Na de eerste dag van We Are Open nipt te hebben overleefd, kwamen we onfris en vooral niet uitgeslapen aan voor de slotdag van het eerste muziekfestival van 2026. Bij het binnenwandelen van Trix botsten we direct op Pyo, een bundel zenuwenergie met een drumcomputer-hart.
Vanaf de eerste beat was het raak. Pulserende baslijnen, hoekige gitaren en synths die recht uit een neon-doordrenkte eighties-nacht leken te komen. Postpunk met dansbenen. Geen stijve zwarte jassen in de zaal, maar heupen die het ritme volgden. Frontman Karel Piot bleek even praatgraag als bezeten.
Tussen twee nummers door vertelde hij over hun tour in Zuid-Korea en stuurde vervolgens kankerharde clubbeats rond onze oren die de set dreigden te verstoren. Zijn laatste single Dog & Bone herstelde de broeierige jaren tachtig-set, waar synths systematisch de basis vormden, de drums strak en mechanisch tikten en zo de zaal veranderden in een dansvloer waar melancholie en euforie hand in hand sprongen. Karel speelde niet alleen een concert, maar bouwde een tijdmachine waar iedereen gewillig in mee stapte.


Geen entree met vuurwerk. Bianca Steck stapte het podium van de grote zaal op zoals een gedachte je hoofd binnenwandelt. Voorzichtig. Filmisch. Een warme trompet zette in over opgenomen spoken word. Geen fanfare, maar een fluistering van koper.
De klank echode en duwde de song zachtjes vooruit. Eerder zwoel, sensitief, bijna breekbaar, hand in hand met de fragiele ontwapening van Emilíana Torrini. Het was een broos begin dat stelselmatig in harmonie werd verweven. Laag voor laag.
De muziek voelde even weerloos als Bianca’s stem, maar hield het geheel ook recht. Alsof de band zei: val maar, ik vang je wel. Er zit een dromerige verteltoon in haar performance. Ze schildert met woorden. Geen rechte lijnen, maar waterverf die uitloopt in hoopgevende melancholie. Halverwege tilde de trompet het geheel wat op. Niet luid, zodat het publiek geboeid stil bleef hangen in de klank. Bianca Steck bewees vanavond dat broosheid geen breuklijn is, maar een fundament.




Terug in de kelder, waar we de eerste dag veel goeds zagen, trad Guess op. Je hoeft geen detective te zijn om te horen waar ze de mosterd haalden. Het geheel rammelde onbeschaamd richting Pavement, en precies daar lag hun verdienste. Zonde dat de songs de richting van de eeuwige geeuw verkozen. De frontvrouw schuifelde onzeker over het podium en leek bang voor haar eigen schaduw. Maar de avond was jong en de affiche kleurde optimistisch.
Zeker bij de eerste band die op papier voor iedereen heel apart en interessant leek: The Wild Classical Music Ensemble, ontstaan uit de sociaal-artistieke non-profitorganisatie wit.h in Kortrijk, waarbij vier van de zes leden een mentale beperking hebben. Ze speelden een heerlijk eerlijk optreden waarin spontaniteit en improvisatie een grote rol speelden.
Ze slaagden erin om de geest van Arno te vertalen naar wat een succesvol zijproject had kunnen zijn. Veel percussie zonder kraut te zijn, polyfone ritmes die mede door de leadzanger veel toevoegden aan het geheel. Een geloofwaardige set waar veel andere artiesten iets van kunnen leren. Het Nederlands met haar op dat de toetsenist uit zijn botten sloeg, was ook een performance op zich. Achteraf werd aan de merchandisestand duidelijk dat de band veel zieltjes had gewonnen. Hoera! Hoera! Hoera!




Eenmaal terug beneden passeerden we het project Moenen & Mariken. Een kunstzinnige performance die zorgde voor de alchemie tussen woord en techno, maar vooral zenuwachtig klonk en ons liever buiten in de koude, waar vapes ronde wolkjes bliezen in de ijle lucht, liet acclimatiseren.
Wij volgden de kankerverwekkende wolkjes naar de kelder. Daar zagen we Lindy Versyck met een minimum aan apparatuur een maximale emotionele impact genereren. Geen Björk van den Aldi die opzwepende trance voorschotelde; ze knutselde een hypnotiserende mix van avant-gardepop en indietronica in elkaar die soms kinderlijk naïef of broeierig dreigend klonk.
Vooraleer Maarten, de technicus, als reddende engel de feedback kwam stelen, hoorden en zagen we fraaie en voorzichtige abstracte dancemoves terwijl gitaarsamples opstegen en uiteenvielen als pianotoetsen. Door het kleine technische mankement leek het of de duivel haar lichaam overnam. Het kwaad was geschied: de voorzichtig startende Lindy werd omgetoverd tot een bezeten figuur. We kozen opnieuw voor bovengrondse veiligheid.


Eenmaal op de begane grond bleek Slow Crush voor een apocalyptische ravage te zorgen. De vorst der duisternis heerste in de vorm van de stoere Isa Holliday, die haar tent voor drie kwartier op het hoofdpodium opstelde. Ze was versmolten met haar gitaar alsof het een aangeboren lichaamsdeel betrof.
Deze band speelde met zoveel energie en vurige overtuigingskracht dat ze niets meer te bewijzen hebben, lieten ze niet merken, en ze gaven vol van katoen met een zware shoegaze. Het geheel werd kracht bijgezet door zorgvuldig gekozen solo’s die niet zouden misstaan op The Black Album en een levensgrote backdrop met bijhorende videoprojecties. Deze band heeft het wat ons betreft nu al gemaakt.




Rust kon ons redden. De stoute Ciska Ciska vloekte al van genot na de openingsronde. De tintelende riedeltjes voelden wat onbehaaglijk en deden wat de vorige song deed, maar dan rustiger. Na het derde nummer werd er nog een versnelling teruggeschakeld en rolden ze figuurlijk een romantisch tapijt uit over veiligheid. Een ode aan Valentijn. Eén enkele fan werd dol van de “oh oh ooohs” en stak de handen in de lucht zoals gekke types doen bij dubieuze Amerikaanse priesters. Tussen hoop en troost bleven ze adequaat in kwaliteit, zelfs in stijgende lijn. Op het Valentijnmenu stond fragiele folky americana, en daar nam de volgelopen club enorm smakelijke happen van. Bon appétit!





In tussentijd sluipten we even binnen bij Dressed Like Boys, die groots klonken. En zangers met een marcelleke aan kunnen weinig misdoen. Jelle Denturck is een buitengewoon getalenteerd muzikant en ook een man met een missie. Dat toonde hij aan de hand van een woke verhaaltje over zijn goede vriend Jawad. Kort en bondig: laat mensen in hun waarde. Alsjeblieft. Voor de rest stond hij mooie, intieme en melancholische liedjes te spelen met een bijna even nostalgisch instrumentarium.



Aan commerciële diners hoeven Gull House niet te denken. Toch werd er in de aanloop naar de nakende punkvloed een bromance gesmeed tussen een vrolijke Frans en een halve bizon. Mooie taferelen die enkele tellen later zouden ontploffen in de moshpit. Het was slechts een kwestie van seconden voor het kot in brand stond.
De zanger kromde zijn rug meer dan osteopaten voorschrijven. Na een daverend begin klonk het gul: “Wij zijn uit Diest, we hebben nog tien nummers, dat duurt een kwartier.” Een korte set door mannen met arrogante smoelen die het gaspedaal volledig induwden. Versnellingen zijn voor mietjes zou hun motto kunnen zijn. Een energieke mix van garage, hardcore en punk. Meer moet het niet zijn. BAM!




We hadden de afgelopen 24 uur iets te veel indrukken opgedaan en hunkerden naar een warme, geluidsdichte kamer met een heerlijk matras in het midden van de ruimte. Deze droom werd nog even doorprikt door de straffe strot van Fred Gata. De met roomboter ingesmeerde schuurpapieren stem van Fred bracht voor ons het slotstuk van een plezant weekend. Ze brachten ons een eerlijke, rauwe en verbindende ervaring die balanceerde tussen een intieme soulrevue en een energieke hiphopshow. Ideaal om de heftigheid van de luide gitaren van ons juk te gooien.


Na de laatste noten hoorden we in de hal dat er in zowat elke zaal een kortsluiting bij elektronische acts was begonnen. Tijd voor ons om de ogen te sluiten en stiekem terug te keren naar onze persoonlijke geluidsdichte kamer, waar we ons opsluiten tot de volgende editie van WE ARE OPEN. Want wij… we are closed.
PYO Instagram
FRED GATA Facebook – Instagram
GULL HOUSE Facebook – Instagram
DRESSED LIKE BOYS Facebook – Instagram
CISKA CISKA Facebook – Instagram
SLOW CRUSH Facebook – Instagram
TJE Facebook Instagram
BIANCA STECK Facebook – Instagram


