Woensdagavond in Muziekcafé Bed had alles mee om een vol huis te garanderen, behalve het weer, té goed. De lente hing als een warm deken over de stad, de terrassen lonkten heftig naar iedereen die zich op straat begaf en dus bleef het binnen opvallend luchtig bevolkt. Jammer voor de toog, maar niet voor het Gentse trio dat als Bergaf door het leven gaat, de eerder magere opkomst kon de Sturm und Drang niet temperen.

Dat is ook een beetje hun ding. Sinds hun ontstaan rond drummer Astrid Van Ingelgom – die volgens de overlevering pas begon te drummen na een half-grappige opmerking op een verjaardagsfeest – is Bergaf een band die vooral leeft op goesting en volume. Met bassist Gert Decraene en gitarist/zanger Vince Delhaye bouwen ze aan een geluid dat redelijk schaamteloos leent bij wat we alt rockwise vooral in de nineties hoorden: hoekig gruizige gitaren, dito baslijnen en onorthodox opgebouwde songs die liever kop-vooruit stormen dan netjes eindigen.

Die ingesteldheid vertaalde zich woensdag in een set die rammelde waar het mocht en knalde waar het moest. Schoonheidsfoutjes? Zeker. Maar niemand die daar ook maar één seconde om maalde. Integendeel, het gaf de nummers iets ontwapenends, alsof je naar een repetitie keek die per ongeluk te goed klonk.
De set bestond grotendeels uit de nummers van hun titelloze debuutep – vier korte, vinnige tracks die live nog een versnelling hoger worden getrapt – aangevuld met nieuw werk dat mikt op een eerste langspeler, waar momenteel nog volop aan gesleuteld wordt.
Geen grote concepten, geen arty farty aanstellerij, wel riffs die blijven plakken en refreinen die je half meebrult voor je ze kent. Eén song, My Own Private Radio, beleefde zijn live debuut en dat klonk verdomd goed. Het is ook één van de weinige songs van de band die geen persoon/personage bezingen. Van de twaalf nummers op playlist woensdagavond waren er liefst zeven in dat geval. Voor de twijfelaars: met TV Crush neemt de band Fatma Taspinar liefdevol in het vizier.

Naar het einde van de set toe kreeg het publiek een forse knipoog naar de Bergaf-helden bij uitstek voorgeschoteld: een krasselende versie van Mildred Pierce van Sonic Youth, ergens tussen eerbetoon en lichte ontsporing. Naadloos aansluitend op een prima Downtown en perfect passend in een set die nooit helemaal binnen de lijntjes kleurde. Het applaus was er niet minder om.
Na Samantha en een klein uur gecontroleerd loos gaan was het afgelopen. Geén bis, geen gezeur, geen encore-marathon. Alles gespeeld, alles gezegd. Bergaf, maar dan wel met de rem los. Nice!
Coverfoto © Erik De Troyer


