Luminous Dash BE

ZONEN MET VADERS.

Zonen Met Vaders, er zijn er zo veel. Maar er is maar één muziekcollectief met die bandnaam dat de laatste weken de Belgische scene overdondert. En dat doen ze vanuit Gent, met hun pas verschenen album Ogen Voor Een Andere Blik. Hét ideale moment om frontman Jeroen Boone te ontmoeten voor een intense babbel!

Jullie zijn maar liefst met 8 muzikanten.
We zijn inderdaad officieel met acht: ikzelf Jeroen Boone (zang en gitaar), Tom (bas), Maite (zang en synths), Koen (drums en percussie), Niels (trompet en synths), Toon (toetsen), Jeroen Bot (gitaar) en David (tenorsax). Toch kozen we er voor om geen line-up-notes op de plaat te zetten. Want Frederik Segers bijvoorbeeld, onze producer, kwam soms ook met ideeën af en vroeg ons deze in te spelen om te horen hoe dat klonk. Maar dan hadden wij liever dat hij dat zelf inspeelde. Het zat al in zijn hoofd, in zijn vingers, dat zou een beetje gek zijn…

(c) : ZONEN MET VADERS

Is het haalbaar om steeds samen te repeteren?
Ja, absoluut. We komen alle acht iedere donderdag samen. Zeven werkende mensen en ik als huisvader. Het is misschien raar om zo te zeggen, maar toch is het op één of andere manier een uit de hand gelopen hobbyproject.

Hoe hebben jullie mekaar gevonden? Wat is de lijm die jullie bindt?
Dat is een lang verhaal… Onze bassist Tom is al jaren mijn beste vriend. Samen hadden we vroeger al hier in Gent een ‘undergroundkeldergroepje’ waar we nooit mee naar buiten gekomen zijn. Op een bepaald moment ging hij terug naar Hamme, onze geboortedorp, waardoor we elkaar opnieuw wat minder zagen. Toen hadden we het idee dat er maar één goed plan was om dat aan te pakken: samen opnieuw muziek spelen. Zo zijn we begonnen met ons tweeën: hij op bas, ik op gitaar wat covers spelen. Maar gewoon covers spelen vonden we niet zo tof, dus begon ik al met de teksten te vertalen naar het Nederlands.
Algauw kriebelde het om eigen nummers te maken. Onze toetsenist Toon, die mijn overbuur is, is er toen bij gekomen. Ik werkte in de bijzondere jeugdzorg en kwam daar Niels tegen, onze trompettist, die in het oud OCMW-gebouw in Gent repeteerde, en die wist dat in dat gebouw nog een plekje vrij was en hij stelde voor om ook daar te komen repeteren, waardoor we plots met vier waren. De anderen kwamen er in de loop van de tijd ook bij. En dan gingen we drie jaar geleden onze ep Ogen En Dicht opnemen, waarvoor we nog iemand voor de backing vocals van een drietal nummers zochten. Een Nederlandse collega van Niels die toen bij IKEA werkte, Maité, wou dat wel proberen en is ook gebleven. De band is dus eigenlijk heel organisch gegroeid. 

Jullie album heet Ogen Voor Een Andere Blik. Vanwaar die titel?
Dat is eigenlijk de titel van een nummer, dat nog niet op de plaat staat. Door praktische omstandigheden. We hebben eigenlijk 14 nummers klaar. Er staan er 10 op de plaat en dus moesten er een paar afvallen… We vonden het cool om net dat nummer er niet op te zetten en dan later in 2020 nog een ep met zes of zeven nummers uit te brengen als opvolger. Maar we vonden het wel een toffe titel.

Eigenzinnig creatief: zowel qua sound als qua teksten. In jullie eerste mail stelden jullie de vraag of jullie klinken als undergroundpop of hippe, moderne kleinkunst. En jullie gaven meteen zelf het antwoord: “Da gade gij ni bepalen.” Heerlijk! Maar hoe zouden jullie je muziek zelf graag beschrijven?
Ik doe dat liever niet, gewoon… vandaar die ondergrondpop, wellicht. Dat bekt goed, je kan er veel richtingen mee uit en dat is ook een beetje wat we doen. Mr. Buiten De Lijntjes was daarvan meteen een goed voorbeeld van. Dat nummer kleurt ook echt even buiten de lijntjes: een stuwende puls in de strofes, waarna je in de refreintjes even op een verlaten, zonnig strand belandt, met het gitaartje dat uit het niets komt en dan begint het op het einde te kolken. Terwijl Kermis dan eerder gewoon een echt electropopnummer is, met een synthbas en geprogrammeerde beats in. Het enige dat daar organisch in klinkt, zijn onze stemmen.

Ik vind het heel moeilijk om in hokjes te denken.
Wij ook en daar zijn we blij om!  Maar mensen vragen er vaak naar.

(c) : ZONEN MET VADERS

Wat maakt jullie anders dan andere bands?
Doordat we in het Nederlands zingen, begint men al snel te refereren naar Nederlandstalige muziek. Maar behalve het feit dat het in het Nederlands gezongen is, zijn er weinig andere raakvlakken. Het is het enige genre dat geen genre is. Je kan alles in het Nederlands doen, toch. Grunten, jazz… Dat zijn allemaal wel uitstapjes die ik in de toekomst wel wil maken, eigenlijk.

Door welke muziek ben je zelf beïnvloed?
Ik heb zelf een erg eclectische muzieksmaak. Mijn vader speelde in een soort eclectische middeleeuwse polyfonie Pandora. Ik luisterde thuis vooral naar klassieke muziek. Dat was zo. Hij zei wel, dat als ik het niet ok vond, dat hij de muziek zou afzetten. Mijn eerste cd was B.B. Jerome And The Bang Gang en Red Onze Planeet van Hugo Mathyssen. Ik ben zo heel breed naar muziek blijven luisteren. En hoe ouder ik word, hoe sneller ik uitgekeken raak op de strikt genomen pop. Muziek wordt te veel gebruikt als een zoethoudertje. Het is toch erg dat mensen hoeven zeggen dat ze iets ‘beu gehoord’ zijn.

Tekstueel uitdagend, ieder woord lijkt zorgvuldig uitgekozen en jullie zingen in het Nederlands? Hoe belangrijk is het voor jullie om met muziek een boodschap te kunnen brengen?
Voor mij is dat zéér belangrijk. Zonder daarin te zeggen: “Zo is het”. Je schrijft een tekst niet tussen de soep en de patatten, daar is over nagedacht. Liedjes zijn bij ons bijna nooit louter anekdotisch. Vaak denk ik jaren nadat ik het schreef: “Dat kan ik er eigenlijk ook aan linken…” Een lied vertelt niet zomaar gewoon een verhaaltje. Het gaat zowel over wat ín het nummer zit, maar tegelijk ook de metavisie van ‘the fly on the wall’ die de wereld overschouwt, naar relaties tussen mensen kijkt…
Ik voel wel dat er binnen de band een soort goesting ontstaat om misschien toch een keertje een album op te nemen dat wel die uitdrukkelijke boodschap brengt. Eentje dat de vinger op de wonde legt. Of op wat wij zien als wonden. In duidelijke taal, zonder abstract te worden. Dat borrelt wel.

(c) : ZONEN MET VADERS

Wat is je eerstvolgende ambitie of doel?
Mensen aanzetten om zelf iets te doen. Zelf die gitaar weer uit te kast te halen. Zelf opnieuw muziek te gaan maken. Of te breien. Gewoon iets doen met zichzelf, zonder verzuurd te zitten worden. Nu spreek ik voor mezelf, maar voor mij hoeven we niet groots door te breken. Maar het is heel wijs om erkenning te krijgen voor wat we doen en daardoor wel kansen te krijgen om kleine of grootse dingen te gaan doen.

Wat is het mooiste en het minst mooie aan muziek?
Het mooiste voor mij is als ik zelf muziek aan ’t spelen ben of live of op plaat beluister, dat ik meegezogen word, dat ik even in een tijdloos iets beland. Waardoor het scherpsnijdende zwaard dat de dood is, even geen issue is. Dat vind ik zelf heel prettig, die illusionele tijdloosheid. Dat kan zowel tijdens een optreden of tijdens een repetitie gebeuren. Het heeft ook met toewijding te maken. Er was een Zuid-Amerikaanse jazz-trompettist die zei: “Always perform, never rehearse.”

Dank je wel, Jeroen, voor dit heerlijk, rijke gesprek!

Wil je Zonen met vaders live aan het werk zien?
Op 25 januari stellen ze hun nieuwe release live voor in de Minardschouwburg in Gent: een Luminous Dash–concerttip, natuurlijk! Maar ook op 14 maart kan je ze zien in het Ringtheater in Hamme en op 26 april in CC Stroming in Berlare.

Lees hier ook ons review van het album Ogen Voor Een Andere Blik.

Facebook / Website

Mobiele versie afsluiten