Voor de vijfde keer al zetten De Grote Post, Muziekclub De Zwerver en Kunstencentrum KAAP samen de schouders onder een van de boeiendste kleine festivals van Vlaanderen: Push The Button. Veertien bands en dj’s zetten De Grote Post in vuur en vlam en ze deden dat van 18u tot 4u de volgende ochtend.
Wij bleven een dikke vijf uur schipperen tussen de meer experimentele acts in de Dactylo zaal en de dansbare bands in zaal De Kleine Post. De dj-sets lieten we voor wat ze waren.

Het was mooi weer buiten en 18u is, ook in Oostende, nog vroeg op de avond en dus arriveerden we in een nog vrij dunbevolkte Dactylo zaal voor het eerste optreden van de dag: Natasha Pirard. We zagen Natasha al meerdere keren aan het werk en het is iedere keer genieten van de tedere nummers uit haar recente album Fernande, Cecile waarin ze een ode brengt aan haar moeder en grootmoeder.


Een tape-loop met het geluid van een zingende merel vergezeld van ijle synthklanken, zo begint de set van Natasha. Meteen is duidelijk wat je de komende 40 minuten mag verwachten: ingetogen verstilling vertaald in fragiele en iets minder fragiele klanken. Hoewel Pirard veelal uit haar meest recente album put, zijn haar optredens toch altijd een beetje anders. In het ene nummer is het de analoge tape die de spil vormt waarrond het nummer cirkelt, een andere keer is dat het wat vreemde strijkinstrument in de vorm van een omgekeerd kruis dan wel Pirards stem.
Op het einde van de set kregen we als toemaatje nog een nieuw nummer, geen idee hoe het heet maar het klonk alvast veelbelovend en ook wel een stuk duisterder dan haar vorige album. De zaal was ondertussen flink volgelopen en met z’n allen ging het richting De Kleine Post voor onze eerste portie danszweet met Kunde.

Ook Kunde zagen we al enkele keren aan het werk, maar dit was pas het tweede concert ter promotie van zijn recent verschenen album Late Bloomer. Op die plaat gaat Joram Kunde Boumkwo verder door op waar hij in Dandelion mee begonnen was: de zoektocht naar zijn identiteit. Nog veel meer dan op zijn vorige plaat trekt Kunde op Late Bloomer daarvoor de danskaart (bestaat dat eigenlijk: een danskaart?).





Het eerste wat we konden vaststellen was hoeveel Kunde gegroeid is qua performance en podium présence. Wat een verschil met het toch wat onzekere optreden dat we twee jaar geleden zagen tijdens Jazz op de Heide. Versta ons niet verkeerd, ook toen maakte hij veel indruk tijdens de nummers, het waren echter de momenten tussen de nummers waar het soms wat ‘awkward’ werd. Niets daarvan in Oostende, Kunde en band zetten een heerlijk energieke en swingende set neer, top!
Wie nooit last gehad heeft van awkward momenten op een podium (of dat denken we toch) is Fred Gata. Gata is niet alleen een heel fijne man, het is ook een echt podiumbeest. Hij is een van de gasten op Kundes plaat – naast Helena Casella, Tenisshu en Okon – en samen met Joram bracht hij Bittersweet, een stomend nummer waarin funk en hiphop hand in hand over het podium struinen, zij het met slepende pas.

Terug naar zaal Dactylo waar de laatste Belgische band van de dag stond te popelen om hun binnenkort te verschijnen album voor te stellen. Op het podium Mattias De Craene en de drie heren van Black Koyo – Hicham Bilali (guembri, zang, qraqueb), Ismael Akhraz (zang, qraqueb) en Marwan Abantor (zang, qraqueb) – de Belgisch-Marokkaanse gnawa band.
Enkele weken geleden verscheen de eerste single Molay Abdellah Cherif uit die plaat en op 8 april is single nummer twee aan de beurt. Op het album staan allemaal herwerkingen van Marokkaanse gnawa traditionals. Typisch aan gnawa muziek is dat de liedjes opgebouwd zijn rond een eenvoudige melodielijn – noem het een riff als je wil – die steeds opnieuw herhaald wordt.




Muziek als een mantra met als doel je langzaamaan in een staat van trance te brengen. Het is bij trance muziek niet anders, alleen doen de heren van Black Koyo het helemaal analoog gebruikmakend van hun stem, guembri (snaarinstrument) en qraqueb (soort van klepperende percussielepels).
En Mattias De Craene dan? Die brengt de gnawa naar de 21ste eeuw door toevoeging van sax en elektronica. De combinatie werkt uitstekend, benieuwd naar het album! Straffe set!

Over naar de in de VS geboren maar in Berlijn wonende Sorvina. Ook Sorvina mengt, zoals Kunde, hiphop met soul, r&b en een scheut gospel maar dan helemaal anders en vooral op zijn Amerikaans. Vorig jaar verscheen haar album Oh, The Places You’ll Go en daar werd gretig uit geput.
Energie was er in overvloed en dat was ff wennen voor het traditiegetrouw wat onderkoelde, Vlaamse publiek. “Ik ben Amerikaans en dus geloof ik erg in audience participation“, liet ze al na het eerste nummer weten, waarna we allemaal moesten meebrullen en in één slag alle vaart uit de set werd gehaald. Enkele nummers verder was het weer van dattum en nog enkele keren moest het publiek eraan geloven tijdens alweer een meezingmoment of een sit down.


Sorvina laat zich inspireren door de zwarte muziektradities en viert in haar muziek haar Afrikaanse-Amerikaanse afkomst met referenties naar helden als Lauryn Hill bijvoorbeeld maar we hoorden ook James Brown (Sex Machine) en Kris Kross (Jump) passeren. Entertainend, optimistisch en geweldig gedaan allemaal, en toch kon het ons maar matig boeien.
Hopelijk zouden de Bitchin’ Bajas (ook uit de VS) dat wel doen. Technische problemen zorgden voor een kleine vertraging maar 10 minuutjes later dan gepland, konden we toch plaatsnemen op de tribune in Dactylo.

De drie heren van Bitchin’ Bajas – Cooper Crain, Dan Quinlivan en Rob Frye – zijn al meer dan 15 jaar bezig en hebben al heel wat werk uit met muziek die zich situeert aan de psychedelische kant van het muzikale spectrum. Synths (al dan niet modulair), effectpedalen, sax, dwarsfluit en elektronische fluit zijn hun werkinstrumenten.
Ze begonnen energiek met twee tracks uit Bajascillators uit 2022. Pulserende, repetitieve en traag evoluerende synth-sequenties lanceerden ons richting hogere sferen terwijl de sax zalvend tussen de staccato klanken heen walste. Goed begin!



De andere albums van de Bajas tappen veelal uit een ander, veel rustiger vaatje. De keuze om de set met de meest opzwepende nummers te beginnen en vervolgens over te schakelen op enkel nog rustige songs, is er niet een die wij zouden gemaakt hebben. Het haalde de vaart uit de set en hoewel elk van de nummers in de set pareltjes waren, zag je de volgepakte zaal toch stilaan leeglopen. Het feit dat DJ Lefto Early Bird in De Grote Post aan zijn set begonnen was en dat Fauna in De Kleine Post op het punt stond van wal te steken, zal ook niet geholpen hebben natuurlijk.

De laatste band waarvoor we met plezier nog eens van zaal verwisselden, Fauna dus, komt uit Gotenburg (Zweden) en mag zich graag presenteren als een soort van beestenboel bestaande uit individuen met een eigen verhaal. Dat is natuurlijk bij elke band zo, maar bij hen viel het misschien net iets meer op.
We hadden ons huiswerk niet goed gedaan en wisten dus totaal niet waaraan ons te verwachten. En wat een geweldig meevaller was dat! De achtkoppige band begon aan hun 40 minuten met een langzaam aanzwellende crescendo van geluid waarna het dansfeest kon losbarsten. Wauw!





Veelal instrumentaal en grotendeels akoestisch, blies Fauna het stof uit de luidsprekers terwijl het Oostendse publiek stilaan zijn dansbenen leek te hebben gevonden.
Geïnspireerd door Midden-Oosterse klanken bracht dit internationale gezelschap pompende dansmuziek gelardeerd met een flinke scheut psychedelica en andere geestverruimende ingrediënten. Geen pose, nul procent fake, zalig!
En zo liep voor ons de avond in Oostende op zijn einde, maar wat een geweldige avond en wat een geweldige festival editie was dit alweer. Tot volgend jaar!
Natasha Pirard – Kunde – Mattias De Craene – Black Koyo – Sorvina – Bitchin’ Bajas – Fauna


