Home ReviewsAlbum Reviews WALKING IN THE OPPOSITE DIRECTION (MARK WALTMAN)

WALKING IN THE OPPOSITE DIRECTION (MARK WALTMAN)

by Didier Becu

Mei 1999. Er was toen nog geen internet of Facebook, het nieuws sijpelde toen iets trager door dan nu. Een woensdag, de wekelijkse afspraak met de Melody Maker en op de derde pagina een kort berichtje (veel te kort) met daarin het tragische nieuws dat Adrian Borland op 41-jarige leeftijd in Wimbledon onder een trein was gesprongen. Tranen rollen over de wangen, een grote held is niet meer. Waarom precies weet ik niet meer, maar de eerste song die ik nadien speelde was One Thousand Reasons. Plotseling kregen de woorden “Decisions hang in the air you leave them swinging back and forth” een bijna macabere betekenis. Adrian Borland wist al jaren dat hij uit het leven zou stappen, de held werd bijna een martelaar en alle songs klonken plotseling anders, een roep om hulp. Het beeld van een idool veranderde. In mijn fantasie had ik mijn eigen Adrian Borland, net zoals andere fans die hadden. Niemand die Adrian kende, behalve zijn vrienden en collega’s, en sinds kort zij die Walking In The Opposite Direction van Mark Waltman zagen: een documentaire die je met de krop in de keel achterlaat. Je slikt, de realiteit blijkt immers nog harder te zijn dan de fantasie.

De documentaire werd voorgesteld in De Grote Post in Oostende, en dat in samenwerking met de mensen die via Seaside The Sound naar België hadden gehaald. De hele zaal wist dat het geen al te gemakkelijke trip zou worden (iedereen is er ondertussen achter gekomen dat Adrian aan een zware vorm van schizofrenie leed), maar niemand die er zich van bewust is dat het zo hard zou worden.

Regisseur Waltman, zelf geen fan van The Sound, liet zich leiden door het verhaal en vooral door de gedrevenheid van producent Jean-Paul van Mierlo die al sinds 1984 onder de indruk was van Borlands kunnen en zelf The Sound meer dan 40 keer op het podium zag. Door middel van crowdfunding en de hulp van Adrians vader (Bob schonk drie gitaren die werden geveild waardoor het nodige geld vrijkwam) kwam Walking In The Opposite Direction tot stand: het mooiste eerbetoon aan een geniale muzikant die naar eigen zeggen (en volgens zijn fans) groter had moeten worden dan Bono.

Het verhaal begint ergens in 1979 toen Borland zijn eerste songs componeerde met The Outsiders. Wat meteen opvalt is de gedrevenheid van de muzikant, het enthousiasme van zijn pa die hem zelfs een TEAC kocht zodat hij de nummers kon opnemen, maar ook de duisternis die hem achtervolgde. De band raakte nergens, kwatongen beweren zelfs dat de muziek niet veel soeps is (de waarheid is dat het om leuk gespeelde punk gaat met veel emoties), maar er stond wel een man aan het roer die verduiveld zeer goed wist wat hij wilde worden: de allergrootste ster. En het was de allereerste punkplaat die in eigen beheer werd opgenomen. Punk in de puurste DIY-zin van het woord. Schreeuwen om gehoord te worden, hoewel dat nooit echt gebeurde. Op handen gedragen door zijn trouwe fans en om bizarre reden ontzettend populair in Nederland. De eer die hem werd ontnomen heeft hem uiteindelijk tot de daad gebracht die een einde maakte aan zijn leven. Of was het dat nou net niet? Is dit alweer de fantasie van een fan? Volgens pa Borland is het net dat gemis aan succes die hem langer in leven hield, gewoon omdat Adrian nooit opgewassen zou zijn tegen de krankzinnige draaimolen die de muziekindustrie is.

Eventjes werd getwijfeld of het Second Layer of The Sound zou worden. Het werd het laatste. Na het uitbrengen van de ep Physical World waren Borland, Graham ‘Green’ Bailey, Mike en Bi Marshall klaar voor de eerste plaat: Jeopardy. Het was zowel de doodsvonnis als een bekentenis. De band zat wel op Korova (een sublabel van Warner), maar ondanks schitterende reviews zaten ze in de wurggreep van Echo & The Bunnymen, het paradepaardje van het label. Borland zat ermee en ontsloeg Marshall omdat zij net iets te veel sympathie had voor de band van McCulloch. Een bekentenis omdat de woorden van I Can’t Escape Myself genoeg vertelden (Left so alone I’m with the one I must fear), ook al begrepen we de echte betekenis ervan pas negentien jaar later…

Meteen legt Bob uit waarom die woorden zo veel betekenis hebben. Het publiek is muisstil, in trance van de harde waarheid. Neen, je vertelt niet de clue van een film, dus ook niet die van een documentaire. En toch, ondanks zijn overmatig drankgebruik en onvoorspelbaar gedrag, was hij een onmisbare schakel in zijn vriendenkring. Vol ontroering, en met een glimlach, vertelt Carlo Van Putten met wie hij later nog zou samenwerken en met wie hij zijn laatste song opnam (Walking In The Opposite Direction) dat hij Borland als een zeer vrolijke man ervaarde. Iemand waar je graag bij bent. Een genie die de beste songs ooit schreef, maar als er één iemand vereenzelvigd kan worden met weltschmerz dan is het Adrian Borland wel… We knew our ideals were high. The lower we sink, the less we care why.

Een documentaire vertelt de waarheid, en dat doet ook Mark Waltman. Wijlen Colvin “Max” Mayers kwam erbij en From The Lion’s Mouth werd uitgebracht. Anno 2016 is iedereen het er roerend over eens dat dit het postpunk par excellence is, alleen was dat in 1981 eventjes anders. Gelauwerd in Nederland, maar in eigen land (op een John Peel na) genegeerd. De band werd aan de deur gezet, kreeg een nieuwe deal bij supermajor bij WEA, maar hoewel All Fall Down een meesterwerk is, weigerde Borland om ook maar één hitsong neer te pennen. Het liedje bij WEA duurde welgeteld één plaat: We will know where we are, We could fall, We could go far… Dat werd het niet.

Clips zie je niet in de documentaire, die bestaan gewoon niet. Wel wat oude live-opnames die één of andere pientere kerel destijds met een video opnam of een interview met Jan Douwe Kroeske uit tijden toen presentatorennog  een blik bier durfden openen voor de camera en iets te vertellen hadden. Het avontuur met Statik was nog erger. Niet alleen ging de firma bankroet toen de liveplaat uitkwam, ook de demonen raakten meester over Adrian. De eerste zelfmoordpoging was een feit, een littteken in de hals de betekening ervan en twee platen verder die niemand (ja, op die Nederlanders na) kocht, maar waarop de mooiste songs ooit op staan. Dream then plans, plans of action…helaas ook het laatste plan voor The Sound: Thunder Up verkocht voor geen meter. The Sound werd ontbonden, Adrian trok naar Nederland om er een nieuwe carrière te starten: solo. Bevrijd van de commerciële druk, maar niet van zijn eigen ik. I can’t escape myself…

Het klinkt vreemd om in een bioscoop Brittle Heaven te horen. Just like the sea, just like the sky, she is the reason why I still try, just like the earth facing the sun, a brittle heaven. De “she” was Resi, een Nederlandse dame bij wie Borland opnieuw het geluk vond en met the Citizens had hij ook een nieuwe band mee. Populair werden ze nooit, maar dat was de beste groep aller tijden ook nooit geweest, dus waarom zich zorgen maken. Via openhartige gesprekken met Resi, Carlo en andere Nederlandse muzikanten krijgen we een beeld van Borland die niet iedereen kent. Een muzikant die in zijn binnenste weet dat hij groter is dan Bono, maar zich tevreden houdt met de kelders van de underground, en die zich rechthoudt aan de vriendschappen en zijn muziek. De kijker ziet een alsmaar dikker wordende Adrian, moest je geen fan zijn , zou je zweren dat de documentairemaker naar een happy end zoekt.

Calling the new tune, alleen was het eentje die Borland kent: zijn andere ik, en die drang om zich daarvan te verlossen, een gevecht dat hem tegelijkertijd tot een genie en een gevaar voor zichzelf maakte. Walking In The Opposite Direction, klinken als een engel omdat de knoop is doorgehakt (dixit Carlo Van Putten). Iedereen sterft, maar als je als fan de laatste stappen volgt die je idool op deze aardbol heeft gezet, dan blijft het slikken. Zijn vader had het al jaren aanvaard, hij wist dat de fatale dag ooit ging komen. Hij had een zoon die ervoor koos om in de omgekeerde richting te lopen. Het leverde tranen en tragedies op, maar ook de allermooiste kunst die er is. Mocht je het nog niet eerder hebben gelezen: als er één man was die pijn in muzikale schoonheid kon omzetten, dan was het Adrian Borland. Hoewel Waltman als documentairemaker aan het bittere einde van de waarheid gebonden blijft, kon Adrian zich met deze docu wellicht geen mooier eerbetoon bedenken.

Stop. Adem halen. Een korte Q en A met Jean-Paul Van Mierlo en Waltman. Na een paar woorden merkte je het, dit beeldverslag (of hoe je het ook omschrijft) is gemaakt met het allergrootste respect. Twintig verdiepingen hoger (in feite drie, maar het leken er twintig) stond de tributeband van The Sound, New Dark Age dus, op het publiek te wachten. Frontman Peter Slabbynck zuchtte. Hij wist maar al te goed dat dit wellicht één van de moeilijkste opdrachten uit zijn carrière ging worden, hoe die teksten te zingen zonder in tranen uit te barsten? Hoe kon je na deze mokerslag die deze docu was het publiek in de ogen kijken en de songs van een man brengen van wie je voordien het zwartste van zijn ziel hebt gezien? Doen wat Adrian zo veel keren in zijn leven deed, de knop omdraaien en dansen tot middernacht, dan naar huis gaan en beseffen dat de woorden van toen (van Missiles tot New Dark Age) meer dan ooit als donderwolken boven je hoofd hangen.

Met dank aan Koen Recour om dit alles mogelijk te maken.

You may also like