We vallen even meteen met de deur in huis: Fence is hét synoniem voor funky, catchy rock! Tenminste, dat dachten we. Komen de heren na 30 jaar toch wel niet aandraven met een nagelnieuwe plaat die harder rockt dan ooit tevoren! Begrijp ons niet verkeerd, het blijft allemaal verdomd catchy vinden we, maar het klinkt vuiger en minder gepolijst dan voorheen. Komt het omdat ze met nieuwe drummer Wim Coppers iemand hebben ingelijfd die we kennen van snoeiharde bands zoals Wiegedood, Crouch en Oathbreaker (om slechts deze te noemen)? Het zou zomaar kunnen. Of heeft het toch eerder te maken met het thema van de plaat? Nobody Gives A Fuck gaat over de ontgoocheling in de huidige gang van zaken in de wereld. Dat er één en ander behoorlijk scheef loopt met de mensheid staat zelfs niet ter discussie, voorbeelden in overvloed. En toch, het lijkt wel alsof Nobody Gives A Fuck. Meer straight in your face had een albumtitel dus niet kunnen klinken. Dan mag het al eens een beetje scherper en ruiger door de speakers schallen dachten de heren van Fence.

De drie OG’s, Meindert Leenders, Lieven Verdin en Niels Hendrix, zijn na 30 jaar duidelijk niet aan hun zwanenzang toe. Eerder integendeel vinden we. Nobody Gives A Fuck is niet enkel een bom van een titel, het is ook een knaller van een album geworden! Zoals ze zelf stellen is Nobody Gives A Fuck een “niet te overziene shitload aan jengelende gitaren, denderende drums en zompige baslijnen, opgesmukt met een hoop overbodige toeters en bellen en daarover een hoop prekerig gekweel.” We mogen dan wel eerder geschreven hebben dat het harder rockt dan ooit maar hoeveel rockbands ken je die erin slagen om pakweg klarinet, sax, dwarsfluit en viool in de songs te pleuren zonder dat het op de zenuwen werkt? Rock? Jawel, maar met een hoek of twee af.
Rode draad doorheen de carrière van Fence? Dan is het antwoord steevast de samenzang van het drietal hetgeen door het leven zou kunnen gaan als zouden het de Limburgse Beatles zijn – en nee, wij overdrijven nooit! De koorachtige zang staat bij momenten bijna haaks op de chaotisch klinkende passages die ze ten berde brengen. Al die elementen samen zorgen ervoor dat Fence nooit iets aflevert waarvan je denkt het al eens elders gehoord te hebben. Ook een absolute winner wat ons betreft: geen twee nummers op de plaat klinken hetzelfde door alle toevoegingen maar niettemin is er altijd de herkenbaarheid in hoofdzaak door de zangpartijen. Kortom, Nobody Gives A Fuck grossiert in songs – elf stuks om precies te zijn – waarbij we er niet in slagen om een favoriet naar voor te schuiven. Single Awakenings zouden we ergens een streepje voorsprong geven maar net omdat het een vooruitgeschoven song is en we die dus al vaak gehoord hebben, is dat niet geheel fair. Het blijft wel absoluut een track die harder swingt dan alle swingers in de swingersclub samen – en ja die vergelijking slaat vanzelfsprekend helemaal nergens op maar je begrijpt niettemin ongetwijfeld wat we bedoelen. Geloof ons vrij als we zeggen dat het méér dan de moeite waard is om Nobody Gives A Fuck een luisterbeurt te gunnen zelfs als je nergens een fuck om geeft! Het zou je zomaar eens zin kunnen geven om toch minstens een fuck te geven om muziek. En nu stoppen we met de scheldwoorden vooraleer er hier een KNT-label op gekleefd wordt.



