Home Belgisch NORDMANN

NORDMANN

by Björn Comhaire

Nordmann ontstond in 2012 als uitvloeisel van een uit de hand gelopen improvisatiesessie. Acht jaar later is de band meer levend dan ooit en zijn ze toe aan hun derde album In Velvet. Hoe dat zo gekomen is en wat het nieuwe album betekent voor hen, bespraken we met Dries Geusens (bas), Elias Devoldere (drums/synth) en Mattias Devoldere (saxofoon).

Elias Devoldere, Dries Geusens en Mattias De Craene © Björn Comhaire

Terugkijkend, hadden jullie toen de band ontstond ooit verwacht vandaag te staan waar jullie staan?
Mattias: Da’s natuurlijk een heel abstracte vraag. Maar ik denk dat we wel een zot traject hebben afgelegd. Zowel als muzikanten apart als als band. We hebben verschillende ep’s gemaakt en dit is ondertussen al ons derde album… elk heeft zijn evolutie gehad en onze nieuwste klinkt helemaal anders dan wat we vroeger gedaan hebben. We hadden dat niet zien aankomen, maar we hebben er wel voor gewerkt.

Dachten jullie van in het begin al dat dit wel eens een langetermijnproject zou kunnen worden?
Elias: Dat wel ja.
M: We hebben toen al beslist dat we er iets mee gingen doen.
Dries: Het klikte onmiddellijk, ook muzikaal.

Als je naar jullie opeenvolgende albums en ep’s luistert dan merk je dat de muziek steeds een beetje verschuift, zonder dat dit daarom bruusk gebeurt. Hebben jullie dat zichzelf opgelegd of gebeurt dat gewoon?
E: Ik denk dat dat heel organisch gebeurt. Omdat we zelf veranderen, door de nevenprojecten waar we aan werken, maar ook omdat we niet altijd hetzelfde willen blijven maken.
M: Vroeger hadden we zoiets van: “Wij zijn Nordmann, wij maken muziek en we zetten die op plaat”. Ik denk dat we nu voor het eerst echt bewust een richting hebben gekozen. Waar willen we naartoe met de band en wat willen we nu écht vertellen. Daarom is deze plaat ook anders, er is veel meer over nagedacht.

Hoe ging dat dan vroeger?
D: Bij de vorige platen gingen we er altijd vanuit dat we ook live moesten kunnen brengen wat we in de studio deden. Op deze plaat hebben we dat idee opzijgeschoven. We wilden echt een studioplaat maken. Wilt er iemand piano spelen of willen we wat beats, dan doen we dat gewoon. Puur in functie van de muziek op zich.

Is dat ook omdat jullie de definitie van de band wat hebben bijgesteld. Minder als een live band en meer als studioband?
M: Ik denk dat we ook wat af wilden van dat jazzrock gegeven en onszelf wilden heruitvinden. Sowieso blijf je natuurlijk wie je bent en dat is ook in deze plaat niet veranderd. Je hoort op deze plaat nog altijd dat we Nordmann zijn.

Wie stuurt dan die verandering van richting?
M: We zijn echt een zeer, soms té democratische band. Dat gaat soms gepaard met veel woorden en noten.

Nu je er zelf over begint, in de perstekst stond dat er best wat animositeit was tijdens het uitwerken van het album?
D: Zeker. Een plaat maken, dat is echt een intens proces. In de aanloop naar de opnames in de studio zijn we twee keer een week ergens samen gaan werken met vier man. We hebben dag en nacht gewerkt. Af en toe heb je dan andere ideeën en dat botst soms, maar uiteindelijk komt er altijd iets sterkers, beters of iets fris uit.
M: Da’s logisch ook. Als je vier meningen hebt zou het raar zijn moest je allemaal hetzelfde denken. Er is ook geen bandleider, één iemand die zegt: “Hier zijn twaalf nummers en nu gaan we die zo goed mogelijk spelen.”
D: Ik denk dat het daarom ook een plaat van ons samen is.
M: We hebben er echt heel hard samen aan gesleuteld. We gaan daarbij op zoek naar iets dat voor ons vieren, sinds kort vijven, comfortabel voelt om te spelen. Het heeft geen zin om iets tegen je zin te spelen ook natuurlijk.
D: Je merkt ook dat je soms eerst niet helemaal blij bent met een nummer, maar als je er blijft aan werken dat het uiteindelijk wel iets wordt waar je je ding in kwijt kan. Dat is een lang maar ook interessant proces, zeker als je met vier mensen bent die allemaal artistieke inbreng hebben.

Zijn er achteraf toch dingen waarvan je denk “we hadden daar beter een andere keuze gemaakt?”
M: Tgoh ja, dat heb je altijd hé.
E: De muziek is nooit af, zeker als je zelf iets aan het maken bent kan je blijven sleutelen. Maar nu is dat proces afgesloten. Zijn er dingen die beter konden, dan zullen we die live beter doen.
M: Op een bepaald moment moet je gewoon verder gaan. Natuurlijk weet je elke dag, week, maand of jaar iets meer en luister je met een ander oor. Maar de plaat is wat ze is en wat ze was op dát moment.

Jullie zijn altijd veel met improvisatie bezig geweest, heeft het feit dat er nu een stuk elektronica is bijgekomen daar een invloed op? Hebben jullie nog evenveel ruimte om te improviseren?
Allemaal samen: Meer!
E: We spelen sommige nummers zoals ze zijn maar soms, zoals onlangs in het Rivierenhof, plakken we daar bijvoorbeeld een volledige intro aan. Of we maken bruggen tussen de nummers.
M: Wat is improvisatie ook? Je hebt vrije improvisatie maar je hebt ook improvisatie binnen een kader. Neem nu het eerste nummer op de plaat, Cryptonym, dat is een geïmproviseerde saxlijn. Die zit wel binnen een vast idee en een vaste structuur maar verder is die helemaal geïmproviseerd. Zo zijn er nog wel momenten waarop er wel geïmproviseerd wordt maar die minder geïmproviseerd aanvoelen.
D: We kennen mekaar ook al een tijdje, we spelen al lang samen en voelen mekaar goed aan. Als Mattias bijvoorbeeld de lead heeft in een bepaald deel en we voelen dat we wat langer moeten opbouwen dan doen we dat gewoon. Ook met elektronica kan dat makkelijk. Da’s gewoon een knop waar je op moet duwen en dan loopt die vier maten langer!
E: Op de plaat is de impro wel schaarser omdat we hebben gekozen voor afgelijnde nummers. Er zijn ook minder solo’s dan vroeger, maar live gaan we die wel blijven spelen natuurlijk.

Coverart In Velvet © Tobias Jansen

Nu je het zegt, ik kreeg bij het beluisteren van de plaat de indruk dat de saxofoon deze keer iets minder centraal stond dan vroeger en dat de gitaar af en toe wat meer op de voorgrond kwam. Voelen jullie dat ook zo aan?
M: Ja, misschien wel. Het ding is dat er ook veel meer instrumenten op de plaat staan. De vorige twee platen waren echte live opnames met ons gevieren, dan krijg je al snel dat ik de melodieën speel en improviseer. Nu zijn er meer laagjes omdat er ook meer instrumenten zijn, dat geeft mij ook meer de ruimte om soms wat naar de achtergrond te gaan.
E: Vaak is er meer sax dan je denkt omdat ze nu ook verschillende andere functies aanneemt zoals het creëren van een soundscape. Het laatste nummer bijvoorbeeld bestaat vooral uit gitaar maar daaronder ligt een saxofoonbasis.
M: Dat was vroeger ook wel altijd een punt tussen Edmund en mij. Hij speelde vaak de “sheets of sound”, legde de tapijtjes en dan ging ik daar boven. Terwijl hij zich afvroeg waarom we dat niet eens konden omkeren. Toen ging dat niet want ik speelde droog sax maar nu gebruik ik meer effecten. Dat geeft mij meer ruimte om een andere rol te spelen.

Komt dat ook door je solowerk omdat je daar veel meer met effecten speelt? Ik denk bijvoorbeeld aan jouw recente solo-ep.
M: Uiteraard. Dat ep’tje is ook maar een zoektocht voor mij. Hetzelfde geldt ook voor Elias, Dries of Edmund. Je merkte dat ook toen we terug samenkwamen om te repeteren. Iedereen had wel wat addities aan zijn set-up: een synthesizer erbij, pedalen van vroeger die weg zijn, een drumcomputer… iedereen heeft zo zijn eigen evolutie doorgemaakt.

Jullie hebben opnieuw samengewerkt met Jasper Maekelberg in plaats van Koen Gisen. Vanwaar die keuze?
E: Vooral omdat we een studioplaat wilden maken. Bij Koen zou dat ook kunnen natuurlijk want hij heeft dat bij The Boiling Ground ontzettend goed gedaan. Maar toen speelden we bij hem alles live in één ruimte. Deze keer wilden we echter sommige stukken samen opnemen, andere stukken net niet zodat we die later konden bewerken. We gingen echt voor een geproducete plaat.
D: Het is een andere manier van werken.
E: We hadden al met Jasper gewerkt en hij wou zelf ook nog eens met ons samenwerken.
D: Zo was de cirkel al snel rond.
M: Ik voel dat ook aan als een cirkel. Het is eigenlijk een nieuwe eerste plaat. Ons “oude” eerste plaat was ook met Jasper. Ook “wijs” om dat nog eens met Jasper te kunnen doen.

In hoeverre heeft hij mee het geluid bepaald van het album?
M: Hij heeft daar een goede laatste hand in gehad. We hebben heel veel zelf gedaan en zijn met een nieuwe sound bij hem gekomen. Hij is redelijk vroeg in het proces eens langsgekomen en heeft toen tips gegeven hoe we de zaken het best konden aanpakken. Maanden later hadden we dan al een vrij goed uitgewerkte plaat en uiteindelijk is hij zich daar dan weer beginnen mee moeien.
D: Hij heeft ons wel gestuurd doorheen het voorbereidingsproces. De manier van werken ook. Op een bepaald moment waren we gewoon demo’s aan het maken, zoals vroeger, met een cassetterecorder of zo maar hij zei: “Je moet dat allemaal apart, multi-track opnemen.” Dan zijn we terug opnieuw begonnen aan de nummers die we al hadden. Dat heeft veel tijd gekost maar het was uiteindelijk een grote meerwaarde eens we in de studio zaten.
E: Sommige pre-producties staan echt wel verrassend dicht bij de plaat. Maar dat komt ook wel door die sturing die we van hem kregen waardoor wij harder op zoek gingen naar een bepaalde klank.
D: Hij durft ook echt wel keuzes te maken en moedigde ons aan om, eens we een keuze gemaakt hadden, daar helemaal voor te gaan. Op een bepaald moment moet je afronden. Zeker in de mix heeft Jasper dat bijzonder goed gedaan en een groot deel van de finale sound bepaald.

Jullie maken vrij filmische muziek en één van de nummers die mij op dat vlak het meest intrigeert is Boats/Marseille. Het deed mij denken aan de sfeer uit de Franse film van de jaren 70. Zijn jullie zelf bezig met dat soort associaties?
M: Dat blijft eigenlijk vrij abstract, soms is dat niet zo en soms net wel. Je hebt dan een bepaald gevoel of beeld en probeert dat met de titel wat te sturen.
D: Elias heeft de basis voor dat nummer in Marseille geschreven. (lacht) Vandaar de titel.
E: Titels geven dan later het gevoel weer dat je tijdens het creëren had.
M: Boats/Marseille was eigenlijk een werktitel.
E: Ja inderdaad, ik zat letterlijk aan die haven, en Mattias vond dat die titel wel iets had.

© Björn Comhaire

Ik weet natuurlijk ook niet in hoeverre mijn beeld van dat nummer gevormd wordt door die titel…
M: Dat is natuurlijk iets wat wij kunnen meegeven. Omdat je instrumentale nummers maakt is het ook een beetje onze “verantwoordelijkheid” om een titel te verzinnen. Meer kunnen wij niet doen dan die van artwork te voorzien en titels.

Jullie zijn ondertussen heel goed op mekaar ingespeeld, was het dan niet moeilijk voor Thijs om als buitenstaander bij de groep te komen?
D: Thijs speelt al even met Elias in Hypochristmutreefuzz en met Edmund in The Milk Factory dus zij kennen mekaar al goed. We kennen Thijs ook al langer als een maat en het is ook gewoon een keigoede muzikant.
M: Je moet natuurlijk af en toe een klein beetje bijsturen maar dat is logisch, we zijn met vier en weten waar we naartoe willen. Het is een beetje zoeken maar het gaat eigenlijk supergoed.

Het kan voor jullie ook een moment zijn om jullie eigen speelstijl en interactie in vraag te stellen.
M: Da’s zeker zo, het maakt het weer wat frisser. Iemand nieuw om naar te luisteren als je aan het spelen bent.
D: Naar improvisatie toe geeft het onmiddellijk ook een ander klankpalet. Elias en ik kunnen dan echt als ritmesectie spelen en de drie mannen vooraan, daar ontstaat een heel ander verhaal. Da’s een soort van extra dimensie die erbij komt. En Thijs doet dat bijzonder goed.
M: Hij kan soms wel heel agressief uit de hoek komen, vooral niet in zijn ogen kijken. (lacht)

Heeft er iemand van jullie toevallig een Main Coon kat?
M: Da’s wel grappig, ik heb die titel verzonnen omdat ik eigenlijk zo’n beest wil hebben. Maar ook met de lockdown zaten we in een Main Cocoon. Dan in zo’n cocoontje zitten met zo’n grote kat…

De titel van het album In Velvet en het feit dat jullie graag met blauw licht werken tijdens liveoptredens, zijn die gelinkt aan David Lynch?
M: Hoogstens een subtiele knipoog, niet meer dan dat. De muziek wordt er soms aan gelinkt, de filmische sfeer en zo. Maar het gaat meer om de sfeer en het gevoel dat de plaat uitstraalt. Er is geen directe link.

In Velvet ook omdat het geluid was zachter is geworden?
M: Exact.
D: Het past er mooi bij vind ik, wat meer gepolijst.

Het eerste nummer steekt er dan wel een beetje uit.
M: Da’s ook wel nog grappig. Het eerste nummer is eigenlijk helemaal anders dan de rest van de plaat. Dat was ook iets waar we even over gebabbeld hebben: waar moeten we dat nummer zetten op de plaat? Het is misschien leuk om met het eerste nummer nog een knipoog te geven naar de oudere versie van Nordmann. De rest van de nummers zijn echt een heel nieuwe wereld.

En het laatste nummer is dan al een voorbode van de volgende plaat…
M: Wie weet

In een interview uit 2015 hebben jullie ooit gezegd dat jullie niet graag oude nummers spelen. Als jullie nu live spelen is dat ook alleen nog met werk uit In Velvet of gaan jullie toch nog af en toe eens wat ouder werk spelen?
M: We willen dat eigenlijk wel graag doen. We zijn daarin wat veranderd en we snappen het ook wel. Als je naar een concert gaat is het wel leuk om een aantal herkenbare nummers te horen. Het is wel taai om die oudere nummers op een goede manier in de set te verwerken.
E: Maar we doen het wel. Het is niet dat we echt hits hebben maar er zijn wel nummers die iets bekender zijn en dan steken we die er in.
D: Sommige dingen zijn wel minder evident geworden. Ikzelf speelde vroeger met een gigantisch aantal effectpedalen. De bas klonk op de vorige platen meestal vuil en overstuurd. Op deze plaats klinkt de bas eigenlijk super clean, dik en rond en veel directer. Die oude nummers nú spelen met deze setup is voor mij veel moeilijker.
M: Da’s waar we nu voor staan denk ik. De plaat is klaar en nu kunnen we ons focussen op de liveshows en dat is, denk ik, wel een deel van de challenge. Misschien spelen we zelfs nog eens iets uit de allereerste plaat.
D: We spelen nu toch al een of twee oude nummers met Thijs erbij. Hij heeft die oude nummers nooit gespeeld en dan doe je nu soms dingen waarvan je denkt: “Hey, da’s supertof om te doen, spijtig dat we toen die mogelijkheden nog niet hadden!”
M: We merken ook dat er in de oudere nummers veel minder plaats is voor Thijs. Die zitten soms zo hard in mekaar geknutseld… enfin het is een fijne uitdaging die eraan komt.

Komen er binnenkort weer wat liveoptredens?
M: Ja vanaf oktober.
D: 31 oktober in de Handelsbeurs. Er staat een toerneetje vast in het najaar en dan hopelijk in het voorjaar van 2021.

Hoe ziet de toekomst eruit voor jullie, jullie gaan nog even door?
M: Ja, we hebben onderling ook al gepraat over wat de toekomst voor Nordmann zou kunnen zijn. Ik heb ook wil zin om vrij snel aan een nieuwe plaat te beginnen. We hebben een nieuw elan gevonden en dit is voor ons een beetje het afwerpen van de jazzrock mantel. Echt een nieuwe, frisse plaat. We hebben zeker nog ruimte om in die richting door te werken.
D: Met Thijs erbij zijn er gigantisch veel mogelijkheden.

De muziekindustrie is heel sterk in formats opgedeeld, zowel op de radio als bijvoorbeeld in playlists. Waar zien jullie zich nu als band?
M: We weten vooral in welk hokje we niet willen zitten. Om het even welk hokje waar we nu weer ingeduwd zullen worden, daar zijn we echt niet mee bezig.
E: Muziek maken voor op de radio is nooit ons ding geweest. Als we dat zouden willen, dan hadden we het wel anders aangepakt. Misschien zouden we dan al gestart zijn met een zanger…
M: Toch verdienen we dag rotatie op Studio Brussel! Dat moeten we hebben. (lacht)

Dan geef ik dat zo door aan Studio Brussel (lacht). Nog laatste woorden?
M: Wat we met deze plaat vooral willen meegeven is dat we nu een heel nieuwe vibe hebben. Een nieuwe wereld van Nordmann!

Je kan Nordmann live aan het werk zien op:
31/10 – Handelsbeurs, Gent
07/11 – Close Encounters, Magdalenazaal, Brugge
12/11 – Trix, Antwerpen
16/11 – Het Depot, Leuven
20/03/21 – Kunstencentrum Nona, Mechelen (met Simon Segers)

You may also like