Hendirk Zwart, hoewel hij zich sonisch niet in een vakje laat stoppen, verraad zijn artiestennaam toch dat zijn muziek eerder nachtelijke tochten verkiest boven zomerse strandfeestjes. Het voorbije anderhalf jaar releasete hij – zonder dat we dat wisten, zeg! – reeds 3 albums. En toch is het geen onbekende. Het is één van de alter ego’s van Marc Neys (solo-artiest, helft van Kruip) en zijn meest persoonlijke project. Menselijke verhalen, nachtmerries ook, wisselen af met observaties uit het dagelijkse leven in Nederlandstalige, hoekig zwarte nummers.

Ook zijn nieuwe album Grip (Ploegen door het donker) beweegt zich donker tussen new wave, triphop en experimentele electro met klassieke invloeden. Nog persoonlijker dan eerder, want hij laat zien wat hij het liefst verborgen houdt: dat wat hij diep in zijn eigen ziel vindt. Niet voor watjes, want meedogenloos, over thema’s als eetverslaving, gebroken harten, overbevolking, ASS (AutismeSpectrumStoornis), depressie, medicatie, arrogantie en eenzaamheid. Scherpe bekentenissen en donkere gedachten die zich vastzetten onder de huid. Gesprekken die je wellicht liever niet met jezelf voert…
Dat vertaalt zich in 11 tracks met rauwe, onverbloemde doch poëtische teksten. Het Leven Is Een Zucht opent het album vrij zacht en zalvend, hoewel er – stil op de achtergrond – de hele tijd door een vervuild, noisy electrosound heerst. Heel wat meer spanning zit er in het onheilspellende Ik Prop Me Vol En Wacht. Ook verdriet en onmacht… De tekst wordt breekbaar gedropt als een voorzichtige poging tot weemoedige zang. En net dat maakt de emotie zo sterk, gedragen door sobere, eenzame pianotoetsen.
Onderdoor is het fantastisch donkere nummer waarin snaren trillen tussen Marcs ge-hum en trippende ritmes in de elektrosoundscape. In-somber en pijnlijk knagend tussen triggerende metronoomklanken. Als We Maar Even Stilstaan schuurt minder hard, met triphopelementen, hoewel de toon er niet vrolijker op wordt. Groen Met Geel En Blauw En Rood. Nee, geen regenboog, noch reggae. Een trage, pijnlijk omklemmende omhelzing, die evengoed een goed fout gelopen trip kan verklanken. Beangstigend mooi.
Net zoals in het aanstekelijk Te Veel – over overconsumptie, overproductie, de over-wil van de mens – speelt ritme een hoofdrol in Diepvriezer. Lekkende druppels en krakend ijs door behoorlijk extravagant snaarwerk, bubbelende elektro, en warme toetsen “Onder de soep, achter de vis. Achtergelaten, door mezelf.”
Zijn stem klinkt terneergeslagen. De piano teleurgesteld: Hier Groeit Niks Meer. Ook geen rijkelijk gevulde track. Maar dat heeft Hendirk Zwart dan ook helemaal niet nodig. Hij treft met zijn woorden, in spaarzame klanken, net omdat ze zo raak zijn. Deze Kamer Is Te Klein Voor Dit Gemis lijkt een zacht zalvende poging om te helen, maar de pijn blijft in schoonheid voelbaar. En dat geldt evenzeer Een Vloeibaar Zwijgen. “Er is bloed aan de binnenkant van mijn ogen.” Bij de start gaat Ik Weet Het Ook Niet (De Apen Dansen Weer) op datzelfde elan voort. Maar de pianoklanken worden helderder, intenser. De geruststelling als conclusie van dit album, het zit hem allemaal in het woord ‘ook’ in Ik Weet Het Ook Niet. Dat de apen weer dansen, is dan alweer alleen maar verontrustend. Bizar en experimenteel schuurt dit album van Hendirk Zwart tegen elke emotie aan, in waarachtig oprechte muziek voor bleke zieltjes, om overeind mee te blijven, wanneer de grond onder je voeten steeds donkerder wordt…




