Een showcasefestival waar je zonder het te beseffen darlings killed. De openingsdag liet nog ruimte voor een ontspannende ontdekkingstocht, al waren er naar het einde toe toch enkele knopen te ontwarren.
Itches mocht de kaarsen aansteken op deze Belgische affiche. Een explosieve lucifer die net iets te hard werd ontvlamd, zonder brave intro’s. Gewoon klik, en de versterkers begonnen te gloeien. Geen beleefd geknik, maar gewoon rocken op een volle maag. “Bueno, gracias”, gooiden ze de zaal in met een, in reverb gedrenkte dosis postpunk die recht van op het kleine cafépodium richting het flink opgekomen publiek werd gemikt. Recht door zee, zonder scrupules.

Mocht Ryan Gosling en Bob Ross samensmelten onder de hete spots van Trix, zouden we een vettig hoopje uit de Lage Landen op ons bord krijgen. Gos Rosling bracht, recht tegenover de clubbar, gedreven indiepop waarbij de bas ervoor zorgde dat de melancholie niet verdronk tussen de schreeuwerige en zeurende gitaren. Hoogtepunt was het verzoek om te muilen. Daar was de avond echter te jong voor.
Enorme nieuwsgierigheid naar een voormalige finalist van De Nieuwe Lichting stuurde ons de trap af naar de grote zaal. Birame startte intiem, waarbij iedereen in de band zijn secuur gekozen momentje had. Eerste terechte kippenvelmoment. Etnische soul die slim uit de buurt blijft van platgetreden clichés. Présence, inhoud en talent: check! Een irritante kraak in het instrumentarium verhinderde echter om momentum te creëren en volledig te overtuigen. Het mocht uiteindelijk allemaal net iets meer zijn.
Ondertussen lazen we op de WhatsAppgroep een hoop gezaag over hinderlijk geroezemoes tijdens de set van Emma Hessels. Het bleek inderdaad een euvel te zijn voor wie het glas liever halfleeg ziet. Met nog twee songs te gaan had ze onze oren geprikkeld, wat ervoor zorgde dat het omgevingsgeluid verdween als sneeuw voor de zon. Het was even zoeken voor deze avond betekenis kreeg, en dat deed de feestvierende Emma met het gospelnummer Breaking op sublieme wijze. Het was een slotstuk van haar residentie in Trix. Emmas stem smolt samen met de backings en zorgde voor meer dan een solomomentje. Alles smaakt beter met boter, toch?
Op weg naar Camille Yembe fronsten we even onze ogen bij het kruisen van Daine. Het duister uitziende trio deed onze stappen richting uitgang vertragen en gaf hen een kans om ons te overtuigen. Spijtig genoeg deed hun experimentele doom onze gedachten afdwalen naar de klederdracht van de op Robert Smith geïnspireerde gitarist. Leer breien of neem uw moeder mee naar de tweedehandswinkel, is onze ongedwongen tip aan de man.
Eenmaal beneden werden we nogmaals niet bekeerd door wat we te horen kregen. Het plaatje klopte, de overgave stond op punt. De setting en belichting waren top, maar het miste hitpotentieel, tenzij in een lokale Waalse supermarkt waar verveelde caissières met alles meezingen. Een gemiste kans voor Camille Yembe, want op een schijfje klonk hun pop overtuigender.
Eenmaal terug aanbeland in de club zagen we de zangeres van Salvia tijdens de soundcheck ogenschijnlijk ongegeneerd van een bekertje bier nippen. Met een nonchalante, licht ontredderde uitstraling die perfect leek te passen bij wat zou volgen. Het voorspelde veel goeds, ook mede doordat haar bandgenoten onder contract staan bij The Haunted Youth.
Een dreunende set was het gevolg, die ons de nacht instuurde met een duistere mix van postpunk, dreampop en alternatieve gothic. We kunnen de geboeide volle club enkel gelijk geven: ze overtuigden met volle glorie. Zelfs de Stooges-cover (I Wanna Be Your Dog) deed er geen afbreuk aan en de hoge uithalen van Nicole Selivan spookten nog door ons hoofd tijdens de rit naar huis. Missie geslaagd.
De gedachte aan bedtijd speelde in ons hoofd, het was dan ook voor iedereen aanwezig een zware werk- en/of schooldag geweest. Ideaal om die stress en vermoeidheid door te spoelen met de ritmische kracht van Badtime. Deze nobele onbekenden staan bij de noorderburen bekend als een multidisciplinair synthpunkduo dat kunst versmelt met muziek.
Hier in de eenzame kelder verbond Kevin Schuit het publiek met elkaar door een stomende set in elkaar te boksen die een uppercut van formaat gaf. Een betere setting konden we ons haast niet inbeelden. De kelder gaf de perfecte underground feel waar vanaf minuut één werd gedanst dat het een lieve lust was. Badtime sloeg een succesvolle brug tussen rauwe punk en elektronische muziek. Een energetisch hoogtepunt!
Niemand minder dan Kaat Van Stralen kreeg de ondankbare taak om de verzadiging van Kevin door te spoelen. Met potige kleinkunstpunk overtuigde Kaat met sprekend gemak. Haar hyperkinetische taalkabaal is dan ook het belangrijkste aspect van de band. Muzikaal hoorden we een gemiddelde hobbyband die de beste pensenkermissen kan platspelen. Niets mis mee, want met een frontvrouw als Kaat bleven we geboeid aan haar lippen hangen. Van ons en het publiek kreeg ze een dankbaar kusje op haar kaak. Merci, Kaat!
Nadien zagen we in een verloren hoekje het einde van Spoorloper, die blaffende noiserock spuwde. Het klonk best interessant en mocht ons uurschema het toelaten, hadden we graag meer gezien van een band met de drummer van Stake achter de drumvellen. Snel moesten we het café in vluchten voor enkele triestige jongens die elkaar hadden leren kennen in de bekende dranktempel BarBroos in Gent.
Sad Boys Klub stond reeds netjes verpakte postpunk en shoegaze ten berden te brengen. Muziek met referenties aan The Sound, Joy Division en Bauhaus, wat zich vertaalde in het wat oudere segment van de aanwezige musiclovertjes (zoals Stijn Van De Voorde zou zeggen). De perfecte vaandeldragers van deze Britse sound op het vasteland, zouden ze in het Verenigd Koninkrijk kunnen zeggen. “This Is Your Captain Speaking” hoorden we zanger Thomas Seynhaeve ons ergens halverwege toewerpen, en wie zijn wij om een kapitein tegen te spreken. Het schip kapseisde niet en voer zonder obstakels de horizon tegemoet. Wij daarentegen sprongen in de reddingsboei en dreven voor de laatste slotakkoorden van de avond nog een laatste maal de kelder in.
Épong sprong daar het publiek tegemoet met stuiterende beats die in alle richtingen terugkaatsten en sloopte zo de muren van traditionele clubmuziek in combinatie met abstracte, verwarrende structuren en onverwacht breekbare, bijna filmische melodieën. Denk aan godfather Aphex Twin die volgzaam op de passagiersstoel zit van Oneohtrix Point Never. Zo hebben we Trix nog in onze laatste alinea gekregen. De cirkel is half rond, de avond om, en wij vielen omver van vermoeidheid. Morgen dag 2 van dit prachtige vaderlandse showcasefestival.