Home Belgisch LARA ROSSEEL BAND Oostende, KAAP Vrijstaat O. (01/03/2020)

LARA ROSSEEL BAND Oostende, KAAP Vrijstaat O. (01/03/2020)

by Mark Van Mullem

Al jaren doet contrabassiste Lara Rosseel menig muzikaal hart sneller kloppen of/en melomanen met verstomming slaan door haar virtuoze speltechniek, tegelijk strak en met veel souplesse en met een volle en rijke klankkleur. Rosseel beroerde de snaren in diverse formaties, samen met heel wat grote namen uit de jazzwereld. Ondertussen kun je Rosseel zelf ook gerust een begrip noemen.

© Björn Comhaire

Een drietal jaar geleden pakte de bassiste al uit met een eigen band, toen Lara Rosseel Group genoemd, een achtkoppig ensemble, waarmee Rosseel met eigen composities op de proppen kwam. Het bijzonder sterke concert dat we toen, op 27 maart 2017, mochten bijwonen in Jazzzolder Mechelen smaakte absoluut naar meer. Ondertussen is het eerste album een feit. Het werkstuk luistert naar de naam De Grote Vrouw.

Zondag 1 maart 2020 kwam de Lara Rosseel Band, opnieuw een octet, de nieuwe plaat voorstellen bij Kaap Vrijstaat O. in Oostende. Het werd een feest van wonderlijke melodieën en speelse, aanstekelijke ritmes. Ook een ode aan de klassieke jazz met een geniale kruisbestuiving door Oosterse en Afrikaanse elementen. Lara Rosseel en haar zeven metgezellen namen het publiek mee op een bijzonder mooie muzikale reis waarbij zowel de sterke composities van Rosseel als bijzondere virtuoze lenigheid centraal stonden.

© Björn Comhaire

De zingende en dwingende bas van Rosseel, het fraaie percussiewerk van Robbe Kieckens en Sep François, ook een held op marimba en vibrafoon, dat subtiele gitaarspel van Jan-Sebastiaan Degeyter of de bronstige ‘koperen bolides’ waarvoor Jan Van Moer (flugelhorn), Frederik Heirman (trombone), Stefan Bracaval (fluiten) en Joppe Bestevaar (sax) tekenden; de Lara Rosseel band wist te beroeren en ontroeren. Van bij die eerste noten van De Grote Vrouw En De Olifant tot aan de allerlaatste noot van Wilson, en opnieuw bij die enige bis. Het publiek luisterde, droomde even weg, of danste zachtjes mee op de fijne bekoorlijke ritmes.

Er werd geopend met het bijzondere De Grote Vrouw En De Olifant, gebaseerd op het boek De Grote Vrouw van Meir Shalev. Daarin verhaalt de auteur hoe hij werd opgebracht door zijn moeder, zijn krenterige zus, zijn gierige grootmoeder en twee tantes, alsook hoe hij zich later op zijn 52ste als enige nog levende man van de familie gevangen voelde tussen de vrouwen in kwestie. Rosseel vertelde ons hoe ze gefascineerd is door dit boek. Dat vertaalde zich in de bijzonder rijke en gelaagde compositie die De Grote Vrouw En De Olifant is, zeker één van de hoogtepunten in de set. Meteen ook het ideale visitekaartje voor het fraaie album dat De Grote Vrouw is geworden. Alle muzikanten kregen de kans om te schitteren in deze song, ingeleid door de bas van Lara en de vibrafoon van Sep François en met een prachtige trompetsolo van Jan Van Moer.

© Björn Comhaire

Blues 65 werd gekenmerkt door een ontroerende trompet-partij, maar ook de andere machtige blazers deden een flinke duit in het zakje van dit ontroerparcours, met extra vermelding voor de bijzondere percussie-soli en een sublieme gitaarpartij.

Present etaleerde eens te meer de ingenieuze finesse en soepelheid van Rosseel, die hier moederziel alleen speelde. Fenomenaal wat zij met die contrabas kan. Present vloeide door in het niet minder indrukwekkende ietwat melancholisch slepende La Suite, waarbij een weemoedige trompet met Lara’s baslijn in duet gaat. Het greep ons meteen bij de keel, onbeschrijfelijk mooi was dit. Weerom een hoogtepunt. In Bicycle was er aan koperblazerspracht geen gebrek, met eerst een meesterlijke trompet-partij, gevolgd door een meesterlijke ‘showcase’ van meester-fluitist Stefan Bracaval. Het fluitspel van Bracaval en de schitterende percussie-tandem Kieckens-François evoceerden een Oosters sfeertje. Ronduit zalig was dat.

© Björn Comhaire

“In het volgende nummer ga ik géén bas spelen, maar op deze vreemde vierkante doos”, kondigde Lara de compositie Panderos aan, ontleend aan de Catalaanse groep Coetus. “Met e, niet i”, grapte de bassiste nog. Robbe Kieckens vertelde over de oorsprong van dit bijzondere instrument “dat eigenlijk maar drie klanken heeft”, en hoe ze een hele week met de lokale Catalaanse muzikanten optrokken die hen het instrument leerden bespelen. Zowel Rosseel als Kieckens bespeelden ‘de vreemde doos’, Bracaval schitterde in een haast onaards mooi fluitgeluid, de prompte blazers waren een bijzonder fraaie aanvulling.

Straight Ahead, startte ietwat aarzelend, en je zou je hier haast aan een heuse tearjacker verwachten. Maar dan viel de percussie in en ontpopte de song zich tot een soort swingend maar deemoedig huwelijk van folky onaardse samba en blues, met heerlijke blazers en een geweldige gitaarpartij als fraaie bonussen. Erg bijzonder.