Het Antwerpse duo Freek Vreys en Jan Boudart toerde eerst met Liam Grant en toen die zijn eigen weg ging mochten de twee een residentie doen in Dropa House bij het duo Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen die net samen Tashi Dorji hadden gevormd.
De Vlaamse Primitieven mochten de twee shows openen en wat we horen op Brandstichters En Oplichters is wat ze de eerste avond live brachten. Alles geïmproviseerd natuurlijk zoals het duo het elke keer opnieuw doet. Met een soort moodboard (sfeerbord) dat ze zelf hebben gemaakt brengen ze zichzelf in de stemming die ze willen, waarna ze beginnen te tokkelen.

Vreys speelt zessnarige gitaar, Shruti Box, banjo en wat percussie terwijl Boudart 6- en 12-snarige gitaar, banjo, zither en een sleutelvedel ter hand neemt. Die veelheid aan instrumenten zorgt voor een brede keuze voor de heren en tevens voor een zeer wisselende klankkleur van wat er wordt gebracht.
Het album, op vinyl voorgesteld op het Knotwilgfestival (4AD), bevat twee stukken, gewoon aan elke kant van de plaat een nummer opgedragen aan de groten in de schilderkunst en de poëzie of woordkunst. De brandstichters en oplichters uit de titel, al dan niet in dezelfde volgorde.
Verwacht bij De Vlaamse Primitieven geen wild getokkel dat alle kanten tegelijk op vliegt. Het mag dan allemaal soms wat rauw klinken, de sfeer is intiem, schoonheid primeert en het duo is fervent liefhebber van minimalistische drones en folkmeesters als John Fahey en Robbie Basho. Er zitten echter net zo goed Oosterse raga-invloeden in als Amerikaans primitivisme.
Ze bouwen rustig op, kennen elkaars stijl door en door waardoor ze quasi exact weten in te schatten wat de ander zal doen of welk instrument op een bepaald ogenblik de voorkeur zal genieten. Daardoor klinken de twee stukken eigenlijk niet alsof ze ter plekke zijn ontstaan terwijl dat wel zo is. Net als op hun album Lucht Van Een Andere Planeet kunnen we alleen maar met flapperende oren van bewondering luisteren naar deze plaat en ze telkens opnieuw zijn rondjes laten draaien.



