De nieuwste worp van De Mond heet Second Life, en die titel alleen al voelt aan als een ironische knipoog. Hoe toevallig kan het immers zijn dat een recensent zijn tand breekt op de dag dat deze plaat de mondhoek werd ingeschoven? Gelukkig ging de tandarts minder creatief aan het werk dan tijdens de speeltijd op het hoofdkwartier van Ultra Eczema.

Dennis Tyfus en de zijnen hebben namelijk een nieuwe huidziekte klaarstaan: jeukend als een net ontdekte allergie en even sappig als een varkenshaasje. De sound is rauw en ongefilterd. Dat krijg je immers als je de razernij van een garageband mengt met elektronische dubs die klinken als de oprisping van een overwerkte maag? De Mond knalt uit de startblokken met een energie die doet terugdenken aan de gloriedagen van de Providence-scene; denk aan de ongepolijste luidheid van Lightning Bolt of Mindflayer. Het klinkt alsof Mixmaster Mike per ongeluk in een betonmolen is gevallen met een stapel obscure noise-tapes onder de arm, om vervolgens traag door de dikke darm van Lee Perry naar buiten te kruipen. De ‘onderwater’ neon-vocals zuigen tussendoor onzuivere lucht door een snorkel naar binnen en klinken daardoor even wereldvreemd als dwingend.
Deze plaat balanceert constant tussen de kelder, de club en de planeet Mars. Het is een vreemde kakofonie die viert dat muziek nog steeds ongefilterd mag zijn. Lokale dj’s hadden het al snel door: dit spul werkt net zo goed tussen een setje electro en hiphop als in een zweterige kelder.
Voor wie houdt van ongetemd muzikaal avontuur: niet twijfelen. Dit is ideale materie voor vreemde zeecreaturen die graag optredens meepikken in De Nor nadat ze uitgeput hebben liggen opladen in hun eigen nat. Of zet de plaat op repeat in de wagen en rij met open ramen door de dichtstbijzijnde carwash.


