Recent verscheen The House, het eerste album van Elis Floreen die eigenlijk Marijke Maes heet. Vroeger stond Marijke al op een podium als Audri en nadat ze verhuisde naar Denemarken nam ze een plaat op als Marijke Florien. Maar nu treedt ze dus voor het eerst naar buiten als Elis Floreen, en in die hoedanigheid levert ze een heel straf album af waar wij helemaal van omvergeblazen zijn. Een gesprek was dan ook onvermijdelijk.
Kan je jezelf eerst even voorstellen?
Ik ben Marijke Maes en ik maak muziek als Elis Floreen. Die naam is een knipoog naar mijn twee middelste namen: Florien Elise. Het zijn ook de namen van mijn grootouders, een kleine hommage dus. Mijn papa heeft altijd gitaar gespeeld en er was altijd muziek te horen bij ons thuis. Ik ben klassieke piano gaan studeren aan de academie en verliefd geworden op dat instrument. Langzaamaan ben ik dan zelf nummers beginnen schrijven. Mijn eerste project, Audri, startte ik toen ik ongeveer twintig was en sindsdien is de bal blijven rollen.

Was muziek voor jou de enige logische keuze of had het ook schilderen, ballet of beeldhouwen kunnen zijn bijvoorbeeld?
Ik heb een brede interesse in kunst maar destijds, en nu nog steeds, was muziek de enige, logische optie voor mij. Ik word er ’s ochtends mee wakker en ga er ’s avonds mee slapen. Ondertussen, met de complexiteiten van het leven, vraag ik mij soms af of het de juiste keuze was. Ik worstel soms met welke plaats muziek nu inneemt in mijn leven en hoe ik daar een gezonde plek aan kan geven.
Bedoel je dat het teveel plaats inneemt omdat het economisch niet leefbaar is?
Vooral dat, ja. En het brengt veel stress met zich mee. Heel veel mooie dingen ook natuurlijk. Opportuniteiten die ik anders nooit zou hebben. Het is gewoon hoe de muziekwereld in elkaar zit vrees ik.
Vanwaar die stress?
Ik denk dat heel veel muzikanten kunnen beamen dat je tegenwoordig niet alleen puur muzikant kan zijn. Je moet ook je sociale media onderhouden – wat een hele andere soort creativiteit vergt – en jezelf kunnen managen. Je hebt een boeker of je hebt geen boeker, maar je moet ook altijd met dat aspect bezig zijn en ook het financiële is heel moeilijk soms. Allemaal dingen waar je eigenlijk niet voor opgeleid bent, maar die je toch gaandeweg moet leren. Het is heel boeiend om dat leerproces mee te maken maar het kan ook veel zijn waardoor je soms van de muziek wordt afgeleid. Ik ben momenteel op zoek naar een balans in die zaken.
Muziek is zowat het meest geconsumeerde product ter wereld en tegelijk een van de slechtst betaalde. Is het jou doel om ervan te kunnen leven?
Een jaar geleden had ik volmondig “Ja” gezegd op die vraag maar vandaag weet ik het niet. Ik sta op een kruispunt momenteel.
En dat net op het moment dat je plaat uitkomt!
Ja, juist dan. Ik wil heel graag muziek blijven maken. Maar ik weet niet op welke manier, volgens welke formule dat zal zijn.
In je nieuwe album hoor ik meer raakpunten met Audri dan met de elektronica van Marijke Florien. Was Marijke Florien eerder een zoektocht naar iets anders om toch vast te stellen dat akoestisch beter werkt voor jou?
Je kan zoveel kanten uit met muziek en het is zo jammer om bepaalde deuren dicht te houden. Toen ik naar Denemarken was verhuisd, wilde ik eens iets proberen met middelen die ik nog nooit had aangeraakt, of nooit echt dieper had verkend. Daar is dan dat album van Marijke Florien uit voortgekomen. Maar ik wist toen al dat dit een wereld op zich zou blijven.
Ik ben vooral een songwriter in hart en ziel en dat zal wel altijd de basis blijven voor alle projecten die ik doe. Maar het begint ondertussen ook alweer te kriebelen om weer elektronische dingen te verkennen. Ik ben heel gefascineerd door akoestische geluidswerelden, leg daar wat elektronica overheen en kijk hoe die kunnen samenwerken, maar ook hoe ze verschillend zijn.
In 2020 ben je naar Kopenhagen gehuisd, zomaar?
In 2020 heb ik in Gent mijn bachelor afgerond en via Erasmus ben ik dan in Kopenhagen beland. Het was de bedoeling om daar één semester te blijven maar het was daar zo fantastisch dat ik ter plekke nog een toelatingsproef heb gedaan om er de volledige master in compositie te mogen doen. Daarna ben ik nog twee jaar blijven plakken. Hoewel het corona-crisis was, hadden we in Denemarken veel meer vrijheid en gingen de lessen ook fysiek door. Heel die periode maakte ons tot een heel hecht en bijzonder jaar. Het voelde een beetje als een koortsdroom om daar met ons allen op een eilandje ons ding te mogen doen terwijl de wereld in brand stond.
En hoe ben je dan in “The House” terechtgekomen?
In de week van mijn afstuderen werd ik eigenlijk buitengesmeten uit het huis waar ik woonde en moest ik op zoek naar een nieuwe plek. Verschillende vrienden van mij woonden toen al in een huis dat Crocodile Castle heette. Het was een soort van collectief waar je terecht kon als je geen onderdak meer had. Het huis stond een beetje op instorten maar het was wel echt een artistieke vrijplaats op een supermooie locatie.
Woonden daar alleen maar muzikanten?
Er woonde daar zo’n beetje van alles: muzikanten, schilders, fotografen, videomakers en componisten van heel veel verschillende genres en stijlen. Sommigen kwamen uit Kopenhagen maar de meeste kwamen uit het buitenland. Mensen kwamen en gingen en waren soms voor lange tijd weg om dan terug te komen. Het was een soort levend organisme eigenlijk. Een heel fijne plek om te wonen.
Was je toen al van plan om er een plaat over te maken?
Ik heb veel nummers in dat huis geschreven, andere nummers waren al in the making en heb ik daar in mijn slaapkamer afgewerkt. Het concept is daar wel ontstaan. Meer nog dan over het huis zelf, gaat de plaat over het gemeenschapsgevoel dat daar heerste: onder één dak samen zijn met mensen die voor elkaar zorgen in een wereld waar het steeds slechter mee gaat. Elk nummer op de plaat heeft wel iets te maken met wat ik heb geleerd van de mensen daar of van een bepaalde persoonlijke situatie waar ik door moest terwijl ik daar woonde. Aan de ene kant gaan de nummers over wat er daar gebeurde op micro-niveau, het huis waarin ik mij in bevond, maar tegelijkertijd gaat het ook over het macro perspectief en de wereld die wij probeerden te begrijpen. Ook tijd is een thema dat vaak terugkomt op het album. Time Is A Hunter gaat bijvoorbeeld over de fluïditeit en de ongrijpbaarheid van tijd, de controle die je moet loslaten. Dat is ook het gevoel dat ik had toen ik daar woonde en toen we de woning moesten verlaten en plots vaarwel moesten zeggen tegen iedereen. Ook in andere nummers speelt tijd een belangrijke rol, bijvoorbeeld in Sleepless Dream, Panther of Limbo is a Thread.
Heb je nog contact met je vroegere huisgenoten?
Weinig, sommigen zijn teruggekeerd naar het land waar ze vandaan kwamen en dan is het moeilijk om contact te houden. Maar we blijven sowieso vrienden. Als ik hen terugzie dan lijkt het alsof ze nooit zijn weggeweest. We hebben samen een heel speciale tijd meegemaakt en dat is iets wat ik nooit zal loslaten.
Hebben de mensen met wie je samenwoonde een invloed gehad op de muziek, of heb je alles in je eentje op je kamer gemaakt?
Ze hebben een heel grote invloed gehad op mij. Ik heb dankzij hen heel veel nieuwe muziek leren kennen, ook omdat er mensen woonden die uit Brazilië en Bolivia kwamen evengoed als uit Scandinavië. Die mensen stonden zo open om dat allemaal met mij te delen. Natuurlijk heb ik wel een verantwoordelijkheid om niet gewoon die muziek te exploiteren en om daar verantwoord mee om te gaan, daarom staan zij ook op het album vermeld.
Spelen sommige van die mensen ook mee op het album?
Ja, de bassist, de saxofonist en de pianist woonden ook in dat huis en sowieso heb ik iedereen zijn stem opgenomen. De opnames gebeurden wel heel fragmentarisch want het heeft heel lang geduurd om het album te maken. Maar iedereen zit er op een of andere manier in, vooral in de laatste track Hjemmet (Deens voor ‘het huis, thuis’, nvdr.). Iedere keer als ik die track beluister, barst ik nog altijd in tranen uit omdat het zo mooi is om iedereens stem rond mij te hebben.
Hebben er daarnaast nog mensen meegewerkt aan het album?
Jo Francken en Pieterjan Maertens deden extra opnamesessies, ze verzorgden de productie, finetuneden de sound, en hebben met hun expertise vooral aan Kill Your Darlings gedaan. Sommige dingen moest ik er van hen uit halen en ze hadden gelijk. Siebe Chau, de gitarist van ĀO is een paar keer langsgekomen in het studio en ook Tom Vanstiphout (o.a . Clouseau, Milow, nvdr.) deed een aantal vrije takes. Het album is eigenlijk een soort van lappendeken van heel veel opnames en takes. Na een tijdje was ik de weg daarin een beetje kwijtgeraakt. Vooral Jo en ik hebben dan een aantal moeilijke beslissingen genomen over wat wel en wat niet op het album zou komen. Dat was niet altijd even gemakkelijk en ik heb een aantal toegevingen moeten doen die soms emotioneel best moeilijk waren. Sommige delen van nummers die niet op het album staan gaan we wel live doen.
Hoe ga dat eigenlijk doen live? Er hebben heel veel mensen meegewerkt aan het album en daarvoor moet je nu allemaal andere muzikanten vinden.
Ja, dat is wel een uitdagend proces. Maar ik heb een hele fijne band gevonden in België en we zijn ondertussen met ons vijven al heel goed op mekaar ingespeeld. Voor de show in de Botanique en in Amor wilde ik echter alle muzikale kleuren op de plaat toevoegen. In totaal gaan we daar met 12 man op het podium staan! Als dat allemaal goed gaat, dan wordt het echt wel voor iedereen een speciale ervaring denk ik.
Je bent ondertussen 10 jaar bezig, heb je het gevoel dat die 10 jaar uiteindelijk geleid hebben tot deze plaat? Heb je je sound gevonden denk je?
Ik vind het moeilijk om te zeggen wat precies mijn sound is omdat ik weet dat ik nog andere dingen ga doen in de toekomst. Deze plaat is wel degene waar ik het meest trots op ben en waar ik de meeste cohesie in hoor. En vanaf nu ga ik wel doorgaan als Elis Floreen, ongeacht of ik dezelfde sound zal behouden of niet.
Nog een laatste vraag: wie is jou grootste inspirator?
Dat is zonder twijfel Paul Simon. Als ik heel zijn carrière bekijk, van Simon & Garfunkel tot nu met Seven Psalms, dan is die zo rijk en divers maar toch altijd zo Paul Simon. Zijn melodieën zijn altijd top maar dat geldt evengoed voor zijn arrangementen. En toch klinkt het allemaal zo makkelijk alsof het haast vanzelf gaat. Ik heb heel veel respect voor die man. The House is trouwens heel sterk beïnvloed door zijn album The Rhythm of the Saints.
VI.BE – Facebook – Instagram – Spotify



