Tekst: Geert Verbist
Foto’s Dirk Wouters
Het was met een zekere argwaan dat we afzakten naar de Hnita Hoeve voor The spirit of Talk Talk. Het magnum opus van Talk Talk live brengen is niet zonder risico, ook niet als je David Poltrock heet. Vooral de vocals van Mark Hollis leken ons vooraf een schier onmogelijke opgave voor deze tribute.
Na een resem hits kreeg Talk Talk een carte blanche van EMI om de opvolger van The Colour Of Spring op te nemen. Hollis en producer Tim Friese-Greene grepen hun kans, zwierden de synths aan de kant en begonnen aan een traject van een dik jaar. Met een stoet muzikanten improviserend in een quasi donkere studio zochten ze naar het vervolgstuk op de muzikale afslag die ze in tracks als Life’s What You Make It en Living in Another World al hadden genomen. Ze kwamen buiten met The Spirit Of Eden zonder meer een meesterwerk en een marketingnachtmerrie voor EMI.
Een mix van jazz, avant-garde, blues, ambient, klassiek en essentiële stiltes, die in één beweging een genre baarde wat later post-rock zou heten, met schatplichtigen als Tortoise, Sigur Ros, Bon Iver en Radiohead, die allen vroeg of laat verwezen naar dit album als de moederbron. Zelf zou Talk Talk de muziek nooit live opvoeren, overtuigd dat de rauwe, onbevangen magie van de ‘first takes’ die meestal waren gebruikt, zich nooit liet klonen.
Om maar te zeggen; de lat lag torenhoog op het Hnita podium. Het album werd integraal gebracht, en de opener met vocals door Ruben Block stelde meteen gerust: het kan dus wél. Een verdienste van de achtkoppige band die David Poltrock wist samen te stellen, met op elke positie een topper en dat was te horen; Isolde Lasoen (drums), Ewen Vernal (bas), Geoffrey Burton (gitaar), Joachim Badenhorst (blaasinstrumenten). Hier zijn vakmensen aan het werk, wat de status van het album ook vergde.



De typische snerpende Talk Talk-sound kwam tot leven en werd overtuigend en intens gebracht. Er werd niet of nauwelijks afgeweken van het originele album en voor het tweede deel van de A-kant kwam Lennert Coorevits op het podium. Zijn stemtimbre sluit duidelijk het nauwst aan bij dat van Hollis. Het werd iets moeilijker voor het derde deel waarin Stefanie Callebaut toch net iets teveel SX binnensmokkelde en het net iets te coverig klonk, wat ze later ruimschoots goed maakte in het andere deel van het concert.




De subtielere B-kant is zowaar nog taaier te brengen en dat bleek ook, maar dit deed niets af aan het genot dat we beleefden om deze muziek eindelijk, na 35 jaar, op een podium te ervaren. Het zal wel dat het boek beter is dan de film, maar muziek dient toch om gespeeld te worden. En omdat de doden niet leven, is met David Poltrock de juiste muzikant opgestaan om deze handschoen op te nemen. En dat hij er een aanstekelijk plezier in beleefde was duidelijk te zien in zijn enthousiasme.
Na het album volgen nog een resem hits als Such A Shame, Living In Another World of Life’s What You Make It stuk voor stuk voorzien van sterke arrangementen. Meteen werd ook nog eens onderstreept wat voor briljante topsongs Talk Talk muzikaal en tekstueel heeft bijeengeschreven, met als de ultieme slotsom het anthem It’s My Life. Een opzweper waarna het voltallige publiek spontaan recht veerde voor de terechte, staande appreciatie. Heaven bless you Mark Hollis, de aarde bedankt u David Poltrock en band, klasse.






