Home ReviewsAlbum Reviews THE LIMINANAS – Faded

THE LIMINANAS – Faded

by Hendrik Vanhee

Sinds De Película, hun regelrechte meesterwerk van 2021 met een even uitmuntende Laurent Garnier, staan de Franse Catalanen van The Limiñanas bij al het nieuwe dat ze doen bij velen, zoals ook wij, onmiddellijk weer op de radar. Waren het in de voorbije tijd echter vooral filmsoundtracks voor derden waar ze zich mee inlieten, dan blijkt met hun nieuwe Faded dan toch weer in alle stilte een eigen album te zijn klaargestoomd en opnieuw is het resultaat ervan de muzikale nagel op de kop.

The Limiñanas, dat is basic nog steeds dat iconische duo Marie en Lionel Limiñana, de roodharige drumster en de bebrilde wilde baardmans-gitarist die in het Engelse taalgebied, tot zelfs nog bekendheid in de VS, minstens even bekend zijn als in hun eigen Franse contreien. Samen sloegen ze daar in hun thuisbasis in de Pyrénées-Orientales, tussen drie filmsountracks door, weer aan het brouwen van een nieuwe, unieke Limiñanas-smeltkroes van donker Frans sixties-chanson, psychedelica, kraut- en garagerock met vooral sterke referenties aan Serge Gainsbourg en The Velvet Underground.

Er worden daarbij zowel gedoseerde snuifjes Frans à la Molière als lappen grof gezongen Engels aan toegevoegd. Meer nog dan De Película, doet zeker Faded daar dus niks voor onder. In hun albums wordt alles samengebracht in meeslepende, mystieke, op en top overweldigende retrotrips, in Faded afgewerkt in voor het oor nu zo mogelijk nog meer filmisch hypnotiserende, repetitieve soundscapes.

THE LIMINANAS © THE LIMINANAS
THE LIMINANAS © THE LIMINANAS

Met hun intussen bijeengegaarde faam hebben ze zich voor deze gelegenheid zonder problemen kunnen versterken met een internationale schare rockmusici. Zoals Bobby Gillespie van Primal Scream en The Jesus and Mary Chain, Jon Spencer van The Blues Explosion, de Fransen Betrand Belin – een van de grote sterren al op De Película -, Rover, Anna Jean en Pascal Comelade. Met de aldus bekomen veelheid aan stemgeluid kunnen ze op de plaat de inhoud van de songs des te beter aflijnen als afzonderlijke verhalen, net als met die harmonieuze mix van stijlen en los van de telkens eigen invulling die de mede werkende artiesten er zelf van op afstand aan gaven.

De thematiek van Faded groeide uit in een periode van persoonlijk verlies en melancholie en werd doorgetrokken in de rode lijn van het album. Daarop verwijzen twaalf vervaagde filmgezichten op de cover naar de tragiek van vrouwen, ooit sterren, wiens faam uiteindelijk ook helemaal is weggevaagd, hunkeraars wiens betekenis volledig door de tijd is achterhaald.

Het oorspronkelijke idee ervoor vonden onze cinefielen terug in de song New Age van The Velvet Underground, die dezelfde tragiek aansneed. Het album ademt aldus het verstrijken van de tijd, het wegvallen van de illusie en het opduiken van de kille realiteit die zich hoe dan ook als een mes doorheen schijnwerelden boort.

Een dubbelplaat. Op de eerste vinyl scharen zich grotendeels de songs met de gastbijdragen. De sfeervolle instrumental Spirale bijt de spits af. Met het tikken van de metronoom ga je regelrecht mee de dreigende spiraal in, de nagalm nog van de verwardheid en de chaos waarin onze protagonisten waren verzeild geraakt.

Dan is het aan Bobby Gillespie van Primal Scream. Met de splijtende door fuzz overstuurde riffsong Prisoner of Beauty maakt hij ieders remmen los, niet in het minst de zijne. Het is zijn introductie op het theater van de wreedheid die beroemdheid is, zijn inleiding op de zieligheid van het verval.

Middenin de oneindige dreinerigheid van J’Adore le Monde komt zalige huisvriend Bertrand Belin weer volop in actie. Trance in een Frans dat alleen maar bekt. Betoverende song met een geweldige groove, met repetitieve drums en synths in de hoofdrol. Helemaal terug de mist in dus van De Película, net als wat verder ook in Autour de chez Moi.

Reverbgitaren brengen Shout in het gelid, met een prachtige Rover die krachtige pop met een hoog David Bowie/Iggy Pop-gehalte etaleert. Terwijl vervolgens in titelsong Faded het zangeresje Penny rondwaart in pop met een zonnig georkestreerde retrosound met de close-harmony van keurige sixties-meidengroepjes.

Mag ook niet ontbreken, het charmante Catherine dat intiem baadt in een zwoel Serge Gainbourg-/Etienne Daho-sfeertje, hier met Anna Jean als de Jane Birkin van dienst. Sterk nummer en broertje van Daho’s Saudade wel.

Dan start de tweede meer nostalgische vinylplaat al, met het meer soundtrackgedeelte van het album, meer geestverruimend en melancholisch weg zwevend. Tussenin, naast nu voortdurend The Limiñanas zelf, enkel Jon Spencer aan de micro. Ook deel twee start eerst volledig instrumentaal met het boos ogende The Dancer. Dit trapt af als met de meest krassend losbarstende psychedelica van Iron Butterfly ooit. Met schurende drones en basriffs evolueert de compositie in de donkerste elektriciteitsnevelen.

Dan Space Baby met Jon Spencer zich in New Yorkse razernij op en neer gaand uitlevend in de The Limiñanas-kosmos. Verder zijn even intens Degenerate Star met de uitzinnige cool van Spencer spelend in zijn eigen nostalgische film. Telkens samen met de Limiñanas-getrouwe Pascal Comelade.

Nu aan de verleidelijke labyrintsong Tu Viens Marie? om de geesten te verplaatsen. In de lyriek wordt het bijna ludiek een pingpongspel tussen ‘Marie’ en ‘Chérie’, tussen al die als bergen zo hoog transcenderende gitaren. Samen met Autour de chez Moi opnieuw twee songs dichtbij de Gainsbourg in Lionel en de sensuele Birkin in Marie. Autour de chez Moi, ook het langste nummer, is vintage The Limiñanas, een zalige doorprater in een oneindig opklimmend duet.

Gelukkig was Louie Louie, het verzoekje van hun Amerikaanse platenmannen, al Lionel’s favoriete covernummer. Hier wordt het sterk slepend, fluisterend gebracht, puur op de wijze van The Limiñanas. Gaandeweg maken ze het in de finale net zo plechtstatig groots en knarsend als in de Messe pour le temps présent, soundtrack ooit van het beroemde Maurice Béjart-ballet.

De ontroerende tearjerker Où Va la Chance, sixtiescover van Françoise Hardy, komt als een liefdesverklaring aan dit Franse icoon om Faded af te ronden. In zijn schemerige verlatenheid is het een laatste roep naar de geesten van de vergeten actrices. In het universum van The Limiñanas, tussen rock, kitsch en elektro, wordt het alleen voor dummies nog even wennen. Het blijft een o zo coole band die ondanks onconventionaliteit en weirdness steeds weet vast te pakken. Faded is als een verzameling muziekimpressies evenwichtig tuimelend in een caleidoscoop, steeds verrassend van kleur en structuur verschietend. Een band die daarbij tegelijk zijn Franse origine perfect weet in te schakelen en aan te houden. Even snuiven dus maar. Wat een verslavend plaatje! Op 17 april in de AB te zien.

Facebook Instagram

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More