Op een avond in de week in het gezellige Antwerpse café Bar Bakeliet spraken we af met Wouter Thijssen, die op 17 maart het album Broer op de wereld losliet. Een ode aan zijn te vroeg overleden broer Wille en een tijdsdocument over zijn jeugdjaren en het opgroeien in de jaren tachtig.
Bar Bakeliet zorgt, al dan niet toevallig, voor de perfecte soundtrack bij ons gesprek, met onder meer muziekjes van Kraftwerk, The Kids, en The Smiths, Joy Division en de jonge The Scabs (So Called Friends) die op de achtergrond klinken. We hebben het over veel van onze gemeenschappelijke lievelingsbands uit de jaren tachtig, over hardrock en punk, over de muziekscene nu en hoe alles vroeger beter was, of niet. En over Wille en het nieuwe album Broer natuurlijk.
Dag Wouter, na de sterke singles Wille, Wondermooie Rotzooi en nu ook Jonge Delinquenten, zag op dinsdag 17 maart het album Broer eindelijk het daglicht. Spannend!
Ja, en ik ben blij dat het album bij Thorn In My Side Recordings uitkomt, een nieuwe independent die alles heeft om uit te groeien tot een keurmerk.
We hadden de eer om Broer voordien al te kunnen beluisteren. Wat een sterk totaalgeluid, en wat een goede flow bij de confronterende verhalen. Proficiat!
Bedankt! Daarvoor ook veel kudos aan de sterke ritmesectie, bassist Sean Willekens en drummer Michel Becx alsook aan Koenraad Foesters van Studio Jupiter in Tongeren. Hij heeft echt de sound vertaald die ik in mijn hoofd had en er een coherent geheel van gemaakt. Dat was superbelangrijk voor mij, dat het als een soort trip aanvoelt.
Was het een bewuste keuze om het in het Nederlands te doen?
Toen ik begin twintig was en mijn eerste liedjes schreef, maakte ik eigenlijk die keuze al. Toen altijd in de marge want ik debuteerde pas in 2019. Maar ik ben eigenlijk al een half leven Nederlandstalige liedjes aan het schrijven.

In heel wat reviews wordt nogal makkelijk de link met De Mens gelegd of ook Noordkaap. Dat ben je allicht al beu gelezen?
(lacht) Ik heb natuurlijk net als Frank Vander Linden een prominente huig-r. Ik voel me zeker verwant met de vroege Noordkaap, vermits ook het gitaargeweld van Lars Van Bambost duidelijk wel een achtergrond had in 70s- en 80s-rock. Plus die donkerte en dreiging. En verder voel ik ook wel affiniteit met die eerste platen van The Scene, de poëzie van Thé Lau. Eigenlijk zijn er veel meer Angelsaksische bands die mij beïnvloed hebben. Muzikaal dna wordt al héél vroeg gevormd. Ik ben als klein manneke opgegroeid met hardrock, daar zitten elementen van in mijn muziek, maar het is géén heavy metalplaat, noch een punkplaat. Wel rauwe rock.
Je broer luisterde ook veel naar metal in het begin?
Wille had niet zo die muzikale hang naar melodieën die ik heb, het mocht wel wat dissonanter. Ik ben altijd op zoek gegaan naar catchy esthetiek. Heavy metal wordt steeds met lawaai geassocieerd, maar een Michael Schenker; dat is pure esthetiek, die gitaarlijnen. De tweede MSG-plaat is één van de eerste hardrockplaten die we hadden en ik kan er nog altijd met bewondering naar luisteren.
Aan het einde van de jaren 80 groeide ik uit die metal, het was een beetje op en werd een karikatuur. En toen kwam Feest in de Stad uit van Noordkaap in 1991. Dat is eigenlijk een beetje een brugband voor mij geweest. Daar zaten nog wel die riffs in, maar dan met Nederlandstalige teksten. Ik was ondertussen erg ontvankelijk geworden voor de poëzie die we in het middelbaar voorgeschoteld kregen; dingen als Jotie ’t Hooft of de Paul Van Ostayen van de Feesten van Angst en Pijn. En Noordkaap leerde me: je kunt ook alternatieve rock maken in je eigen taal. En van daar ben ik in de alternatieve muziek gedoken. Ook The Smiths openden natuurlijk een heel nieuw universum voor mij als onzekere, zoekende puber. En dan kwam de Britpop!
We hadden ook The Fall in het achterhoofd tijdens het luisteren naar je plaat.
(lacht) Daar heb ik zelfs nooit naar geluisterd! Dat was toch een stuk dissonanter, niet? Meer iets voor Wille. Goh, misschien klinkt de titeltrack Broer wel een beetje als The Fall? Ja, dat kan.
De plaat is een beetje de soundtrack bij mijn jeugd en ons disfunctionele gezin, en die extreme punkbroer en dat bonte gezelschap van hardcore punks dat bij ons constant over de vloer kwam. (nvdr: luister zéker naar Jonge Delinquenten en Wondermooie Rotzooi). De muziek moest dat ook vertalen en dus een zekere rauwheid hebben.
Maar het is géén punkplaat geworden, wel hoekig en stevig…
Exact. Ik hoorde veel punkmuziek op Willes kamer, waar ik vaak zat, en hij had ook verschillende fases, je had de straight edge, er was de anarcho-punk van Conflict, The Crass of ook Discharge. De melodieuzere dingen zoals 7 Seconds en Scream, waar nog een beetje pop inzat, vond ik het tofst. Maar voor Wille was het de soundtrack bij zijn ideologie. Ik was er zelf minder in geïnteresseerd maar kreeg het wel allemaal mee, en wou zeker iets van dat rauwe in mijn muziek stoppen.

Je sprak net nog over poëzie. Kunnen we stellen dat de teksten op je plaat redelijk poëtisch zijn?
Als je in het Nederlands zingt, moet je 300% zeker zijn van je songtekst. Als er één regel inzit waaraan je nog twijfelt, dan blijft die je jarenlang achtervolgen. Het moet kloppen. Ik ben tot aan het gaatje gegaan wat dat betreft.
Wat hoop je dat mensen eruit kunnen halen als ze naar Broer luisteren straks?
De plaat is enerzijds vanuit een heel persoonlijke insteek geschreven, maar er zitten ook universele thema’s in die mensen herkennen. Zeker het gegeven van opgroeien in een tumultueus gezin. Misschien dat mensen die opgroeiden in de jaren tachtig of vroege nineties, de zeitgeist van toen voelen en horen.
Zwart Goud gaat bijvoorbeeld over het opgroeien in een provinciestadje en escapisme zoeken in de groeven van de platen die zich opstapelen in de hoeken van je jongenskamer. Wij kenden toen momenten van intense verveling. Tegenwoordig is er zoveel afleiding en muziek is zo vluchtig geworden. Toen was een plaat kopen en beluisteren een heuse beleving, een ritueel haast. En je draaide die platen grijs, je had niet veel anders. Je had je strips en je platen. Ik kende al die credits op de albumhoezen van buiten… En dat zit in een nummer als Zwart Goud, die obsessie voor vinyl.
Als mensen er totaal iets anders uithalen, ook oké?
Absoluut. Bijvoorbeeld een nummer als Het Meisje dat een Jongen Was, kan voor transgenders een steun zijn, terwijl het daar niet noodzakelijkerwijze over gaat. Echt alle nummers gaan uitleggen, dat moet niet. Het is net leuk als er iets mysterieus aan een nummer blijft, of dat mensen er hun eigen interpretatie en verbeelding bij kunnen gebruiken. Een plaat moet ook wat mystiek hebben.
Hoe en wanneer kwam het idee voor Broer tot stand?
In 2017 overleed mijn moeder plots aan een hartfalen, in de dagen na een val van de keldertrap. Dat maakte een storm van verdriet in mij los. Heel mijn kindertijd waren mijn broer, mijn mama en ik een soort van drie-eenheid. En toen besefte ik: ik ben de enige die overblijft. Na die periode van rouw zijn de eerste songs tot stand gekomen.
Dus de nummers had je in 2017 al.
De meeste nummers heb ik geschreven tussen 2017 en 2022. Ondertussen bracht ik in 2019 mijn debuut uit dat door de plotse dood van mijn moeder op het schap was blijven liggen.
Tijdens de coronaperiode ben ik met Michel en Sean beginnen repeteren, om vervolgens op te nemen in 2023 en 2024. Dus er ging veel tijd overheen. Mensen denken “hij heeft even wat uit zijn mouw geschud”, maar zo werkt dat niet voor mij.
Als je dra live gaat spelen, wordt het dan een concepttour rond Broer?
De release show op 2 april in Hasselt draait natuurlijk rond Broer. We spelen ook wel iets van mijn debuutplaat.
Broer is ondertussen uit, is dit dan een afgesloten hoofdstuk, en wordt de volgende plaat iets totaal anders, of ben je daar nog niet mee bezig?
Eigenlijk wel (lacht).
Ik heb al een aantal nummers voor de derde plaat opgenomen, de plaat wordt eerder ingetogen. Van thematiek is het een volgende fase. Er zitten ook elementen van familie en verlies in, maar op een meer berustende, introspectieve manier.
Maar nu eerst alle aandacht naar Broer, de release show op 2 april in Café Café (Hasselt), en hopelijk nog meer gigs natuurlijk. Bedankt voor het gesprek, Wouter!


