andrew is dan blijven aandringen en dan heb ik toch voorzichtig bij Rudy gepolst of hij dat zag zitten. En hij zag het inderdaad zitten. Ik heb hem wat tekst doorgestuurd en verder heb ik hem niets gevraagd of meegegeven. Zo is het dus tot stand gekomen. Het origineel hangt hier aan de muur trouwens. Dat heb ik van Rudy gekregen zonder dat Rudy daar iets voor heeft willen ontvangen. Ja, waanzinnig blij mee. Ik wou ook wel echt iets speciaal doen met de cover omdat voor mij zowel de muziek als de cover elkaar moeten complementeren en eigenlijk voor een soort totaalervaring zorgen. Dus ik was en ben nog steeds superblij en dankbaar daarvoor. En dat heeft