Home Interview Belpopklassieker ‘Masterpiece’ van Irish Coffee wordt 50 ! Interview met William Souffreau

Belpopklassieker ‘Masterpiece’ van Irish Coffee wordt 50 ! Interview met William Souffreau

by Luminous Dash

Door: Hendrik Hindrex / Foto’s: William Souffreau

Op 8 januari  2021 is de single Masterpiece / The Show van Irish Coffee jarig.  Precies 50 jaar eerder werd het liedje voorgesteld in een pand op de Grote Markt in Brussel. Enkele maanden later werd de debuut-lp gereleaset en werd het een bescheiden hit in enkele Europese landen. Vandaag zijn de single en de elpee Belpop-klassiekers. De langspeler wordt beschouwd als de eerste Belgische hardrockplaat. En het is meteen ook het duurste Belgische collector’s item.  Nadien bouwde frontman William Souffreau een indrukwekkende solo-carrière uit, maar ook Irish Coffee is nog steeds springlevend. Tijd voor een terugblik met William Souffreau. 

(c) Alison Souffreau

In het linkse magazine Voor Allen werd een “grootse picknick, een reaktie tegen luchtbevuiling” in het stadspark van Aalst aangekondigd. Datum: 30 augustus 1970.  Er zou ook “een optreden van een underground groep” zijn.  Twee weken later volgde de recensie. “Het begon op een mini-Woodstock te lijken. (…) Rond drie uur hadden zich reeds 500 mensen rond het podium geschaard voor het optreden van de Pop-groep VOODOO.” Vóór Irish Coffee traden jullie vaak op met Voodoo in El Gringo, een dancing op de Brusselsesteenweg te Hekelgem. Blijkbaar waren jullie ook zonder plaat op zak al heel populair in het plaatselijk circuit. Hoe ging dat?
De groep The Voodoo werd in 1969 opgericht door Dirk Dierickx en Romain De Smet (uit Sandy & The Voodoos), Paul Lambert en Hugo Verhoye. Paul, Hugo en ik kwamen uit de begeleidingsband van Rocco Granata. We repeteerden eerst in café Las Vegas in Aalst. Na een tijdje verliet Romain de band en werd hij vervangen door Jean Van der Schueren. Jef, de eigenaar van Las Vegas was ook eigenaar van El Gringo. We konden al snel daar repeteren en optreden in het weekend in El Gringo. We hadden vrij snel een grote aanhang in de streek met covers van diverse rock- en popgroepen zoals Ten Years After, Bee Gees, The Beatles, Deep Purple, Led Zeppelin, Spirit enz. We speelden soms ook vrij onbekende songs. Dit was dus de band van dat festival in het stadspark.  

Wanneer begint dan het verhaal van Irish Coffee ? 
In 1970 traden we op met The Pebbles voor SK Resocub Terjoden (officieel SK Terjoden Welle. Terjoden is een wijk in Aalst – Erembodegem nvdr). Daarna kwamen enkele Pebbles naar ons kijken in Hekelgem. Ook Louis de Vries (concertpromotor, manager van o.a. The Pebbles en Ferre Grignard. Later een bekende spelersmakelaar in de voetbalwereld, nvdr) was erbij.

Louis vroeg ons een tweetal nummers te schrijven om op te nemen. Hij had ons dus opgemerkt. In mijn jonge jaren schreef ik al eens nummers voor mijn toenmalig bandje The Four Rockets en dus begon ik een viertal nummers te schrijven. De keuze van de eerste single viel op Masterpiece. Op de b-kant stond The Show. Tekst en melodie waren van mijn hand. Op een riff van Jean Van der Schueren schreef ik The Show. Ook voor de elpee schreef ik tekst en muziek. We maakten de arrangementen samen op de repetities. Er is toen nog een discussie geweest in de groep om iedereen te vermelden. Dat was democratisch beter geweest. Maar dat kon niet volgens Sabam.  

We waren goeie muzikanten en ieder deed zijn ding. En dus kwam er al gauw een afgewerkt nummer uit de bus. Dirk was er nog bij als backing vocalist. Ik speelde toen nog bas, ook op de opname. Die naamsverandering werd beslist tijdens een etentje van Louis de Vries met de uitgever van Parrot. De menukaart heeft de doorslag gegeven: ‘Irish Coffee – 5 dollar !’ Irish Coffee was born!

Hoe verliep het contact met Louis de Vries ?
De single werd hier uitgebracht op Triangle (een label van het Franse Barclay, nvdr) en in de Verenigde Staten op Parrot. In andere landen werd dat dan weer uitgebracht op andere labels. Nu met het internet weet ik meer en kan je dat allemaal uitzoeken. Maar ik had nooit gedacht dat we ook gereleaset waren in Zuid-Amerika op een verzamel-elpee waar ook Jimi Hendrix op staat!

Er volgde vrij snel een elpee. Die werd in een paar maanden opgenomen in de lente van 1971. Hoe ging dat?
Voor de elpee werd Willy De Bisschop ingelijfd als bassist. Aan de opnames met de muzikanten en de zang op een 8-track hebben we eigenlijk maar een paar dagen gewerkt. De Reward-studio was eigendom van The Jokers. Voor sommige nummers moest ik zelfs nog een tekst schrijven en inzingen. Met de mix erbij kan dat wel twee maanden geduurd hebben. Voor de songs op de elpee heb ik tekst en muziek geschreven. De rest van de groep heeft gezorgd voor de schitterende arrangementen. We waren toen goed op mekaar ingespeeld door het vele repeteren. En het moest snel gaan want Amerika wachtte!

Kan je wat vertellen over het artwork van de hoes? De hoes vermeldt M.R. Bruys en D.Bral.
M.R. Bruys was een vriendin van Paul Lambert. Die bezorgde de tekening aan Louis de Vries. Het origineel ligt bij haar kinderen. De lay-out van de naam vonden we echt niet tof… maar ja, toen werd alles voor ons uitgetekend. Nu heeft een groep meer inzage in al die dingen.

Het debuut van Irish Coffee is een prominent collector’s item. In de editie van 2000 van de Britse “price guide for record & cd collectors” stond het in het jaar 2000 al gequoteerd op £350. Tegenwoordig is (volgens Discogs) de vraagprijs al snel 1500 euro. Algemeen wordt aangenomen dat dit de duurste Belgische elpee is op de collector-markt.
Masterpiece blijft een meesterwerkje onder de Belgische rock. Het woord ‘hardrock’ was hier nog niet in gebruik. Enkel Zaki kende dat. Veel groepen in onze stijl waren er niet. Zie maar naar de Vietnam-affiche. Kloot Per W vond ons toen zeer buitenlands klinken. Vraag het hem zelf maar. Het verhaal van het collector’s item is zeker fijn om te horen.  Ik denk dat dat weinig groepen te beurt valt. Voelt goed!

***

Dag Kloot Per W. William Souffreau heeft me naar jou gestuurd. Jij bezocht in 1971 één van de optredens van de prille Irish Coffee. Hoe was dat?
Ik was 15 jaar en er was een free festival in Sint-Stevens-Woluwe, toen nog min of meer Vlaams. Die festivals had je veel in die tijd in het Brusselse, en alle grote namen uit die tijd speelden er: Lagger Blues Machine, Daily Life, Jenghiz Kahn, Burning Plague, Carriage Company, Salix Alba en ook Irish Coffee. Die – meestal Brusselse – bands kwamen nogal hautain over en zo zeker van hun stuk – ‘dikkenekken’ – en toen kwam Irish Coffee. Zonder al te veel boe of ba speelden ze iedereen naar huis. Ik heb de triangle-plaat gekocht. Die zanger maakte zo’n sterke indruk op mij. Zo juist, alles klopte aan die band en ze gaven echt van jetje zoals dat hoort. Ik heb die plaat zotgedraaid. Ik vond dat beter dan Deep Purple. Er kwamen allerlei nieuwe soorten van muziek in mijn vizier en ik verloor Irish Coffee uit het oog.

Van Joystick kende ik het bestaan. In de jaren ’90 maakte ik de gouden jaren van Studio Brussel mee en ik draaide de solo-singeltjes van William Souffreau ook regelmatig. Hij was nu singer-songwriter met een akoestische gitaar geworden. Wat later zat ik in de studio bij Luc Crabbe en die liet me opnames van van zijn elpee Time horen. Die hadden een zeer Zeppelin- en Soundgardenvibe. Wow!  Zo goed… echte wereldklasse! Ik heb de man gevraagd om eens naar een solo-optreden van mij te komen. Dat deed hij en het klikte. We hebben jaren als duo vele optredens versierd. Ik koos nummers voor William waar ie zelf nooit opgekomen zou zijn. Zo hield ik enorm van zijn versie van John Cale’s Fear en ook zijn One van U2 was straf. Hij dacht dat U2 om te lachen was. William heeft met mij op elektronische beats gespeeld, hé. Zou ie anders nooit gedaan hebben. Van een nummer van zijn vorige plaat waar ik op meespeel, maakte ik een pure newwaveversie met synths en vocoders. Ik adviseerde hem om dat als ghost-track op zijn elpee te zetten. Maar da’s een brug te ver, hoor. Voor William is muziek geen spelletje, hé. Moest hij zich een glamoureus imago aangemeten hebben en een goeie coiffeur kiezen, dan was hij een wereldster. Want vergeet niet: in popmuziek is de haartooi belangrijker dan de muziek. William heeft een zeer goede muzikale smaak en hij begreep wel dat hem door zijn absolute Williamness – zo zal ik het maar noemen – veel muziek ontgaan is. Voor hem waren de jaren ’80 “brol”. “Toen het punk was, speelde ik funk”, grapte hij dikwijls. Ik denk dat ik hem min of meer toch kunnen wijsmaken heb dat er in die tijd zeer veel goeie muziek gemaakt is. Ik leerde The Velvet Underground, The Stranglers en The Clash kennen. Die Irish Coffee-elpee noem ik een absoluut wonder in de Belgische rock. Deep Purple kwam uit Londen. Die hadden met Episode Six al alle kanten van het hippe Londonse nachtleven gezien, die kenden de studio’s enz… Irish Coffee kwam uit fuckin’ Aalst en waren tien minuten voordien de backingband van Rocco Granata. Man, hoe die plaat klinkt! Die stem en die gitaarsolo’s! En ik lieg niet: de wereld heeft die plaat omarmd. Die is daar niet geraakt door één procent van de promo of budget van Deep Purple. Ik overdrijf niet: met William, een held uit mijn jeugd, spelen, was alsof ik met Paul McCartney mocht optreden of zo!!!!!

Kloot Per W & William Souffreau

***

Kan je wat kwijt over de nummers zelf ? 
Masterpiece heb ik dus geschreven toen Louis de Vries mij vroeg om een single op te nemen. Thuis luisterde ik met mijn broer naar veel andere muziek zoals jazz en klassiek. De muziek van Bach legden we wel eens op de platenspeler. Die muziek bracht me inspiratie voor de akkoorden en de riff. Zo is dat nummer tot stand gekomen. Het nummer kwam niet op de elpee omdat ik vond dat het de single was. Achteraf gezien kon die er zeker bij. De productie gebeurde door Louis. Die heeft, voor die tijd, een goeie job gedaan met de hulp van Ronny Sigo van The Jokers (Tabou).
Masterpiece ging over het verschil tussen rijkdom en armoede in deze wereld. En is dus nog steeds een onderwerp in deze tijden. 

Bij de voorbereiding van dit interview luisterde ik enkele keren naar jullie debuut. De plaat klinkt heel erg ‘live’. Perfect voor samples in hiphop. Ik ging op zoek en vond twee nummers met samples. When Winter Comes werd gebruikt in Kill You van Pounds feat. Conway the Machine and I am Tru Starr. Zware gangsta-rap uit Rochester, NY. Op YouTube alleen al, goed voor 280 000 views. Geen doordeweekse rap: Conway heeft zelfs een nummer met Eminem uitgebracht. Bovendien stond hij in september op de zevende plaats in de Breakthrough 25 van het gezaghebbende RollingStone. Je eerste reactie: “Ik vind het straf gedaan, ik zou hier wel graag wat meer over weten.” Toch wel heel bijzonder dat 45 jaar na dato jouw nummer iemand aan de andere kant van de oceaan iemand inspireert! 
Ja, ik vind het nog altijd een mooie song over liefde. Nu in deze eeuw opnieuw gebruikt door Pounds. Ik was wel verwonderd dat Pounds dit nummer had gekozen. Maar het is wel fijn om te horen. Ik begin van hiphop te houden. 

Maar er zit ook een zakelijk kantje aan. Hoe zit het met de auteursrechten?
Er is weinig kans op royalties of Sabam. Maar ik probeer contact met hem te maken, als ik eens een rapper nodig heb op mijn nieuw album. Misschien samen met Eminem. Hiha! Nee, het streelt altijd ons ego en er zijn weinig Belgische groepjes die zoiets kunnen vertellen…

De volgende nummers zijn The Show (Part 1) en (Part 2). 
The Show (Part 1) werd opgebouwd uit een riff van Jean Van der Schueren. The James Brown-feel! The Show (Part 2) was wel degelijk een voortzetting op part 1. 

Hear Me werd later geschreven en ingezongen. De tekst was nogal geënt op Black Sabbath. Het nummer heeft muzikaal wat hooks en bestaat uit een drietal verschillende ritmes. Dat was in die tijd normaal en very progrock.  

De andere sample komt uit A Day Like Today en werd gebruikt door de Italiaanse rapper Kaos One in zijn nummer Algoritmi. Heel erg underground, maar waarover gaat het nummer?
Er was toen nog de Vietnam-oorlog. Protestsongs waren oké om te schrijven.  Velen vonden dit het beste nummer op de elpee. 

Carry On was een nummer dat ik schreef over Jean Van der Schueren. Dat het hier niet makkelijk is om te overleven als muzikant. Toen zeker! Child was een bluesrock-lovesong. I’m Alive Down Down was een meer beluisterde single, maar maakte ook geen brokken. Toen al met Raf Lenssens op de drums. Witchy Lady I’m Hers was de laatste opname. Toen al met Luc De Clus met als B-kant het schitterende I’m Hers.

Er zijn uit die tijd nog beelden uit Tienerklanken: een kort interview en een video-clip van I Can’t Take It.
De clip was opgenomen op de markt in Lede en binnen in het Brouwershuis, ons repetitiekot en stamcafé van Zjef Vanuytsel.

Je heb opgetreden met een rits grote namen uit de rock: The Kinks, Motörhead, 10CC, Uriah Heep, Manfred Mann’s Earth Band en zelfs Isopoda! Hoe was het leven op tour? 
De avonturen on the road speelden zich meestal af tussen de muzikanten, veel lol gehad… Met de andere bands heb je weinig contact, maar het was fijn hen live bezig te zien. Maar het was niet altijd mogelijk om kennis te maken en ik ben ook niet zo iemand die die gasten opzoekt. Dus ik genoot van hun optredens vanaf de zijlijn. Meestal om wat bij te leren. Backstage was er ook niet. In die tijd had je weinig mensen met een fototoestel, dus er is weinig fotomateriaal te vinden. Nu is er veel te veel en meestal slechte opnames. Ik zoek nog altijd verder…

Van optredens alleen kon je niet leven: van 1973 tot 1975 runde je café Amber in Aalst. De hele Aalsterse muziekscene kwam er. Wie kreeg je er allemaal over de vloer van de plaatselijke sien? Of ben je nog steeds gebonden aan zwijgplicht? Op de verzamelplaat Raalst staat een nummer getiteld Amber. Wat heeft die kroeg voor jou betekend ?
Dit was één van de zwaarste jobs uit ons leven voor mij en mijn vrouw: je was er barman, kuisvrouw, sociaal helper, buitenwipper, jukebox en muziekliefhebber, enz…  Maar ik had nog een zekere vrijheid om te repeteren en gigs te spelen. Dat hield ons recht. Vele muzikanten kwamen langs, gans de Aalsterse muziekscene was er. Kunstenaars en filosofen. Brossers en doppers… Iedereen vond dit wel een fijne kroeg en dat zie je nu nog met de feestjes die er gegeven worden ter herinnering aan hun kroeg.

Ook Wim De Craene kwam er. En mijn muzikanten stapten over naar de band van Wim toen er niet veel meer te beleven was. Ik ben in die tijd ook bij Wim thuis geweest. Hij vertelde me dat Rosane geïnspireerd was op mijn nummer I’m hers. Toch fijn…

Paul Lambert, die met zijn orgel het geluid van Irish Coffee mee bepaalde, overleed in 1975 na een verkeersongeluk. Raf Lenssens werd zwaar gewond. Het einde van Irish Coffee?
Iedereen ging zijn weg. Maar later kwamen Raf en ik, na een zware revalidatie, Willy en Tony Boast samen. We hebben toen Joystick opgestart. Joystick was geen lang leven beschoren. Ons grootste wapenfeit was het voorprogramma met Motörhead (20 maart 1980, zaal Okapi te Aalst). De mixer was tevreden om ons ook te mixen. Bij Motörhead moest hij alle schuivers openzetten… Er zijn veel demo’s gemaakt met Joystick, maar met weinig resultaat. Toen heb ik maar de covergroep Oh Boy opgestart.

Vanaf de jaren 90 lag de klemtoon op je solowerk. Op de cd Under A Belgian Moon uit 1991 komt William Souffreau als singer-songwriter in beeld. Mogen we je vanaf dan ook een protestzanger noemen? They’re Our Neighbours gaat over migratie. De titel van Acid Rain’s Re Gonna Fall zegt genoeg.
Ik vond het interessant om solo te gaan en heb toen een andere plaat kunnen maken met een verscheidenheid aan muziek en ook “with a little help from my friends”. We All Must Get Together werd een hitje op de radio.

Je duikt dat jaar plots op in De zevende dag om My Little Town te spelen. Je brengt vanaf die periode wel meer liedjes over jouw stad. Of gaat dit over Terjoden? Op die cd staat ook Down In Shortnewstreet (een verwijzing naar de straat waar café Amber was, nvdr).
Ja, My Little Town gaat inderdaad over Terjoden. Ik was toen ook in de folkwereld goed aangeschreven en kon op Dranouter gaan spelen.

In 1992 verschijnt de cd Little Man. Little Alison uit het mooie liedje is inmiddels een volwassen kunstenares én verantwoordelijk voor het artwork van de cd’s When The Owl Cries, Tobacco Fields en Heaven. 
Ik vroeg haar om te zorgen voor een mooie hoes in haar eigen stijl. Dat heeft ze ook gedaan. Vroeger moest ik steeds rekenen op buitenstaanders of vrienden. Ik hou natuurlijk heel veel van haar werk en hoop dat anderen hier ook kunnen van genieten. Nu ik meer met een titel werk, kan zij haar werk hier ook aan aanpassen.

Op het bluesnummer Fool To Love komt Cindy Nelson langs. Een geknipte vrouw voor dat nummer! Vertel!
We speelden veel bals in tenten en zalen, maar we zijn ook samen met de groep in Finland gaan optreden. Cindy heeft een stem voor jazz en blues. Toen ik Little Man opnam heb ik haar gevraagd om mee te werken aan dat album. Ze is één van de beste vrouwelijke stemmen in België. Met Cindy heb ik in de jaren 80 veel optredens gedaan als zanger/gitarist.

Dan de cd In My Room uit ’94. Je bent nooit beroepsmuzikant geweest? Een bewuste keuze? De cd werd geproducet door Jo Bogaert. En op Highway To The Moon komt warempel gitaarvirtuoos Philip Catherine meespelen. Hoe was die samenwerking?
In de jaren 70 was het echt niet mogelijk om beroepsmuzikant te worden. Er waren te weinig venues, culturele centra waren er ook nog niet. Op radio en tv werd toch het meest Vlaamse muziek gedraaid. Wij als rockers kregen weinig kansen. Zoals nu de oudere muzikanten geen kans meer krijgen… In Engeland en Nederland heeft men meer respect voor groepen van vroeger. Ik heb veel bekende mensen op mijn albums laten meespelen zoals Dave Peabody, Jan De Wilde, Philip Catherine, Michael Chapman, Ton Scherpenzeel etc. Het gaf een fijn gevoel om met deze mensen samen te werken en die mensen hebben dat ook met veel plezier gedaan.

De afsluiter van deze plaat is een heel sobere versie van Masterpiece. Heb je enig idee hoe vaak je dat nummer gespeeld hebt?
Masterpiece samen met The Show stond altijd in mijn setlist, maar hoeveel keer ik dit speelde zou ik niet kunnen zeggen. Maar er waren ook de covergroepjes Blink, Oh Boy enz… Daar speelde ik dat nooit. Those Precious Years was een toffe verzamelaar. Ik denk dat ik het nu moeilijker zou hebben om 20 nummers uit te zoeken.

Time is nog steeds een heel straffe plaat. Het sobere I Had A Friend is nog steeds een van je sterkste nummers. Het gaat uiteraard over Paul Lambert. Vertel.
Ja, aan Time heb ik goeie en minder goeie herinneringen. Ik vond het wel spijtig dat Geert Maesschalck onze samenwerking stopte op het moment dat ik uitgenodigd werd door de Ancienne Belgique. Dat optreden hadden we samen moeten doen. I Had A Friend had ik al een tijdje klaar en is opgedragen aan Paul Lambert.

In 2008 verschijnt William Souffreau & The Moonlovers. Het is alweer het laatste nummer van de cd dat het verschil maakt: Like Kerouac. Een beetje lang on the road geweest?
William Souffreau & The Moonlovers was een plaat die ik ook hier in mijn homestudio heb opgenomen. Heb ik nooit goed kunnen voorstellen omdat ik kort nadien moest geopereerd worden. Like Karouac was opgedragen aan mijn dochters. Het gaat ook een beetje over het moment dat kinderen het huis verlaten en verwijst ook naar de titel van het boek On The Road.

Dan is het negen jaar wachten op je voorlopig laatste solo-elpee. Op Tobacco Fields keer je terug naar je roots. In Schooldays wordt het duidelijk dat je niet graag naar school ging. 
Vanaf dat ik gitaar speelde en ging optreden had ik mijn goal gevonden: muziek!

Muzikaal ben je een autodidact. Waarom ben je gestopt met de muziekschool?
Ik ben een tijdje in Aalst naar de muziekschool geweest, maar ik zag deze methode toen echt niet zitten.

In het grappige en rockende nummer Walking The Dog laat je je hond uit in het centrum Aalst. Van de Grote Markt via Cat Street (Kattestraat, nvdr) naar Little Park (‘t Klein Parkske, nvdr). Ik vind het grappig. Minder duidelijk zijn het titelnummer Tobacco Fields en het schitterende Ravachol.
Tobacco Fields is autobiografisch en vond ik plezant om schrijven, terugkijkend op mijn jeugd en de omgeving waar ik opgegroeid ben. Ik ging in Aalst naar ‘t Atheneum en veel van de nummers verwijzen naar Aalst. Tobacco Fields gaat over mijn eerste herinneringen aan Terjoden en aan mijn grootvader Felix, die een kleine boer was en toebak kweekte op de gronden waar nu het industriepark van Erembodegem is. Hier waren ook onze speelterreinen: het bos van De Vis en de Wellemeersen enz. Aan die kant van de autostrade ben ik ook mijn eerste groepje begonnen The Blue Jets. 

Ravachol was een anarchist (Frans anarchist 1859 – 1892, nvdr).  Maar heeft ook iets met Aalst te maken. In Aalst werd deze naam ook gebruikt. Zoek het eens op in de Oilsjtersen diksjoneir. (‘betekenis : 1. bandiet, geweldenaar 2. deugniet, kapoen’ uitg. 1988, nvdr).

Voor Tobacco Fields kreeg je versterking van enkele ronkende namen uit de Belpop. Jean-Marie Aerts speelt lead-gitaar op Crazy Old Town. Maar ook Kloot per W, Jan Houtekiet en Walter Broes zijn van de partij.
Dit album was plezant om aan te werken. Zeker met al die goeie en grote muzikanten. Iedereen deed zijn ding en bracht de nummers naar een hoger niveau. Ben ze allemaal heel dankbaar. 

Tot zover je solowerk. Maar ook met Irish Coffee bleef je platen uitbrengen. Op Irish Coffee 2 uit 2004, kiezen jullie voor een andere koers. Ik onthou vooral Bright Lights en Ain’t Takin’ No More. Hoe kwam de plaat tot stand? Het prachtige I’m Lost sluit de cd af. Meer een nummer voor je solowerk, vind ik. Wanneer beslis je of het een nummer voor Irish Coffee of voor een soloplaat wordt?
Irish Coffee 2 vond ik ook een mooie samenwerking, want toen waren er nog drie originele leden. Ik heb toen nog gezocht naar nummers uit de jaren 70 en heb deze ook op de plaat bij gezet. I’m Lost is een herneming. Ik hou wel altijd rekening wat voor Irish Coffee of William Souffreau zal zijn en dan hou ik de songs opzij op demo. Het kan dan soms ook een tijdje duren wanneer ik ze ga opnemen.

Rockpalast! Op 21 december 2005 speelde Irish Coffee een concert in zaal Harmonie in Bonn voor de Duitse zender WDR. Het concert was een onderdeel van het meerdaags festival Krautrockpalast met o.a. Kraan, Kin Ping Meh en Rufus Zufahl. Welke herinneringen heb je hieraan?
Het optreden in Duitsland was zeker een ervaring. We werden gebeld om een paar dagen later live op te treden. Maar onze drummer was ziek. Toen heeft Stef Vanstraelen van Yevgueni hem vervangen en tijdens de rit naar Bonn de songs beluisterd en genoteerd. Het resultaat staat op een live dubbel-elpee en een dvd.  Sterke prestatie!

In 2015 bracht je met Irish Coffee Revisited uit. 
Revisited was eerst nog een elpee met de Cammen (Kris Van der Cammen, nvdr) en Franky Cooreman. Die was ontsproten uit een rockabilly-project waar ik voor de eerste keer sologitaar speelde en zong. Ik had het gevoel dat dit mij goed afging. Daardoor ben ik nummers beginnen schrijven voor een trio. We hadden het gevoel dat dit wel oké was en hadden goeie reviews met ons album. Dus daarna volgde nog When The Owl Cries.

When The Owl Cries uit 2015. Gotta Move is een knappe cover van The Kinks. Waarom precies dit b-kantje van All Day And All Of The Night uit 1964? Waarom niet bv. Helter Skelter van The Beatles wat jullie live ook brengen? Ook op deze cd is Luc Crabbe (bekend van o.a. Betty Goes Green) producer van dienst. De muzikanten waren Franky Cooreman (bas), Kris Van der Cammen (drums), Stany Van Veer (orgel) en Jan Oelbrandt (lap steel guitar). Namen die we ook kennen van je project The Cochrans. 
Ik ben reeds vanaf hun eerste platen fan van The Kinks en daarom viel mijn keuze op een opname van het eerste album van The Kinks. Ik vind The Beatles de beste maar hou van Ray Davies omwille van zijn manier van songschrijven.

We hebben zeker 7 jaar samengewerkt, maar het was op. Ik moest een nieuwe uitdaging vinden. En bij de groep The Balls / Ditch  was ik al een paar keer guest geweest en was onder de indruk van deze band, en zo gaan we weer een stapje verder.

Op Heaven uit 2020 maken we kennis met de vierde bezetting van Irish Coffee: Johan Ancaer (gitaar), Frank Van Laethem (gitaar en zang), Eric Goedtvinck (bas) en Bruno Beeckmans (drums, zang en keys). Lay Them Shotguns Down is dé blikvanger van de elpee. Wat was de aanleiding van deze song? In het liedje Alderman maak je je boos op de schepenen. “All these senseless lies”, zing je letterlijk. Ben je ooit gevraagd om zelf in de politiek te gaan?
Ik heb mij ook nooit ingelaten met politiek. Maar als er iets was dat mij ergerde, schreef ik het van me af in een song. Ik vind dat muzikanten dit mogen doen, dat gebeurde al in de middeleeuwen door de troubadours. Dat zijn we toch ook wel een beetje.

Irish Coffee in 2020

We leven in een rare tijd. Hoe beleef je die? En ga je nog iets speciaal doen op 8 januari als Masterpiece 50 wordt?
Deze periode is voor muzikanten niet plezant, ik mis vooral de optredens. Maar dat kan nu even niet, dus ik hou mij daar aan.

Vijftig jaar Masterpiece vieren, zal in deze tijden moeilijk zijn. Ik hoop toch iets te doen, wat weet ik nog niet. Eerst nog afwachten wat er met Heaven gebeurt. Het zou spijtig zijn mocht dit werkstukje verloren gaan tussen al die virussen.

Lees ook ons review van het album Heaven.

You may also like