Home Belgisch LYENN

LYENN

by Nel Mertens

Twee woorden: intrigerend en schoon. Dat is wat achterblijft na het interview met de Brusselse Frederic ‘Lyenn’ Jacques. En dan hebben we het niet enkel over de man, de muziek die hij creëert en de manier waarop hij in het leven staat. Maar vooral over wat hij achterlaat als hij dat cafeetje buiten gaat, de nacht instapt en misschien wel evenveel antwoorden als vragen achterlaat. Als bassist staat hij onder andere aan de zijde van Mark Lanegan en speelt hij bij Dans Dans, maar heeft hij ondertussen ook zijn vierde release Adrift klaar met zijn soloproject Lyenn, die op 10 januari verschijnt bij het label WasteMyRecords.
Tijd voor een interview met deze gepassioneerde muzikant, tussen zijn tournee met Lanegan en de repetities voor een nieuwe voorstelling in samenwerking met het interactief ChampdAction.

Ik hoorde dat je net terug bent van een tournee en bijna meteen start met de repetities met Champdaction, waar je als special guest staat op de voorstelling van het nieuwe project VOKAL TRAKT op 25/1 in de Singel (Antwerpen) en op 15/2 in de Handelsbeurs (Gent). Champdaction is een Antwerps productieplatform voor kunstenaars, dat focust op creatie door communicatie en interactie tussen verschillende experimentele kunstenaars vanuit verschillende disciplines. Heb je ooit al eerder met hen samengewerkt? Heb je zelf al een idee hoe de voorstelling er zal uit zien?
Nee, het is niet de eerste keer dat ik iets doe met Champdaction. Het fijne hier, is dat
improvisatie een grote plaats krijgt. We starten met een idee, waaruit songs ter plekke
ontstaan. Alleszins in het creatieve proces. We hebben dus wel een concept in ons hoofd,
maar weten nog niet precies wat het resultaat zal zijn. Serge Verstockt, de artistieke
directeur van Champdaction, experimenteert al jaren met digitale geluiden, opgebouwd
uit bits & bites, en digitale klankprocessors, waar ook mijn stem door zal worden
beïnvloed. Maar we hebben voor dit project nog maar enkele keren samengezeten. De
repetities starten volgende week, waarbij de voorstelling wellicht iets meer vorm zal
krijgen.

Tussen die repetities door komt Adrift uit op 10/1, je derde album dat je op 9/2 in de Botanique in Brussel live voorstelt.
Ja, mijn vierde release en derde full album. Eigenlijk hadden het vier volledige albums moeten worden, maar dat was niet gelukt met de ep Vowels Fade First. Die is opgenomen in het jaar dat ik voor de eerste keer op tour ging met Lanegan. De ep werd opgenomen in 3 dagen. Eigenlijk had ik er nog een viertal tracks aan moeten toevoegen, zodat het een volwaardig album was, maar ik had geen tijd meer. Achteraf bekeken had ik gewoon nog vier songs moeten improviseren. Ik vind de ep wel goed, maar blijf het gevoel hebben dat het beter had gekund. Het was niet ‘af’ voor mij.

Je nieuwe album Adrift verwijst naar drijven. Laat je met dit album de luisteraars
meedrijven door jouw gedachten en jouw leven?

Ja, dat geldt voor mijn muziek in het algemeen. De titel van de plaat heeft daar alles mee
te maken. Veel van de nummers hebben circulaire ritmes, die op de vorige platen ook wel
al hier en daar aanwezig waren. Maar bij dit album was het echt wel mijn vertrekpunt om
ritmische elementen te laten circuleren, waardoor je een soort trance creëert. Dat is
vooral duidelijk in het laatste nummer, waarin je je kan laten meeslepen in het gevoel dat
de muziek losmaakt, en jezelf erin verliezen.

In een eerder interview in Focus Knack gaf je aan dat Adrift gaat over losgeslagen zijn,
maar ook over je laten meeslepen door wat er gebeurt in je leven. Hoe het is om de
controle te verliezen. En over dromen die vaak meer impact hebben dan de realiteit.
Hoe bang ben je om op drift te slaan? Hou je graag de controle over dingen?
Nee, hoewel… waarschijnlijk meer dan ik denk, maar ik wil dat niet echt. Ik geloof er heel
hard in dat je niets kiest. Ik heb het gevoel dat niets echt gekozen is, dat kiezen een illusie
is. Je kiest niet op wie je verliefd wordt, je kiest niet welke kleur van ogen je dochter
heeft en hoe ze naar je kijkt en wat dat met je doet, je kiest je smaken niet echt, die
trouwens niet immobiel zijn, …
Ik heb vrienden die denken heel bewuste keuzes te maken en zo controle te hebben over hun leven en blijkbaar is dat voor hen waar. Maar voor mij geldt dat niet. Ik denk dat het leven je op bepaalde momenten aanspreekt. En dan ga je erin mee of niet, daar zit misschien een keuze. Als mensen je op een bepaald moment aanbieden om ergens naartoe te gaan, dan doe je dat. Of je doet dat niet, maar dan mis je verrassingen en schoonheid die je krijgt als je je laat meeslepen in de kansen die zich aanbieden. Ik heb steeds de neiging om dat wel te doen. Dat maakte me ook tot wat ik vandaag ben. Ik heb niet gekozen om vandaag te staan waar ik sta. Het is een resultante van omstandigheden en meegaan met de flow.
Je wordt denk ik meer bepaald door omstandigheden waar je zelf maar in zeer beperkte
mate controle over hebt, en dan nog. Aangezien men niet statisch is, is elk moment
onderhevig aan een potentiële verandering, in verschillende gradaties. Je aanvaardt
verandering of niet.

De opnames voor Adrift deed je in IJsland. Hoe ben je daar beland?
Ik heb de vorige plaat ook in IJsland opgenomen. Ik werd uitgenodigd en ben gegaan. Tien jaar geleden, bij de opnames voor mijn eerste plaat, hadden ze me dit al gevraagd. Ik was daar toen niet op ingegaan. Ik had dat wel tof gevonden, maar kon dat financieel niet aan, dacht ik. Ik heb toen jaren lang het gevoel gehad dat ik dat wel had moeten doen, dus toen ze het me opnieuw voorstelden, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Het is ook een stuk inspiratie die ik aangeboden kreeg en daar moet ik in kunnen meegaan. Ik voel mij wel thuis in IJsland en dat heeft ongetwijfeld invloed op het geluid van mijn muziek.

Adrift wordt door Knack Focus nù al als album van 2020 benoemd, een mooie erkenning! Erkenning door luisteraars is enorm belangrijk, omdat dit zich vaak niet weerspiegelt in de financiële erkenning die je krijgt voor je creaties. Maar even vaak hoor je dat muziek maken ook een noodzaak is. Om creativiteit kwijt te kunnen. Omdat het voor een muzikant vaak de enige uitingsvorm is die bevredigend genoeg is. Wat is jouw grootste drijfveer om solowerk uit te brengen?
Dat is een moeilijke vraag… ik voél dat het nodig is. Maar ook het samenwerken met
muzikanten als Lanegan heb ik nodig. En zij zelf ook. Het bepaalt mee mijn
muzikantenschap. Voor mij is het een manier om inspiratie op te zoeken. En dat heb ik
even hard nodig als ademen en drinken bij wijze van spreken. Ik heb periodes nodig om te
kunnen improviseren, intens met muziek bezig te zijn. Ik heb nood aan improvisatie, aan
inspiratie. Dat mis ik tijdens een tournee vaak, waarbij je dagelijks wel 2 uur op het
podium staat en voor de rest vooral in een tourbus zit. Maar ik heb beiden nodig, periodes
waar ik uitgeef en periodes waar ik inneem.

Foto door Koen Bauters

Wij zien jou als muzikant, maar voel je je vooral bassist of zanger?
Ik ben muzikant in het algemeen en heb ook het gevoel dat ik nog moet ontwikkelen op alle vlakken. Ik doe alles heel graag en alles heeft ook een andere functie. Als ik zing, raak
ik andere snaren aan dan als ik bas speel. Maar het voedt wel hetzelfde. Dit alles geeft
inspirerende momenten, waarop ik soms niet goed weet wat me overkomt. Misschien ben ik meer bassist, omdat dit is wat ik het meeste doe en ook omdat ik bas gestudeerd heb. Maar dat is echt moeilijk te zeggen. Ik schilder ook af en toe en dat gaat over diezelfde ervaring van inspiratie op te zoeken. Alleen krijgt deze ook écht een tastbare vorm bij schilderen. Hoewel het resultaat me weinig interesseert. Het is nooit mijn doel om een ‘mooi werk’ te maken. Maar dat moment waarop ik voel dat mijn hand ergens naartoe gaat, zonder te weten waarom, krijgt achteraf dan wel betekenis voor mij.

Als Lyenn sta je live meestal alleen op het podium. Het geeft meteen de intieme, fragiele, intense sfeer die jouw muziek uitademt.
Ja, en ik mis een band soms wel. Pas op, ik vind het heel plezant om solo te spelen, omdat ik me dan echt in alle vrijheid kan laten gaan. Maar ik heb gemerkt dat die vrijheid hem dan vooral in details gaat vastzetten, want dan kan ik echt tot in detail gaan improviseren, perfectioneren, fine-tunen. Maar met een band kan ik wel veel méér gaan doen. Het is voor mij fijner dat ik kan reageren op wat andere muzikanten doen. Ik kom vanuit een jazzscene, dus dat improviseren in interactie met anderen, is zo noodzakelijk voor mij.

Als je met andere muzikanten zou werken, is het dan vooral om samen te spelen en niet meteen om samen nieuwe nummers uit te werken?
Klopt. Ik zou dat wel eens willen doen, maar ik werk niet zo makkelijk samen met andere mensen. Dat leidt vaak tot conflicten. We merken dat bij Dans Dans wel. Ook al spelen wij al zo langs samen. Elk van ons interpreteert de ander zijn inbreng anders dan bedoeld en dat is niet evident. We zien elkaar wel graag genoeg om het overeind te houden.

Je wordt soms tussen de intensiteit van een Jef Buckley met de heerlijke stem van Tamino geplaatst, maar wie zijn jouw muzikale helden?
Ik voel me niet echt beïnvloed door specifieke personen. Er zijn er zo veel die invloed
hadden en dan denk ik zowel aan Billie Holiday, maar ook Mike Patton. Jeff Buckley
waarschijnlijk ook hé. Ik heb daar ook naar geluisterd en hij heeft me ook hard geraakt,
maar de invloed die mensen en artiesten hebben, gebeurt vooral onbewust. De naam Jeff
Buckley, Tim Buckley trouwens ook, duikt inderdaad vaker op, vooral gewoon omdat mijn
stemtimbre in de buurt zit van het zijne. En Tamino heeft een heel mooie stem. Er zit ook
iets Oriëntaals in…
Maar ik voel me niet per se door een specifieke stem geïnspireerd. Het is vooral wat er
overblijft als de stem weg is, dat inspirerend is. Wat een muzikant aan gevoel en sfeer
achterlaat nadien. Dat is bijna interne beeldende kunst (lacht).

Wat is je vroegste muzikale herinnering?
Ik, die als kind op de tapis-plein in de living lag thuis, terwijl mijn ouders naar Frank Sinatra luisterden. Ondertussen met mijn handen de tapis-plein aaiend, met de zon die op mij scheen. Ik was jong toen. Drie jaar of zo.

Je zit nu bij het label WasteMyRecords. Voelt dat als thuiskomen?
Ja, een stukje wel, omdat ik Yves ken. Ik zat vroeger ook bij zijn vorige label Munich. Het
is wel dubbel. Ik voel dat ik thuis kom en weet dat het label vertrouwen heeft in mij en
veel voor me doet. Wat ik ook wel voel, is dat er een internationaal publiek is. Ik merkte
dat toen ik het voorprogramma van Lanegan speelde. WasteMyRecords focust
commercieel vooral op de Benelux. Voor internationaal bereik, moeten er dus meer
buitenlandse contacten gelegd worden. En dat is niet zo evident. In België ben je snel uitgespeeld. Ik vind het net zo fijn om telkens voor een ander publiek, op verschillende plaatsen te kunnen spelen, omdat die interactie met verschillende soorten publiek ook inspirerend werkt. Ik zou graag een maand kunnen touren, omdat dit mijn muziek op een ander niveau kan brengen. Muziek kan veel interessanter ontwikkelen dan, ik word opnieuw op een andere manier gevoed.

Wat is het mooiste en het minst mooie aan muziek voor jou?
Ik vind stilte heel mooi. En vooral hoe de stilte verandert. Voor en na klanken. Dat moment waarop het betekenis krijgt. En het minst mooie? Er is muziek die ik niet zo aangenaam vind, maar die vind ik dan net weer zo interessant.

Heb je een ultieme muzikale droom?
Ik zou willen tot op het punt geraken dat ik een song van A tot Z volledig kan improviseren.
Met een heel mooie tekst… Ik doe dat af en toe, maar vind het niet goed genoeg of kom
niet tot een volledig nummer. Het optimale kunnen op dat vlak, zou dan zijn om met
iédereen te kunnen spelen. Op eender welk moment. Met iemand die van Brazilië komt of
Korea, gewoon even kunnen groeten, kort kennis maken en dan samen, collectief
inspireren en tot iets komen dat mooi klinkt. Binnen de free jazz kan dat iets gemakkelijker, omdat het binnen dat genre ook gangbaarder is om te improviseren en de muzikanten daar ook mee vertrouwd zijn. Ik zou dat binnen andere genres ook willen kunnen.

Met wie zou je het niet erg vinden om 8 uur mee in een lift te zitten?
Een ouwe Griek of zo… het zal alleszins een filosoof moeten zijn. Dan lijkt Socrates me wel
een interessante keuze. Of met Jan De Cock! Ik heb eerder een gesprek met hem gehad, dat heel interessant had kunnen worden moest ik minder beneveld zijn geweest, die late avond. Hij is een erg intense, vinnige denker en prater. Ik wil graag dat gesprek verderzetten waarbij ikzelf ook scherper ben (lacht). Ja, met hem wil ik wel eens 8 uur vastzitten. Of met Diamanda Galas. Dat lijkt me een meer dan interessante vrouw

Een meer dan interessante man mochten wij alvast leren kennen. Dank je wel Lyenn, voor dit fijne gesprek!

Je kan Lyenn binnenkort live aan het werk zien, dus noteer volgende momenten alvast in je agenda!

Facebook / Website

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More