And Also The Trees, het is en blijft een vreemd fenomeen. Wie ze kent, omarmt ze. Wie nog nooit van hen gehoord heeft, zal hen waarschijnlijk voor eeuwig en altijd links laten liggen. Hun faam in de underground heeft deels te maken met hun aparte sound, maar ook met de manier waarop ze ontdekt werden.

In 1980, ja zo lang geleden, stuurden ze een demo naar The Cure. Robert Smith en zijn kliek waren ferm onder de indruk en vroegen hen om in Engeland mee te gaan op tour. Vier jaar later verscheen hun debuut dat geproducet werd door Lol Tolhurst. Het leverde hen airplay op bij de legendarische John Peel. Doorbreken deden ze niet, maar talloze Cure-fans wilden er het fijne van weten en gingen op zoek naar muziek van de band uit Worcestershire, wellicht de Britse stad met de moeilijkste naam om uit te spreken.

And Also The Trees kreeg vooral een grote cultaanhang in Frankrijk, Franstalig België en Duitsland. En sinds een paar jaar laat ook Nederland van zich horen en dat is de verdienste van Marcel Verhaar, grote fan en de man die hen programmeerde op Vestrock waardoor er zonder twijfel heel wat nieuwe fans bijgekomen zijn. En dat na decennia zwoegen.
We zijn ondertussen al lang de tel kwijt de hoeveelste plaat The Devil’s Door is, maar het zijn er veel, want op die bijna 50 jaar (!) zat de band nooit stil. En steeds met hun herkenbare sound die het best te vergelijken valt met – kwestie van zeer kort door de bocht te gaan – met het troubadoursschap van Nick Cave, ook al klinkt And Also The Trees simpelweg gewoon als And Also The Trees.

De band heeft nooit geëxperimenteerd met hun sound, hooguit kwam in hun latere carrière het accent wat meer op het akoestische aspect te liggen, maar met The Devil’s Door wordt resoluut teruggekeerd naar de oude dagen. Vertrouwde fans zullen het nieuwe kleinood waarschijnlijk zonder al te veel morren een plaatsje in hun collectie gunnen, nu nog de rest van de wereldbevolking.


