Home Belgisch THE ARCH

THE ARCH

by Nel Mertens

De gloed van de kachel en de geestdrift van vier warme persoonlijkheden, vullen hun repetitiekot tussen de Breendonkse bomen, waar deze newwaveband al meer dan dertig jaar iedere week samenkomt. Een plekje dat gevuld is met herinneringen én bruist van energie, want ze hebben net hun nieuwe album klaar. Redenen genoeg om Gerd Van Geel (CUVG), Ivan Moons (Ivan DC), Ian Lamberts (Jakke) en Pieter De Clercq (Mr. Pierre) van The Arch een bezoekje te brengen en hen aan onze vragen te onderwerpen.

De aanpak voor dit album was een uitdaging die de band met zichzelf aan ging: in 2018 iedere maand een nieuw nummer volledig afwerken en uitbrengen met bijhorende videoclip. Hoe is het idee ontstaan voor deze aanpak? Vanwaar die keuze?
Jakke: We zaten met heel veel embryonale gedachten die uitgebroed konden worden, dus we dachten aan een tempo van één nummer per maand, maar dat viel als puntje bij paaltje kwam toch wel even tegen.
Pieter: Ik denk dat we ook wel zochten naar een manier om het wat sneller te laten vooruit gaan, maar dat is ons enkel in het begin gelukt.
Gerd: We hebben echt alles gewoon laten afhangen van het moment, van de periode. De lente, zomer, winter…
Jakke: Er was ook een omgekeerde redenering: wij zijn nogal ‘quiet lazy’ hier en door onszelf een deadline op te leggen, hoopten we die luiheid tegen te gaan (lacht). Maar zo’n deadline gaf wel wat ‘schwung’.
Ivan: Als we anders een plaat opnamen, dan gingen we naar de studio, namen we dat op en dan is dat één geheel. Eén concept, één sound. Dat was nu niet, hoewel het resultaat misschien toch een samenhangende sound heeft. En dat was wel tof om in één maand van niets naar alles te gaan. Van helemaal niets naar een nummer én een clip.
Gerd: We wilden een keer iets anders doen en de nummers zijn erg gevarieerd geworden daardoor.
Ivan: Dat is wellicht iets wat veel producers en labels afschrikt, omdat het onvoldoende als een geheel klinkt.

Gaan jullie iets doen met de clips?
Ivan: De clips tijdig klaar krijgen, was ook niet altijd evident, maar erg boeiend. En je hebt ze echt nodig. Tegenwoordig kan je niets uitbrengen zonder clip, want dan heeft het geen gezicht. Sommige willen we gebruiken in projecties bij live-optredens, maar niet degenen waar wij zelf in komen.
Pieter: En soms was de clip ook eerder klaar dan het nummer.
Jakke: Het was allemaal erg onberedeneerd, dus erg onvoorspelbaar. Het is creatief werk, wanneer is dat gedaan? Wanneer beslis je dat dat ‘klaar’ is? Dat laat zich niet uitdrukken in mathematische parameters.

Wat waren de voor- en nadelen? Zouden jullie dit opnieuw op deze manier doen?
Gerd: Nee, dat moet ook niet, hé.
Jakke: Alleen als een maand 60 dagen duurt.
Ivan: Nee, we zouden nooit twee keer hetzelfde doen. We zouden nu misschien net wel weer kiezen om 2 maanden in de studio te kruipen om een plaat te maken. Zeker ook niet iedere maand een clip. We hebben alles quasi zelf gedaan: een clip bedacht, gefilmd, mensen gezocht die dat gratis wilden doen. We hadden geen budget. Dat is tof, maar je kan dat niet constant vragen. Maar we zijn wel zeer bevredigd door het resultaat. Ik vond alle clips wel plezant om te doen.

Op de lp staan de 8 nummers die jullie in 2018 één voor één uitbrachten. Digitaal en op de cd The Arch XII hebben jullie nog vier extra tracks toegevoegd. Kunnen jullie vatten wat jullie op dat moment inspireerde om de nummers te maken?
Gerd: Enogold hebben we meteen na ons optreden in Bari opgenomen. Twee dagen na ons optreden daar, was dat nummer helemaal klaar.
Jakke: Ja, dat  was een high speed bevalling!
Gerd: Het idee is ontstaan in een kleine coffeebar in Bari, net achter de hoek van de zaal waar we speelden. Overdag was het een coffeebar en ’s avonds veranderde dat in een bar met veel bier, wijn en sterke drank. De uitbater Antonio was een hele figuur. Hij kende enkel Italiaans, dus we communiceerden met gebaren en ons hele lichaam. Supersympathiek. Hij bracht ons ook de hele dag door hapjes om van te proeven. Heel gezellig, dus we zaten vooral dáár en gingen enkel de zaal binnen om op te treden.
Ivan: De muzikale inspiratie was daar vooral dat het een jazzbar was, waar ze volgens de Jakke erg rare jazz speelden. Vandaar dat Jakke ook in het begin van dat nummer vreemde akkoorden speelde.

Jakke: Ja, dat ei was snel gelegd.
Gerd: Inderdaad, Jakke had de akkoorden gespeeld, ik heb er 1 keer naar geluisterd, een tekst genomen en heb het in 1 keer ingezongen. Dat is het enige nummer dat zo ontstaan is. Het is een speciaal nummer geworden.
Pieter: Ja, het staat ook wat los van de rest. Geen jazznummer, maar wel tegendraads. Je kan het niet vergelijken met de rest van de nummers en dat maakt het juist interessant.
Ivan: Black Drains is ook een van die vier laatste nummers. Daar zit een hoog PiL-gehalte in, waar we allemaal wel fan van zijn. Dat was ook een nummer dat vrij snel klaar was.
Gerd: Lou (De Buyser) heeft ook één tekst geschreven voor deze plaat. Die van Dark Room.
Lou: Ja, die Dark Room is dat donker kot hierboven, hé. Mijn kamer van negatieve gedachten. En daar maakten de mannen dan een heel ‘happy’ nummer van. Best eigenaardig.
Gerd: Sorry, Lou! (lacht) Jakke: Ja, dat is weer die onberedeneerbaarheid van het creatieve proces, hé. Creatief zijn heeft altijd wat een anarchistische dimensie.

Op jullie Facebookpagina vinden we een fijne tekst die jullie als band beschrijft. We pikken er twee lijnen uit: “If we’re in, we wanna be out. If we’re out, we wanna be in.” Nog steeds een beetje tegendraadse, rebelse karaktertjes, heren?
Gerd: Dat is altijd zo geweest en zal denk ik altijd wel zo blijven. We zijn nog altijd niet commercieel, integendeel. We doen echt ons goesting. We kijken nooit naar andere bands.
Pieter: Soms geraken we wel geïnspireerd als we andere bands bezig zien. Bijvoorbeeld bij Drab Majesty waren we allemaal gecharmeerd door hun sound. Maar we gaan ze niet nadoen. We zien heel wat bands van vandaag de dag dit kopieergedrag wel stellen.
Ivan: We moeten aan niemand verantwoording afleggen. Ons Duitse label Trisol brengt onze plaat gewoon digitaal uit. Die vinden onze muziek goed, geven het uit, maar investeren ook niet echt. Moest iemand ons zeggen wat we moeten maken, zouden we het daar allemaal wellicht moeilijk mee hebben. En dat is misschien wel dat anarchistische trekje van ons: we zijn niet tegen alles, maar willen onze vuile, smerige goesting blijven doen.

Jullie band met hometown Breendonk blijft sterk: jullie hebben er jullie repetitiekot, wonen in de buurt, betrokken buurtbewoners in de clip van Joan’s In Prison… Kozen jullie er bewust voor om de cd-release in het JH van Breendonk te doen op 12/10?
Gerd: Ons eerste repetitiekot was tien meter verder. Hoe lang zitten we hier al, Jakke?
Jakke: 27 jaar. In het begin zaten we bij ons in de living, maar dat heeft toch wel tot moeilijkheden geleid. Enfin, tot een schisma eigenlijk echt (gelach). Ja, dat was een flater om niet van in het begin hier dat kot te zetten.
Gerd: Dat de release van dit album in Breendonk is, komt door een samenloop van omstandigheden. We treden meestal om de vijf jaar eens op in Breendonk, waar we trouwens maar een kleine aanhang hebben. Ze vroegen ons om op 12 oktober nog eens te spelen en dat is net het moment waarop alles ongeveer klaar zou zijn.
Jakke: Jeugdhuis ’t Schuur is onze bakermat en we hebben daar een tienbeurtenkaart. We zitten nu aan onze zevende keer of zo.

Jullie hebben in die 33 jaar wellicht al op miserabele, maar ook op fantastische plekken mogen spelen. Welke droomlocatie zouden jullie daar graag nog aan toevoegen?
Pieter: Zweden. Rusland.
Gerd: Mexico. Ik denk dat dat de max is momenteel.
Ivan: New York. San Antonio.
Jakke: De Maan.
Gerd: De dark side of the moon dan, hé Jakke.
Ivan: Eigenlijk hebben we niet meteen een doel.

Dat was eigenlijk onze volgende vraag… Wat willen jullie graag nog bereiken? Hebben jullie een doel voor ogen?
Jakke: Ons doel is vooral samen plezier maken, samen creatief zijn.
Ivan: En mensen overtuigen met muziek.
Gerd: Het is leuk om na 33 jaar mensen te ontmoeten die onze muziek nu pas leren kennen. En wij zijn tevreden als dat 400 mensen zijn, 100 mensen, maar even goed slechts 10 mensen.
Pieter: We doen alles zelf. Er zit achter ons ook geen grote promomachine om ons bekend te maken.
Ivan: Maar we worden nog constant ontdekt, krijgen nieuwe fans en dat is leuk. We willen ook altijd beter worden. We vinden deze plaat onze beste. En dat gevoel hebben we bij elke nieuwe plaat.
Pieter: Wat leuk zou zijn, is dat we ooit met Blaine L. Reininger samen het podium op kunnen om Cadaver Synod te spelen.
Gerd: Het zou ook super zijn dat een andere band een nummer van ons covert en het daardoor dan bekend wordt.
Jakke: Of dat één van onze nummers uitgekozen wordt als soundtrack voor een film of een serie.

Welke band / artiest maakte op het podium het meeste indruk?
Gerd: Ik was dit weekend onder de indruk van Laibach. Jij vond dat niet goed, hé Ivan?
Ivan: Nee, niet mijn ding. Voor mij is dat Killing Joke. Sinds mijn 16 de al.
Gerd: Voor mij is dat ook Nine Inch Nails. Het is bij elk van ons toch een beetje verschillend.
Ivan: En van de nieuwere bands Kaelan Mikla.
Pieter: We zagen ze op W-festival, maar ook 2 jaar geleden al eens toen ze minder bekend waren.
Gerd: Toen waren ze eigenlijk wel beter. Ruwer, er was een kantje af. Nu klinken ze zachter.

Welke plaat is voor jullie de meest ondergewaardeerde of overgewaardeerde plaat ooit? Hebben jullie een plaat die jullie doet wenen?
Ivan: Platen die me doen wenen… All We Ever Wanted van Bauhaus en Martha van Tom Waits.
Pieter : Het feit dat Blaine. L. Reininger (Tuxedomoon) op onze plaat speelt. Hij heeft dat zo goed gedaan. Hij deed zijn eigen ding, helemaal anders dan het onze, maar onze sound zit er wel in.

Wat was het meest memorabele moment in jullie muziekcarrière? Iets grappigs, gênant,… dat jullie bij blijft?
Gerd: Dat moet zeker ons optreden in Joegoslavië geweest zijn (gelach).
Ivan: Oh, ja, tijdens onze lokale tournee door Joegoslavië en Hongarije, met een mobilhome. We zijn met die tour ook eens in de Joepie beland. ‘The Arch op tour met mobilhome’, luidde de titel. Op een bepaald moment moesten we in een oude schuilkelder spelen.
Gerd: Ik herinner me dat er tijdens dat optreden een beer van een kerel vooraan op het podium kwam zitten als security. En dat was nodig ook, want het was echt geen fijn publiek.
Ivan: De sfeer was er grimmig toen. Uit het publiek vroegen ze ons ook om gratis materiaal als cd’s en t-shirts achter te laten.
Gerd: Haha, als we er weg reden met de mobilhome hebben we gewoon de sluis van het wc-reservoir opengetrokken (gelach)!

Met wie wil je enkele uren vastzitten in een lift?
Jakke: Met u!

Gelach breekt los. “Dit kunnen we niet publiceren, Jakke.”,  geven we aan. En ze overtuigen ons dit toch te doen, ‘want we moeten toch eerlijke antwoorden geven’. De heren besluiten er nog een drankje bij te nemen. Duits Weißbier drinken ze daar in The Arch-Cave, waarna de echte antwoorden volgen.
Ivan: Ik wil wel met Blondie in de lift zitten.
Gerd: Alle, Ivan, nu toch niet meer!
Pieter: Ik met Robert Smith. Hoewel, dat is een idool, dus misschien wil ik daar tegelijk ook wel een ideaalbeeld van vasthouden en is het dus misschien beter hem niet te ontmoeten.
Gerd: Met Quinten Tarantino in de lift, lijkt me ook wel iets.
Jakke: Ja, kop ertussen, lift naar beneden en spannend muziekje er achter!
Ivan: Ik had ook graag met Elvis in de lift gezeten.
Pieter: Dit weekend heb je Elvis ook opgezet!
Gerd: Iemand een Elvis-fetish?

Bedankt Gerd, Ivan, Pieter en Jakke! Veel plezier en succes met jullie nieuwste album. Het album verschijnt op 11/10, is digitaal verkrijgbaar bij het label Trisol en komt op lp en cd uit bij Wool-E-Discs. De cd XII en de lp VIII kan je reeds voorbestellen via deze link. De releaseparty gaat door op 12/10 in JH ‘t Schuur in Breendonk.

You may also like