Home ReviewsAlbum ReviewsWALRUS – Gierzwaluw

WALRUS – Gierzwaluw

by Mark Van Mullem

Nu bij Yevgueni nog even de pauzeknop ingeduwd is, zitten de betrokken muzikanten allesbehalve stil. Zo was er de soloplaat van Klaas Delrue, die dra zijn solotour afrond en ook leek voor Geert Noppe, toetsenist bij Yevgueni (en bij Hooverphonic) de tijd rijp voor een verder album van diens band Walrus. Gierzwaluw klinkt tegelijk heel vertrouwd en toch ook heel anders. Een plaat vol sfeer, ongedurigheid en rusteloosheid, maar ook schoonheid. Vraag is of de Gierzwaluw ook effectief landt?

Joris Caluwaerts (Magnus, The Go Find en STUFF.) tekende voor de productie, wat zich mooi uit in een ruimtelijk geluid, soms klein en sober, dan weer breed warm en filmisch met een rijkdom aan instrumentatie, zonder dat het ooit druk wordt. Gierzwaluw baadt in melancholie en verwondering en de fraaie nummers en arrangementen zitten wat in het straatje van Kowzi, Spinvis en Air.

WALRUS © Guy Kokken

Een van onze absoluut favorieten van de plaat, en dat was een instant ervaring van bij de éérste luisterbeurt, is zeker de openingstrack Toen hij even niet aandachtig was geweest. Met de eerste confrontatie met die aangename stem van Noppe. En bijna denk je dat je in de koortjes Boudewijn de Groot hoort. En lijkt die passage “in tussentijd, terwijl hij andere plannen maakt”, niet een heel klein beetje op de zanglijn in Prikkebeen? Machtige opbouw van deze compositie ook, op gang getrapt door fikse drums en films van Arnout Hellofs, en dan in een zwoel tempo zich verder stuwend. Fraaie keys, zuinige gitaren en wat een prachtige tekst ook. Luister zeker ook goed naar het verhaal dat hier verteld wordt.

“De dagen worden korter en er is steeds minder tijd”, klinkt het in Blijf nog even onder water op een opgedreven, gejaagde synthbeat, met massa’s sfeer. De warme stem van Noppe legt als er een zacht laagje bovenop. Zelfs als die wat Air-gewijs vervormd wordt. De nerveuze Duracell-beats staan in mooi contrast me ontspannen, meerstemmige zang ook. En wat een melodie, zeg. Geen wonder dat dit een van de single-keuzes voor het album was.

Aarzelende keys, als repetitief riedeltje, strijkers en Noppe die vocaal opent en ons verrast met diens prachtige vocalen. Zo presenteert Dit is het mooiste blauw zich aan de luisteraar, om dan helemaal open te bloeien tot een machtig mooie compositie. Erg pakkend gezongen, vol gevoel. De strijkers zorgen voor de nodige dramatiek en melancholie, de subtiele keyboard partijen en ingehouden drums doen de rest. De tekst verhaalt hoe iets prachtigs wordt bedreigd door wat zich van buitenaf opdringt. Misschien zou deze song ook wel in het Yevgueni-oeuvre passen, al zijn we natuurlijk al vertrouwd met Noppes stem voor dit juweeltje.

De pianoriedel waarmee Boek (Dit heb ik al gelezen) opent, ontstond thuis aan de piano, de tekst ging mee op tournee met Hooverphonic en eens thuisgekomen was het klaar. Veel zuinige elektronica, soms wat vervormd en half kapot, voorzichtige gitaren, en bas, en het riedeltje dat verder de lead neemt, daarover Noppes vocalen in dit verhaal over steeds weer in een zelfde patroon te banden, ook al zou je dat moeten kennen.

Oneindig tot de tweede macht is bijzonder. Een gitaarriff die het tempo aantikt, kamerbrede toetsen die zo uit een soundtrack van een nog te verzinnen film komen, ingenieuze drumpartijen, nog meer dramatiek uit de keys en fraaie strijkers van Jeroen Baert en Seraphine Stragier (SunSunSun). En noppe die vertelt, declameert en zingt. De oorsprong van de compositie ligt bij een filmpje waarin Angelo Badalamenti vertelde over David Lynch, wat meteen het filmische karakter kan verklaren.

Yeti is een knap instrumentaal nummer, de besneeuwde bergen en ‘De Grote Sneeuwman’ of Yeti mag je er zelf bij denken. Fraaie synthpop, bijgeluid met een dun gitaarlijntje en fraaie percussie. Het tempo doet ons denken dat we de Yeti volgen op een van zijn tochten doorheen het besneeuwde berglandschap.

Wat? Nightmare On Elmstreet? Een andere horrorclassic? Die keys die ’s Nachts poetst zij het huis inzetten, doen ons spontaan een beetje griezelen en net dáár aan denken. Fantasie op hol, misschien. Dat enge ritme wordt de hele song aangehouden, met ook nog meer dramatiek met meer toetsen, een trage, donkere baslijn en gulle zuinige angstaanjagende gitaar noise van Pieter Peirsman. Dan blazers, of zijn dat toch ook keys.

De tekstuele thematiek blijkt minder onheilspellend dan de klankkleur. Het gaat om een oude moeder die blijft zorgen voor haar volwassen zoon. En wat als zij er straks niet meer is? De moeder van Freddy Krueger? Een lichtjes geniale weerbarstige song vol verrassingen, deze dan toch niet horrorclassic. Ook een favorietje van ons? Goh, wat denk je?

WALRUS © Guy Kokken

“Maar zolang je niet in bed kruipt, lig je nergens wakker van”. Iedereen is moe (Brokkelbrein) ademt onrust uit van het hoofd dat versnipperd raakt door alles wat voortdurend om aandacht vraagt. Allicht herkenbaar voor menigeen. “Dit brokkelbrein, ten einde raad, iedereen is moe maar niemand slaapt”. Erg mooi gezongen, de tromboneklanken van Tom Verschoore, zijn een mooie toevoeging op de vibe van deze song, ook gedragen door Maarten Van Mieghems bas. Behoorlijk poppy. Wat ons betreft wordt dit de volgende single uit de plaat.

Lichtjes verstoorde saxklanken, potige percussie en zuinige keys openen Foto’s van de fotograaf waarop Noppe de zanglijn inzet. De wat dystopische sax blijven op de achtergrond kleuren, terwijl de nodige elektronica en percussie wordt toegevoegd. Behoorlijk broeierig sfeertje, traag en loom en gelijk ook gejaagd. En voor je het weet is het lied weer voorbij. Wat ontspoorde keys, de sax van Alban Sarens kenmerken Ik heb vaak aan jou gedacht, eerst ingezet door een Bon Iver-achtig koortje, dat dan verder niet gebruikt wordt terwijl het arrangement groter wordt, waarop alles stilvalt.

De plaat wordt besloten met een walsje, het walsje van een bijzondere vogel. Een ode aan de rusteloosheid van de Gierzwaluw, of ook van elk van ons soms? Over het vuur vanbinnen dat weigert stil te vallen, vol verlangen en levenslust, de wil om te blijven bewegen. En misschien wil de gierzwaluw ook helemaal niet landen.

De song start met een breekbare piano, en met veel weemoed, ook in de zang van Noppe. Meer dan zang en piano hoor je eerst niet en je waant je in een Patrick Watson-miniatuurtje. Wanneer wat later drums invallen, zwelt de sfeer verder aan, met ook fijne, zachte gitaar en basklanken. En plots is het dan gedaan, de song uitgestorven, de vogel gevlogen. Wat een prachtig nummer om deze mooie plaat mee te besluiten.

Dit vierde album van Walrus is een prijsbeest, laten we daar niet flauw over doen. Misschien wel hun meest complete en geïnspireerd plaat tot nog toe. Sfeervol, energiek en met stuk voor stuk fraaie composities, waar veel werk en liefde is in gestoken, dat merk je. Of hoe de band de lat meteen hoog legt voor de volgende worp. Al hebben we er het volste vertrouwen in.

We  hebben natuurlijk zo onze favoriete nummers, maar dat kunnen er morgen andere zijn. Al is het ideaal om het album in zijn geheel te beluisteren en zo nog beter in het verhaal te komen, en in de sfeer. Luisteren maar, niet wachten tot de gierzwaluw landt!

Facebook – Instagram – VI.BE


You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More