Ook in eigen land vind je singer-songwriters of troubadours zo je wil, die je in het rijtje mag plaatsen van “muzikanten die je leven op positieve wijze beïnvloeden”. Onder hen Klaas Poppe. Onlangs bracht Klaas zijn nieuwe single Don’t Tell Me To Smile uit dat we meteen maar tot één van onze favoriete decemberliedjes bombardeerden. Tijd dus om Klaas nog eens uit te nodigen voor een Luminous Fest, twee zelfs. Op 22 januari in Gent in Geheel De Uwe en op 26 februari in Aalst in Den Babbelaer.
Wanneer begon jij met muziekspelen en wanneer kwam je ermee naar buiten?
Ik denk dat ik 13 of 14 jaar moet zijn geweest toen ik van mijn broer zijn oude gitaar kreeg. Ik had de microbe meteen te pakken en heb mezelf de jaren daarop gitaar leren spelen. Gaandeweg begon ik daar ook een beetje bij te zingen. Op school heb ik ook in een groepje gezeten, en ik zat zelfs kort ook even in een metalband, onder andere met mijn andere broer op de drums. Dus ja, ik ben al even met muziek bezig. Het zit ook een beetje in de familie.

Je muziek straalt rust uit, een beetje zoals je eigen persoonlijkheid. Is dat toeval?
Waarschijnlijk niet. Zoals bij alle songwriters zal er altijd wel een beetje van de persoonlijkheid doorschemeren in de muziek. Het is wel geen bewuste keuze of zo. Dat is gewoon hoe het schrijfproces organisch verloopt, en wat er op het einde van de rit van de band rolt.
Als er één hokje is waarin je past, dan is het dat van luistermuziek. Je kiest duidelijk niet voor muziek die je absorbeert terwijl je de patatten aan het schillen bent!
Mensen mogen ook gerust naar mijn muziek luisteren als ze de patatten aan het schillen zijn hoor! Maar het is inderdaad wel zo dat mijn nummers een bepaalde intimiteit uitstralen. Dat is gewoon ook het soort muziek waar ik zelf graag naar luister.

Je vertelde ons ooit dat je vroeger kleinkunst maakte. Zit dat, ondanks de Engelse taal, er nog in?
Ik denk het wel. Dat schemert toch door in het belang van de teksten, maar ook in het soort melodieën, de songstructuur enz. Maar de kleinkunst heeft toch ook stevige wortels in de folk en americana-traditie, dus dat blijft allemaal wat in dezelfde sfeer.
Het duurde jaren vooraleer je A Long Way opnam, maar voor de opvolger moeten we minder geduld hebben, want je bent er al volop mee bezig. De drempelvrees overwonnen?
Zo kan jet het wel zeggen! Met die eerste ep heb ik toch wel een belangrijke stap gezet in mijn muzikaal parcours, en ik wil nu verder blijven gaan op datzelfde elan. Door meer op te treden krijg ik ook meer zin om nieuwe nummers te maken. De bal is dus aan het rollen. Je gaat misschien toch nog een beetje geduld moeten hebben. Ik ben niet de snelste songwriter, maar met een beetje geluk zit er voor 2027 wel een album in. Dit jaar ga ik alvast nog enkele singles uitbrengen.
Zit je dan dagelijks nieuwe nummers te componeren?
Dat komt eerder in golven. Ik moet daarvoor ook in de juiste stemming zijn, en de creativiteit moet wat kunnen stromen. Dat is zeker niet altijd zo. In de tussentijd werk ik vaak aan covers of aan mijn gitaartechniek. Dus ik heb wel bijna elke dag mijn gitaar in mijn handen, en zal ik onbewust wel ideeën aan het opdoen zijn.

Iedereen zegt dat zijn laatste werk het beste is, maar ik geloof oprecht dat Don’t Tell Me To Smile, je nieuwste single, je sterkste nummer is tot nu toe. Toeval?
Ja en nee. Ik blijf groeien als songrwiter, dus die kennis en ervaring zullen over het algemeen (hopelijk) wel tot betere nummers leiden. Langs de andere kant valt het creatieve proces vaak niet te temmen. Wat er uit komt, komt eruit, en daar speelt wel een toevalsfactor in mee. En tenslotte mag je natuurlijk ook de luisteraar niet vergeten. Als ik de feedback van het publiek hoor, dan heeft iedereen zo zijn of haar eigen lievelingsnummers.

Je geeft ook graag een boodschap mee in je muziek. Moet muziek per se een boodschap hebben?
Absoluut niet. Het gaat eerder over een bepaalde impact, maar dat kan evengoed een vette beat zijn, of een melancholische melodie. Dat is een van de mooie dingen aan muziek, dat het een mens op zoveel verschillende manieren kan raken.
We horen je voorbeelden of dat denken we toch. Ben jij iemand die opkijkt naar muzikale helden?
Ergens wel, maar ik ben daar wel niet zo hard mee bezig. Het is niet zo dat ik elke dag naar muziek luister, muzikanten of groepen heel actief opvolg of biografieën lees. Dat maakt me misschien wel een beetje atypisch als muzikant. De focus ligt voor mij eerder op de muziek als inspiratie, bijna als leermateriaal, en niet zozeer op de personen achter die muziek.
In januari sta je voor Luminous Dash in Geheel De Uwe. Waarom moeten de mensen komen?
Ik ben daar al enkele keren binnengesprongen, en dat is daar echt een gezellige plek met een licht anarchistisch kantje. Dat kan ik – waarschijnlijk samen vele andere mensen – wel smaken.


