Luminous Dash BE

De beste Belgische platen van KRIS STEEGMANS (Pelter Skelter)

Geen Belgische muziekscene zonder muziekorganisatoren. Mensen die – vaak vrijwillig – hun nek uitsteken uit liefde voor de muziek. Zo hebben we het graag. Kris Steegmans is zo’n man, één van de bezielers van Pelter Skelter. En ja, dat ligt in Pelt. Met een 6-tal clubconcerten per jaar en een erg gesmaakt jaarlijks indoor fest zijn ze zeker één van de toonaangevende Noord-Limburgse promotoren om in de gaten te houden. We vroegen Kris naar zijn 10 beste Belgische platen of songs aller tijden.

Kris: “Slechts tien albums kiezen uit ons bijzonder rijke Belpop-archief? Eigenlijk is dat onbegonnen werk. Zeker omdat dat archief nog elke dag blijft groeien met platen die nu al aanvoelen als toekomstige klassiekers. We mogen in België echt dankbaar zijn voor zoveel goeie bands, zoveel eigenzinnigheid en vooral zoveel diversiteit. Kiezen is dus verliezen; Mijn eigen verhaal met Belpop begint ergens in mijn prille tienerjaren, begin jaren 90, op Pelter Skelter. Toen nog in de oude gemeentezaal van Pelt. Die optredens waren legendarisch en hebben mijn liefde voor Belpop — en eigenlijk voor muziek in het algemeen — serieus aangewakkerd. De dag na zo’n concert sprong ik vaak op de fiets richting Fonoshop Kludde in Achel om de cd’s te gaan kopen. Pelter Skelter, Humo’s Rock Rally en Studio Brussel hebben samen stevig hun stempel gedrukt op mijn muzikale avontuur. Dat ik nu zelf in het bestuur en de programmatiecel van Pelter Skelter 2.0 zit, maakt dat cirkeltje mooi rond. Maar goed: here we go… en alvast een welgemeende sorry aan alle platen die ik nu niet vernoem. Sorry!”

KRIS STEEGMANS © KRIS STEEGMANS
KRIS STEEGMANS © KRIS STEEGMANS

Nemo – Nemo
Een van de vele projecten en bands van Peter Houben, maar voor mij misschien wel zijn allerbeste. Deze plaat leverde met Bicycle Called Love en She Loves Animals twee heerlijke Belpop-classics af. Wat mij vooral raakt, is de eenvoud: aanstekelijke melodieën, speelse lyrics, rammelende gitaren en toch vaak met die typische melancholische strik eromheen. Ongepolijst, vrolijkmakend en een beetje scheef op de juiste manier. Ik werd er toen instant vrolijk van, en dat effect heeft die plaat nog altijd. Gewoon lekker eenvoudig en catchy. Trouwens ook niet normaal welke bands hier later allemaal uit zijn voortgekomen. Zoek maar eens op.

Gorky – Gorky
Het iconische debuutalbum van Gorky heb ik letterlijk kapot gedraaid. Luc De Vos ging toen nog voluit in de songs, met een stem vol overgave, passie en schwung. Dat werkte ongelooflijk aanstekelijk. En dat ze in het Nederlands zongen, zorgde bij mij voor een extra connectie. Ik kan er eigenlijk geen enkel nummer uitpikken, want ik zong (nou ja) ze allemaal mee, van voor naar achter en terug. Hoeveel singles stonden hier trouwens op? Vier, dacht ik. Il faut le faire met een debuutplaat. En de grootste hit van de plaat was dan niet eens een single, maar een B-kantje dat later zelfs zijn naam gaf aan de Vlaamse muziekprijzen. Straf.

Evil Superstars – Love Is Okay
Mijn liefde voor deze prettig gestoorde cultband begon met de single (Nothing But A) Sluthead, nog altijd een geniaal nummer. Hun passage in TILT! op VTM,  blijft voor mij een van de meest anarchistische momenten uit de Belgische televisiegeschiedenis. De studio werd daar vakkundig verbouwd. Maar goed: over de plaat zelf. Love Is Okay is een onvoorspelbare muzikale rollercoaster. Mauro Pawlowski op zijn allerbest. Rammelende rock, noise, catchy melodieën en compleet absurde teksten: het zit er allemaal in. Pantomiming With Her Parents en het intussen iconische Satan Is In My Ass vatten die krankzinnige magie perfect samen.

Noordkaap – Een Heel Klein Beetje Oorlog
Ik heb even getwijfeld tussen Een Heel Klein Beetje Oorlog en Gigant, dat nauwelijks een jaar later verscheen. Maar uiteindelijk kies ik voor deze. Wat een ongelooflijk sterke plaat. En ja, Gigant is gewoon meer van dat. Nah! Alleen al met Een Heel Klein Beetje Oorlog, Hoopvol, Het Komt Voor In De Beste Families, Wat Is Kunst en het prachtige Als Ik ’s Nachts Door Veerle Rijd (favorietje! Veerle!) zit je goed voor een halve Belpop-canon. Filosofische, mijmerende en soms poëtische teksten, sterke melodieën en dan dat iconische gitaarwerk van legende Lars Van Bambost. Zijn kenmerkende riffs sluiten naadloos aan bij het typische gezang van Stijn Meuris. Bangelijk.

De Mens – De Mens
Het titelloze debuut van De Mens sloeg bij mij in als een bom. De Mens koos, anders dan Gorky en Noordkaap voor messcherpe, energieke rock-’n-roll met gevatte en straight forward teksten. Aanstekelijke songs, stuk voor stuk. Dit Is Mijn Huis, Jeroen Brouwers en Irene zijn voor mij de absolute toptracks van dit album. Makkelijk natuurlijk want dat zijn de hits. Maar ook Vrijheid Die Niet Eenzaam Is. Of hoe je met slechts één zin in verschillende toonhoogtes bijna een hele song kan maken. Geniaal. Waarschijnlijk ‘een kwestie van techniek’? Ik heb hen ontelbare keren live gezien, en eerlijk: daar zijn ze misschien nog altijd op hun best. Samen met Noordkaap en Gorky vormt De Mens voor mij een groot stuk van de soundtrack van mijn jeugd.

The Romans – Major Panic
Hoppa, nog eentje uit die geweldige jaren 90. Daarna stop ik ermee. Beloofd. Maar dit powerpoptrio moest er gewoon bij. Melodieuze gitaarrock, energieke powerpop: zo noemen ze het zelf, en zo klinkt het ook. Live kwam daar nog een flinke geut extra power bovenop. Down Down Underground, Fire Brigade, Minneapolis… daar kon ik uren naar luisteren. Heerlijk. En ik ben trouwens bijzonder blij dat ze de gitaren opnieuw hebben opgenomen. The Romans blijven voor mij pure goesting in bandvorm. Altijd heel fijn om naar te luisteren.

SONS – Family Dinner
We maken een flinke sprong vooruit in de tijd, naar een van mijn favoriete bands: SONS. Alles wat zij doen, klinkt voor mij gewoon ‘AF’! Family Dinner dendert vooruit aan een ongelooflijke rotvaart, zonder ooit over the top te gaan. En ook live zijn ze een machine. Bangelijk goed. Maar ik wijk weer af. Wat ik zo sterk vind aan deze plaat, is die pure energie: no-nonsense, rechttoe rechtaan, in your face. Een muur van geluid, verschroeiende gitaren en riffs die blijven hangen. KEXP omschreef hen ooit als sensational chaos, en dat vat dit album perfect samen. Een dollemansrit van elf nummers, met Family Dinner, RicochetI Need A Gun en Waiting On My Own als hoogtepunten. Hier kan ik echt helemaal stuk op gaan.

Sad Boys Klub – Talking Silence
Ja, deze durf ik nu al in mijn lijst te zetten. Voor mij dé ontdekking van het afgelopen jaar. We hadden ze op ons podium in Pelt, en dat moest gewoon. Talking Silence is dan officieel een ep, met slechts vijf nummers, maar die vijf nummers lieten bij mij een enorme indruk na. Jonge gasten met oude zielen, noem ik dat. Hun sound grijpt terug naar de jaren 80 en doet me bij momenten denken aan Joy Division of The Sound, zonder dat het een kopie wordt. Strak, gejaagd, met een nerveuze bas en een ijskoude gitaarsound. Nieuw en toch heel herkenbaar. Mijn absolute favoriet is God Is Insane: traag en kil opbouwend, om daarna in totale waanzin te ontploffen. Kippenvel, elke keer opnieuw. Ik ben heel benieuwd wat ze nog gaan brengen. Doorbreken? Dat lijkt mij gewoon een kwestie van tijd.

Waste – Scream Until It’s Beautiful
Ook Waste hoort intussen bij mijn favoriete gitaarbands. Ik zat hard te wachten op de nieuwe plaat van Idles, maar die viel mij uiteindelijk wat tegen. Gelukkig hebben we in België een band die in dezelfde hoek kan uithalen en het gemis helemaal heeft goedgemaakt: loeihard, chaotisch, compromisloos en toch ongelooflijk dansbaar. Scream Until It’s Beautiful beklijft van de eerste tot de laatste minuut. Deze plaat kruipt volledig in mijn systeem. De volgorde van de tracks, de opbouw van de nummers, de waanzin met ingebouwde rustpunten: alles klopt. Plots duiken er melodietjes op midden in de songs, zoals in Dog House of Discothèque, of lanceren ze zware beats waarop je onmogelijk stil kan blijven staan, zoals in Auto-Pilot. Za-lig. Lang geleden dat een plaat zo met mijn emoties speelde. Ze zo op hol deed slaan. Tot…

The Haunted Youth – Boys Cry Too
…tot Boys Cry Too van The Haunted Youth uitkwam. Ik was al fan, maar deze plaat kwam nog harder binnen dan verwacht. Vroeger had ik niet zo veel met shoegaze, maar nieuwe vrienden binnen Pelter Skelter met een serieuze bagage aan muzikale kennis — en vooral The Haunted Youth zelf — hebben mij overtuigd om er toch dieper in te duiken. De eerste plaat vond ik al zeer straf. Maar Boys Cry Too? Die heeft letterlijk een traan op mijn wang getoverd. De plaat zoekt voortdurend het evenwicht tussen melodieuze melancholie en denderende extase. Waar op het debuut de zwevende droompop nog duidelijk de bovenhand had, komen daar nu stevige gitaren en vocale uitbarstingen van pure emotie bij. Eerst ingetogen, dan weer exploderend. De sound en de sfeer zijn voor mij gewoon wow. Het was liefde op het eerste gehoor. De intro van In My Head duurt drie minuten en voelt al meteen episch aan. Ze trekt je helemaal de plaat in, en vanaf minuut drie vertrekt dan één emotionele rollercoaster. Bij‘Falling To Pieces gingen de rillingen over mijn rug en voelde ik even tranen opkomen. Zo diep ging dat nummer. Zo mooi. Zo puur. Yes, Boys Cry Too.

En dan wou ik het nog over Ronker hebben, die met hun album Respect The Hustle, I Won’t Be Your Dog Forever een moddervette plaat afleverde. En over Rehash Neu Klang die met War Crimes And Love Songs dan weer een.. Hallo? Shit, dus echt maar 10 platen… dju toch.

Alle info vind je terug op de website van Pelter Skelter.

Mobiele versie afsluiten