Op 23 januari bracht het raadselachtige Londense electro-trio PVA haar tweede plaat uit, No More Like This getiteld. Je kan de plaat bestellen bij It’s All For Fun (Secretly Distribution). Of dat een goed idee is kan je hieronder te weten komen. De bezeten klankkleur van debuut Blush is met de restjes van de kerstkalkoen weggegooid en maakt plaats voor een experimenteel, intiemer en emotioneel geladen geluid. Tot daar het goede nieuws want in essentie klinkt de plaat hierdoor vooral een pak saaier dan het topdebuut.

Er valt uiteraard veel te horen, vooral ambient electro, triphop en donkere club-klanken. Verrassend genoeg laat PVA veel ruimte om de nummers te laten ademen maar dat levert zelden een succesvol effect op. Tekstmatig gaan de nummers over angst, verlies en ontgoocheling. Vrolijk zijn de thema’s dus nooit maar desondanks gaat er toch een zweem van vertrouwen in een goede afloop mee gepaard. We zijn al ruim 6 jaar na hun spraakmakend live debuut op het Europese vasteland, meer bepaald in wat toen nog ‘den upstairs’ heette op Sonic City Festival. Dat heette dan binnenkomen met een knaller van formaat en die glansprestatie trokken ze feilloos door als ze 3 jaar later promoveerden naar het grote podium bij de voorstelling van Blush.
Wie PVA nu weer zijn vraag je? Ella Harris en Josh Baxter vormen het zingende synth-duo en Louis Satchell drumt het zaakje verder dicht. Ze startten hun carrière als protegés van Ninja Tune en Speedy Wunderground.
“Good Morning, following the moooooon”. Met een smachtende openingszin schept Ella Harris de hoogste verwachtingen en zet Rain in. “Fading kick in the distance” lanceert het nummer als een pompende electro-drone die als een mantra gedragen wordt door de afwisselende parlando teksten en gezongen fragmenten. Bijzonder straf spul dit en de verwachtingen worden meteen pijnlijk hoog gespannen. Enough presenteert Harris dan in een meer vertrouwde zangstijl, schijnbaar ongeïnteresseerd, maar immer bedwelmend. Roffelende drums en dreigende synths komen het nummer van de nodige urgentie voorzien dat meteen een heerlijke voortgang op opener Rain vormt. Ella heeft het tenslotte ook over “funny weather”.
Mate lijkt eerder te surfen op de klanken die Radiohead en Massive Attack ruim twintig jaar geleden uitstootten en hier komen ze er geweldig goed mee weg want de tempovertragingen werken nog in dit nummer. Send “me a letter and tell me you’re feeling better” klinkt positief stimulerend maar het nummer klinkt voor het eerst opzwepend. Tijdens de eerste luisterbeurten kwam dit nummer druk over maar we zitten ondertussen al in de dansgrooves verstrengeld en gaan helemaal op in wat PVA wil losmaken. Anger Song maakt ons niet kwaad maar eerder onverschillig. Het is niet van het niveau waarmee de plaat voet aan de dansgrond zette. In Peel herpakt het trio zich gelukkig meteen met de op zijn zachtst gezegd intrigerende repetitieve “I push my fingers in” tekstsnede.
Repetitiviteit was altijd een troef voor PVA maar single Boyface haalt andere wapens boven. Een hoge dosis grenzeloze energie wordt gekoppeld aan sensualiteit. Euforie en intimiteit dansen hand in hand. Het is een soort obsessief geluid dat de band doorgaans doet excelleren maar dat ze op deze plaat eigenlijk wel wat te weinig aan bod laten komen. Een clubsfeer wordt uitgepuurd en laat fuifgangers toe vrij gevoelens te uiten. Toch hebben we het gevoel dat we op een tweede en een derde versnelling zitten te wachten maar dat pedaal wordt niet verder ingeduwd. Het is mooi gezongen, het heupwiegt maar het overdondert niet.
Atypischer kan PVA niet klinken dan in het trage minimalistische Flood dat eerder mikt op de playlist van Duyster of een voorprogramma-stekje bij pakweg múm. Feit is wel dat dit rustige nummer eigenlijk een hoogtepunt vormt. En de band heeft haar muze te pakken in het slot want het zeven minuten durende Okay heeft haar naam geenszins gestolen. Denk aan Death In Vegas en laat je meeslepen door haar bezwerende groove. Halverwege volgt een break en nadien veranderen de beats in rustig kabbelende maar nog steeds beklijvende easy listening synthgeluiden. No More Like This laat ons voorlopig wat verweesd achter want individueel kunnen de nummers bekoren maar over de lengte van de plaat blijven we wat op onze honger zitten. Misschien ook omdat slotnummer Moon een geforceerd aanvoelend orgelpunt vormt en de ‘okay’ van daarnet een krachtiger eresaluut had kunnen betekenen.


