Home ReviewsAlbum ReviewsBROEDER KROM – Deus ex Machina (Broeder Krom)

BROEDER KROM – Deus ex Machina (Broeder Krom)

by Mark Van Mullem

Een kleine drie jaar na Zen, heeft singer-songwriter Luk Corluy onder diens alter ego Broeder Krom opnieuw een volwaardig album klaar. Deus ex Machina heet die eclectische tweede plaat. Ne zanger is ne groep, en zo werkt Corluy voor Deus ex Machina opnieuw samen met gitarist Steve Ceulemans (Red Red), met de Californische gitarist Roger Kunkel (Thin White Rope, Thin White Rose) en met percussionist Arnout Hellofs (Hooverphonic), die ook de mix en mastering voor zijn rekening nam. Corluys zoon Josse speelt de prompte baslijnen op de plaat.

Gemelde topmuzikanten als Kunkel, Ceulemans en Hellofs, bespelen natuurlijk ook meerdere instrumenten, zoals ook op dit mooie nieuwe project van Corluy. Deus ex Machina is behalve onder meer een exploratie van en confrontatie met het mens-zijn en -dom (of ook dom mens zijn?), ook een rijk muzikaal en eclectisch pallet geworden, waarbij de muzikanten de soms donkere, steevast poëtische verhalen van Corluy met brio muzikaal inkleuren en vaak ook excelleren in hun kunnen op dit fijne plaatje.

Een bundel verhalen, in een verkwikkend muzikaal landschap: voer voor fijnproevers!

Katafalk ©  Vaclav Jiracek

Het album opent met Intro π, een bijzonder sfeervolle, atmosferisch slepend én beklemmende coming of age, dronerige soundscape. Met veel shoegaze-ambitie en vol opgebouwde spanning, een ritmesectie die klaar staat om te knallen maar dat dan net niet doet, maar de spanning aanhoudt, net dan niet tot een catharsis leidend waarop de compositie weer zachtjes subtiel uitdooft. Steve Ceulemans beroert de synths, bariton- en surfgitaar, met extra gitaren van Roger Kunkel. De zuinige percussie is van Arnout Hellofs. De machtige compositie handelt over de inherente mini-chaos der dingen en baadt in de sfeer van Grote Dagen. Alleszins: een perfecte manier om ‘in’ het verhaal van Deus Ex-Machina te komen.

Een luttele seconde na het intimistische en beklemmende Intro π ronken de gitaren gul in het bluesy en poppy De Kinderkop. Ceulemans laat zijn twaalfsnarige gitaar vol weelderige gloed klinken, waarover Luk Corluy de wat filosofische, erg poëtische en lichtjes melancholische tekst zingt met warme stem. De bas van Josse Corluy en drums van Hellofs vormen het cement van deze potige, heerlijk rockende song, met poppy én bluesy vibes.

“Mijn vader is een kinderkop, de schoonste steen die ik ooit zag, een steen met hoeken af…” klinkt het aan het begin van het verhaal, waar bij het besluit ook de verteller zegt een kinderkop te zijn. Een erg sterke tekst, over een bijzonder catchy melody. Eigenlijk hitparade-materiaal en een song waar pakweg Stijn Meuris jaloers op zou kunnen zijn. Het zou zowel in het Monza, Meuris als Noordkaap-plaatje passen, denken we dan.

De band zelf noemt Deus ex Machina “een dronkenmansdans van mensen die niets meer te verliezen hebben”. En dat dekt aardig de lading. Zelfs de banjo van Roger Kunkels klinkt behoorlijk beschonken, terwijl Corluy de weinig bemoedigende confrontaties met en reflecties over het mensdom op ons loslaat.

De stem valt éérst in: “Waar zijt ge bezielde hand alziend oog nu ge nuttig zijt en nodig, want de mens is een monster”, luttele seconden later die ‘dronken banjo’. In deze fase van Deus ex Machina is de link met Tom WaitsBone Machine-album snel gelegd, vooral qua klankkleur dan. Maar dan ontwikkelt de compositie zich behoorlijk apocalyptisch in alle broeierigheid, met steeds wanhopigere zanglijnen van Corluy. En veel lekkere gitaar-galore van Kunkel. Net wanneer de song in absolute catharsis en distortion belandt, ei zo na Sonic Youth-gewijs, sterft de muziek dan even uit en weerklinkt een gebed van de 15e-eeuwse polyfonist Johannes Pullois, onder sfeervolle synths en dreigende pauken van Hellofs.

“God, waar zijt ge, louter nergens, of zomaar dood, door wijzen weg bewezen, in het ongerijmde? De mens is een monster.” Het drieluik Deus ex Machina houdt ons een spiegel voor, in drie bedrijven, en doet dat op geniale wijze. Niet de meest toegankelijke brok van de plaat, maar wel lichtjes ingenieus en subliem gedaan.

“Ben ik zoals jij zegt? Clown meer dan vriend. Ben ik in gekte feilloos voorspelbaar?”, vraagt de ik-persoon – vertolkt door Corluy – zich in De Clown af. Hij doet dat over verdwaalde synths en omnichord, en met subtiel uitwaaierende gitaarklanken van Ceulemans en gestuwd door een dwingende drive. Het is een Nederlandstalige bewerking van een klein akoestisch cursiefje van Thin White Rope, waar Roger Kunkel nog bij speelde.

The Clown Song was al lang een lijflied, dus het moest er ooit van komen”, aldus Luk Corluy. Waar het origineel een melancholische, quasi gemompelde mijmering is over een ik-figuur die niet kan connecteren met zijn vriend, zit er in de versie van Broeder Krom meer frictie in de dialoog tussen twee stemmen: stem en tegenstem.

Neigen dan de bomen? sleept zich aanvankelijk loom en donker op gang en verder, met haast vermoeide zang van Corluy, met een op de loer liggende dreiging en psychedelische klanken om dan in de derde minuut in heerlijke wereldmuziek uit te monden, met een groove geïnspireerd door Fela Kuti én Fools Gold van The Stone Roses. En er gebeurt veel in die net geen vijf minuten. Met geweldige gitaren van Kunkel en Ceulemans die ook de mandoline bespeelt, prompte bas van Josse Corluy, losse percussie en strak drumwerk van Hellofs. Heerlijke track.

Een Leeuwerik is een lied voor en over Elliott Smith, de singer-songwriter die in 2003 overleed. De band brengt de 19e-eeuwse romantische lyriek van De Leeuwerik in combinatie met een stukje Es ist vollbracht uit de Johannes Passie van Johan Sebastian Bach, en poogde er ook de klankkleur van Smith in te stoppen. Bijzonder, en vooral: missie volbracht!

Corluy zingt en croont het prachtig en pakkend, “zou het dat jij een leeuwerik bent”, met zuinige instrumentatie: akoestische gitaar van Kunkel en met Hellofs op drums, piano en op synths. Erg mooi, deze ode aan Elliott Smith, met verrassende wendingen, zoals die polyfone en haast sacrale passage, machtig vocaal gebracht door Corluy. Es ist vollbracht.

Het bluesy Ik maak het goed klinkt behoorlijk onheilspellend, als gemankeerd liefdeslied. En je vraag je af of het ooit wel goed komt voor de betrokkene(n). Deze withete voodoo blues klinkt desperaat en urgent, wanhopig ook. De blues kruipt onder je huid. Corluy zingt vol gevoel, de pijn van de hoofdrolspeler goed vattend, met bijzonder fijn gitaarwerk van Ceulemans en Kunkel, met Hellofs op drums en percussie, synths en piano, in dit donker liefdeslied.

So Long Krom vormt het feestelijke slotakkoord van de plaat. Het gezelschap haalt alles uit de kast. Het swingt en baadt in een tropische groove, met ook samenzang en veel sfeer en emotie. Mano Negra, Think Of One en Les Negresses Vertes schieten ons spontaan te binnen, ook opnieuw Fela Kuti maar even goed Guido Belcanto. Maar het is het eclectische Broeder Krom dat hier de debatten op Deus ex Machina sluit met deze feestelijke en tropisch mix van blues, psychedelica an afrobeat. Sterk!

Het album is reeds uit sinds 3 maart, hoog tijd dus voor ons om dat te ontdekken én aan te prijzen, nu is het aan jou! In april komt er normaliter ook een vinyl uit van Deus ex Machina.

De foto op de voorzijde heet Katafalk en is het werk van Václav Jiráček, de lay-out is van Katrijn Oelbrandt.

FacebookVI.BE

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More