Home Belgisch JE M’EN SEX PLEASE

JE M’EN SEX PLEASE

by Jan Van Coppenolle

We schrijven 5 december en het gaat richting Oostakker, met een wegnavigatie die uiteraard in elk hol van Pluto kompleet waardeloos is. Je M’en Sex Please is in de goed verstopte Johnny Green Giant Studio volop bezig hun debuutplaat vast te leggen. De critici waren niet mals over de eerste demo’s van de band uit Gent. Toch vielen ze hier en daar wel in de prijzen, werd de single Caveman zelfs opgepikt door Studio Brussel en spitsten niet alleen de koppige en tegendraadse recensenten hun oren. We zijn benieuwd, want volgens ons heeft Je M’en Sex Please veel Je Ne Sais Quoi…

Jochem Roegiers, Tammas Coudenys en Nico helskens met Seppe Vermeeren
© Jan Van Coppenolle

We komen bij toeval, want aan ons gigantisch gebrek aan oriëntatie zal het niet gelegen hebben, op het juiste adres aan. Jochem (zang en gitaar), Nico (gitaar), Damian (drums) en Tammas (bas) zitten tussen opnames, net op tijd voor een gemaskerd gesprek.

Als snel gaat het over de omstreden naam van de band, de vuile teksten en de ongelooflijk smerige dosis rock-‘n-roll die ze uitstralen. “We denken er niet aan wat andere mensen willen. Het gaat om muziek die ons goed doet en energie geeft”, aldus Jochem.

Hoe schrijven jullie een nummer?
Tammas (lachend): Meestal komt Nico binnen en roept IK HEB EEN COOLE RIFF GESCHREVEN! die hij dan begint te spelen…
Damian: Met de crisis en de maatregelen gaat het nu natuurlijk allemaal wat anders. We namen stukjes, riffs, drumlijnen op, stuurden die door en zo begon de uitwisseling. Die ruwe schetsen gingen heen en weer en zo evolueerde een song. Bijvoorbeeld, ik kon een beat beginnen en denken aan een type Led Zep nummer maar dat werd dan iets compleet anders naarmate iedereen er zijn ingrediënten aan toevoegde.
Nico: We hebben allemaal een andere achtergrond en stijl – Tammas is vooral poppy en… heu… metal terzelfder tijd. Damian is een punk drummer, Jochem is van de Amerikaanse school en ik van de Britse club. En ja, jij…
Jochem: Ik schrijf de smerige teksten. (lacht)
Tammas: We klooien ook niet met elkaars instrumenten en laten iedereen zijn bijdrage zelf uitvogelen.

© Jan Van Coppenolle

“Maar… we zoeken zeker dat ruwe, smerige kantje op hoor. En denken na over hoe het live gaat werken.” vertelt Nico.
Jochem: We zijn echt een live band, mensen moeten ons live zien. Dat is echt onze sterkte.
Tammas: Jochem is legendarisch op een podium, zoals toen die keer hij ging liggen met zijn hand in zijn broek, dat was impressionant!
Jochem: En mijn mama stond te kijken.

Saai kunnen we zo een optreden niet noemen!
Damian: Het maakt ook niet uit of er maar twee mensen komen opdagen voor onze show. We geven onszelf altijd volledig.
Jochem: Ik vond die keer dat er drie man was onze beste show. Weet je nog?
Nico: Dat was tijdens een poëzie-avond, in erg vreemde omstandigheden…

Damian Davila © Jan Van Coppenolle

Jullie kunnen de plaat opnemen dankzij een succesvolle crowdfunding, waren jullie verrast?
Nico: We waren verrast hoe snel het ging, erg snel zelfs.
Jochem: Het is zot hoeveel de mensen gaven en het doet deugd dat ze er in geloven.

(Op dat moment komt producer Jonathan Troch even onderbreken – “ARE YOU READY TO RUMBLE?!”. Snel afronden!)

Welke bands zijn voor jullie de voornaamste invloeden?
Nico: Toen Jochem en ik als straatmuzikant begonnen waren we vooral geïnspireerd door The Libertines. Nu is het vooral Fontaines D.C., Shame, Arctic Monkeys, …
Damian: Voor mij zijn dat The Beatles en, aangezien ik opgroeide in de jaren negentig, Nirvana en grunge.
Tammas: Volgens Spotify heb ik naar meer dan 500 genres geluisterd in een jaar.
Jochem: The Doors en Jim Morrison zijn mijn grote inspiratie.

Met welke artist zouden jullie in lockdown willen gaan?
Nico: Damian Albarn of/en Dua Lipa.
Damian: Carlos Santana, geteleporteerd uit 1969.
Jochem: Ik zou voor Mac DeMarco gaan, of Chas and Dave voor de sfeer.
Tammas: Frank Sinatra.

De band gaat terug aan de slag en we kunnen nog een aantal foto’s nemen voor we de essentiële verplaatsing beëindigen.

Een paar maand later spreken we Nico en Jochem opnieuw via een videocall nadat de band ons de eerste single Fuel heeft doorgestuurd. Twee minuten garages uit de funderingen daverende rock!

Goedenavond heren, tevreden van het resultaat?
Jochem: Iedereen is wel tevreden. We zijn altijd heel kritisch over onszelf maar deze keer durf ik er zelf ook naar te luisteren. (lacht)
Nico: Achteraf gezien vind ik het zot dat we de hele plaat op vijf dagen hebben kunnen opnemen. Hoewel we een maand voor de sessies eigenlijk volledig stil lagen waren we toch goed voorbereid. We hadden ook een goeie klik met de producer, Jonathan Troch.

© Jan Van Coppenolle

Jochem: Hij gaf ons veel vrijheid maar we zaten doorheen het hele proces wel op dezelfde golflengte. We kunnen zeggen dat het een echte samenwerking is geworden.

Op Fuel is er een strakke band te horen.
Nico: Ja ik denk dat je hoort dat we wel best veel repeteren. En onze bassist en drummer zijn levende metronomen… ni normaal. Zij hadden twee takes nodig en wij… heu… iets meer. (lacht)
Jochem: We hebben de basistracks live opgenomen en Jonathan voelde goed aan als de energie toch nog niet goed zat.

Producer Jonathan Troch, Johnny Green Giant Studio © Jan Van Coppenolle

Je hoort de groei ten opzichte van de eerste ep, die heel erg ruw klonk.
Jochem: We hebben meer zelfvertrouwen gekregen, dat klopt.
Nico: De eerste ep hebben we wel héél erg snel opgenomen. Damian had ons een maand ervoor op Facebook gevonden en Tammas heeft de nummers in twee dagen geleerd – dat was echt punk rock.

Ah, de anekdote…
Nico: Ja! Toen we nog op straat speelden waren we zo slecht dat er een hond voor ons kwam kakken… Dat was het moment waarop we besloten dat we een bassist en een drummer nodig hadden. (hilariteit)

© Jan Van Coppenolle

Je M’en Sex Please heeft net de single Fuel uitgebracht en er volgen er nog een aantal voor het album uiteindelijk het licht zal zien.