Terwijl ze in Mechelen toch nog regelmatig eens checken of die funderingen van Het Predikherenklooster nog stevig vast staan na de doortocht van WASTE op het binnenplein daar, vorige zomer, namen de Maneblussers toch het risico om deze allesverzengende, denderende, hyperstrakke geluidsorkaan met mokerslagen aan de lopende meter, opnieuw naar Mechelen te halen.
Vrijdag 16 oktober 2026 speelde het onvolprezen combo ten dans in de solide vertrekken waar Concertzaak Mechelen gevestigd is, nu mét het prachtige debuutalbum Scream Until It’s Beautiful onder de arm. Dat ten dans spelen mag je letterlijk nemen trouwens. WASTE stuwde hun geniale, explosieve, brute kracht en onweerstaanbare grooves door de zaal, zowat iedereen tot een stevige sing-along en work-out dwingend, met sommigen die zich aan een moshpit waagden.
Waste brak het kot gecontroleerd vakkundig af, zonder genade, raasde door een ongelooflijke pompende en en verschroeiende set, ons meenemend in die zalige roes.

Het feest van vitaliteit van WASTE werd voorafgegaan door het Rotterdamse Fellatio, die ook al wat fijne grooves de zaal instuurden, die gepaard gingen met hun aparte mix van krautpop, postpunk en indierock. De boomlange frontman, met dandy-poses die ons aan Jarvis Cocker deden denken, liep al snel de zaal in, met angstaanjagend kille blik, vreemd genoeg niet interagerend met het publiek. Een bevreemdende ervaring. De muziek van het gezelschap klonk als een soort mix van The Doors, Pulp en Joy Division of ook Devo, met hier en daar zotte grooves en kapotte keys. En hoorden jullie ook dat Peter Gunn-riedeltje?
De vocalen schurkten bij momenten aan bij James George ‘Foetus’ Thirlwell, Thurston Moore en met wat goede wil, ook Nick Cave. Veel kudo’s aan de bassist die wel heel veel fraaie klanken uit zijn instrument toverde. Fijne percussie, donkere en funky baslijnen, en die spacey keys maakten dit tot een fijne act, en goede opwarmer. De vreemde handelingen van de vocalist wierpen vooral vragen op en leidden ons een weinig af, maar het zal wel een reden hebben, allicht.

“Finding beauty in chaos”, luidt het devies van WASTE. En dat zouden ze opnieuw etaleren en bewijzen die vrijdagavond. Even over de klok van negen was het zover en wandelden zanger Jef Jenaer, Anella Sepp (gitaar, stem), Robbe Bastiaenssen (percussie), Brent Nijs (gitaar) en bassist Niels Valgaeren het podium op, klaar om ons compleet murw te spelen en ons – dat gaven we al weg – de workout van ons leven te bezorgen. Alweer.
Van bij die eerste prompte noten van Auto Pilot tot aan de broeierige afsluiter Dog House werd het een weergaloos stevig feest vanjewelste. Met die moddervette baslijnen van Valgaeren, haast onnatuurlijk strak en intens, en zo lekker. Dat onweerstaanbare geniale brute gitaargeweld van Nijs en de niet minder fijn gitaargloed van Sepp en dan die mokerslagen die Bastiaenssen vanachter de drumkit uitdeelde.
Wow. Een bronstige brok energie, oep ons bakkes.

Met een ronduit geweldig Mom, “My mom, she’s always there”, instant killers als If I Had A Gun en natuurlijk Urges. Of die andere knaller Hey Johnny dat werd ingeleid met de “Here’s Johnny”-sample uit The Shinning, op de hielen gevolgd door een bronstig Go To Heaven.
Wanneer de band een raggend en razend Couldn’t Be Bothered door de zaal joeg, betrapten we er ons op dat we IDLES maar een braaf bandje vinden, dat nooit dat geniale lawaai en de drive van WASTE zal overtreffen. Enfin, het is maar een persoonlijke bedenking natuurlijk. En hoe strak en funky klonk de uitvoering van deze song? Wow! Valgaerens bas for the win!
Nog zo’n hoogtepunt in de set was zeker Tantrums, met eerst een weinig ingetogen en zuinige percussie om dan binnen de kortste keren mokerslagen uit te delen en hel te doen losbarsten, vanaf de schreeuw van Jenaer. Met een haast onaardse bas, geweldig gierende gitaren, meer heerlijk geschreeuw en gezang, een brok energie. Retestrak en moddervet gespeeld. WOOOW.
Heel erg sterk was ook het epische Wide Awake, dat gestuwd werd door een melodie op de achtergrond die zo hard op A Forest lijkt, dat het dat allicht ook gewoon is wat we hoorden, terwijl spanning opgebouwd werd, om even te versnellen en ontploffen om daar weer in Cure-modus uit te deinen. Straf.

No rest for the wicked. Dus werden we getrakteerd op de absolute mokerslag die Get Up nog steeds is. Gitaargalore, tempo en knallen! Alles kaput, met toch ook een kort rustiger momentje met een subtiele baslijn van Valgaeren om dan weer flink te knallen.
Toen Discothéque werd ingezet, was het, voor zover dat nog niet het geval was, alle remmen los bij het publiek en zo verwerd de Concertzaak tot een kolkend dansende, zweterige massa, terwijl hier en daar een zuinige moshpit ontstond. De band knalde en raasde zich als bezeten door deze hit, in een allesverzengende roes, vol vuur en passie en het daagde ons dat de finale nu ingezet was.
“We hebben er nog eentje over, Mechelen”, beloofde Jenaer. Om dan onverbiddelijk te eindigen met een poignant en bloedstevig Dog House, waarbij iedereen danste of zijn of haar leven ervan afhing, en de band zich nogmaals compleet smeet.

En toen zat onze work-out er weer op, we waren vijftig minuten verder. Moe en meer dan voldaan, en hongerig naar het volgende sendige dansfeest met WASTE!



