We wisten al welke platen Wouter Thijssen mee wil naar zijn onbewoond eiland, maar we waren toch ook benieuwd naar welke Belgische platen volgens deze muziekkenner tot de top behoren. In maart brengt hij het album Broer uit, een ode aan diens broer en de jeugd die ze samen beleefden.

MERCELIS – Bathroom
Halverwege de jaren 90 was Jef Mercelis een mooie jonge god die best wat aanhang had in het Hasseltse. Vlaanderen was in de ban van dEUS en konsoorten, maar ik vond meer mijn gading in The Hopes And Dreams Of A Drunk Punk, Mercelis’ debuut vol kleine en grootse, meeslepende songs. Bathroom is zo’n droeve, donkere popparel over een kitchen sink drama in de marge van de zanderige Kempen.
NOORDKAAP – Hoopvol
Van het triumviraat Noordkaap/Gorky/De Mens sneden de nummers van Noordkaap toch vaak het diepst. Hoopvol is muzikaal in zekere zin een atypische Noordkaap-song. De korte, poëtische tekst kan zo op een bierkaartje en virtuoos Van Bambost strumt aanvankelijk op kinderlijke wijze één basisakkoord, maar in 3 pakkende minuten groeit het uit tot een bezwerende song, de perfecte soundtrack bij een stormachtige dag.
DE HELD – Johnny
Jo Jacobs is een ambachtsman die grossiert in intimistische, puntgave liedjes over zijn kleine, huiselijke leven. Ideaal voor een zondagochtend of laat op de avond als de volumeknop in m’n hoofd wat zachter mag. Van Johnny gaat er een heerlijke weemoedigheid uit en het bezongen alter-ego, de obsessieve perfectionist die telkens stokken in de wielen steekt, is me ook niet geheel onbekend. Heden ten dage zit Jo nog op een berg bloedmooie liedjes waarvan ik enkel kan hopen dat ze ooit het daglicht zien.
OSTROGOTH – Full Moon’s Eyes
Als piepjonge metalhead deed ik in de Gigaswing in Hasselt elk weekend devoot m’n zakgeld op aan hardrock- en metalplaten. Bijzonder kieskeurig was ik toen nog niet. Het Belgische antwoord op de new wave of British havy metal van de vroege jaren ’80 liet met Killer, Crossfire, Acid en Ostrogoth niet lang op zich wachten. De hoge toppen van Paul di’Anno-era Iron Maiden of het debuut van Angelwitch worden hier niet geschoren, maar er gaat een onbevangen charme uit van de titeltrack van deze debuutep van de Oost-Vlaamse metaltrots, vraag maar aan fanboy James Hetfield van Metallica.
GORKY – De Redder
In 1992 dompelde ik me als dromerige puber in m’n donkere kamer ritueel onder in het unieke universum dat Luc de Vos en de zijnen opriepen. Haast elk nummer van het debuut is een klassieker en in de hoedanigheid van Gorki met ‘i’ heeft Vos nooit meer zo’n coherente en consistente plaat gemaakt, wat me doet denken dat de originele Gorky-leden Wout de Schutter en Geert Bonne misschien een beetje de unsung-heroes zijn achter de eindredactie van het songmateriaal op die eerste worp, al mochten ze er van producer Wouter van Belle amper op meespelen, zoals de overlevering wil.
MARCO Z – New Year’s Eve ‘92
Marco Z kennen we natuurlijk als de man die in 2012 op de Vlaamse zenders een megahit had met het schijnbaar lichtvoetige I’m A Bird. Enigszins een vergiftigd geschenk bleek achteraf. Marco is vooral een bijzonder begenadigde songschrijver en verhalenverteller, die op zijn best is in op Amerikaanse leest geschoeide powerpop in de traditie van The Replacements, The Lemonheads en Tom Petty. Prachtige afsluiter van een sterke, wat verloren gegane plaat (Major Opportunities) waarin Marco ons meeneemt naar één of andere schoolfuif te lande in 1992.
FRANK VANDER LINDEN – Zware Schoenen
Een klepper van het uitmuntende debuut van De Mens verdient zeker mijn top 10 te halen, maar ik richt ook graag even de schijnwerpers op het intimistische solowerk van Frank Vander Linden. Een spitsvondige tekst- en songschrijver en voor wie de man solo aan het werk heeft gezien, ook een indrukwekkende, veelzijdige gitarist. Hoe weemoediger, hoe liever ik hem hoor, zoals in Zware Schoenen bijvoorbeeld.
WIM DE CRAENE – Marcellino
Mijn moeder zaliger kocht in 1990 na de Craenes trieste dood een compilatiecassette die voor altijd verbonden blijft met onze vele autoritten samen. Als vijftienjarige puber die steeds ontvankelijker werd voor poëzie en proza, raakten songs als Mensen Van 18 en Marcellino een snaar. Het is natuurlijk godgeklaagd dat de Craene eerst moest sterven om van arm Vlaanderen de erkenning te krijgen die hij altijd had verdiend.
JAN DE WILDE – Eerste Sneeuw
Een klassieker om een reden. De dromerige gitaarnoodles in de intro zetten op meesterlijke wijze de toon voor de flashback van de protagonist als ontwakend kind, betoverd door de eerste sneeuw. Wat volgt is één van de ontroerendste Nederlandstalige songteksten, van de hand van Lieven Tavernier, pakkend vertolkt door Jan De Wilde die zingt als een achtergelaten Engelse basset hond.
MARVA – Lucky Manuelo
De ultieme Vlaamse underdog-song, nota bene geschreven door Raymond van het Groenewoud en niet los te zien van de tragi-komische film waaruit hij komt. Het klinkt onnozel, maar ik krijg er telkens kippenvel van. Als worstelende muzikant in de marge voel ik me ook vaak een soort van Lucky Manuelo, vechtend voor mijn geluk en mijn gelijk en vanbinnen die kracht zoekend.


