Het kan soms raar lopen. We ontvingen een paar weken geleden de cd Short Stories van ene Willem Heylen. Nog nooit van gehoord en we vreesden eerlijk gezegd ook een beetje het ergste. Vooringenomen een beetje, zeker dadde, maar met een artiestennaam als de zijne dachten we aan een of andere singer-songwriter die wat zeemzoeterige liedjes in het Vlaams zou kwelen met begeleiding van minimale orkestratie. Onze weinige haren kwamen al recht van ongemak.

De Belgische gitarist blijkt echter een zeer veelzijdige muzikant te zijn die zowel jazz, folk als vrije improvisatie aankan en actief is / was binnen een waaier aan projecten, waaronder Aki, Cinema Paradiso, Alver en zelfs in het popwereldje opduikt bij onder meer Stef Bos, Leki en Kommil Foo.
Zoals we ons altijd voornemen, luisteren we sowieso naar een paar nummers. Als de braakneigingen te erg worden, zetten we het schijfje wel af. Dat blijkt echter helemaal niet nodig. Zingen doet Heylen namelijk niet, behalve hier en daar wat klanken die mee zweven op zijn snarenspel. Inderdaad: hij bespeelt op Short Stories niet alleen de akoestische gitaar, maar speelt ook op een fretloze banjo, fretloze gitaar, elektrische gitaar en zelfs de zither.
Dat zorgt voor een grote variatie tussen de nummers. Soms neigen ze ietwat meer naar jazz, dan naar folk maar net zo goed dragen ze een oriëntaalse of abstracte sfeer in zich. De invloeden zijn dan ook heel ruim, van Dylan tot Robbie Basho zonder dat Heylen zijn eigen stijl uit het oog verliest.
Ook omdat hij het bij het gros van de nummers eerder aan de korte kant houdt, hij gaat zelden over de drie minuten en een groot deel van de negentien stukken hangt eerder rond de twee minuten, gaat het ook nooit vervelen.
Het enige nadeel van die grote hoeveelheid nummers is dat het moeilijk blijkt te zijn om de aandacht er volledig bij te houden van begin tot eind. Niet dat het gaat vervelen maar het wordt zo toch een hele zit.
De Antwerpenaar had al een soloplaat uit, Meditations (2016), en belandt nu op een Australisch label voor de opvolger, toch inzake soloplaten. Of hoe Heylen en de labelwereld geen grenzen meer kent.


