Op 7 en 8 augustus is er weer een editie van Zeverrock in, jawel, Zevergem. Wederom met een uitgebreide affiche. Zeg zelf: Zornik, Bart Peeters en Ozark Henry. Maar ook Junkyardpool, Dressed Like Boys en Eosine. Hoe zo’n affiche tot stand komt? We vroegen het aan de programmatoren Diebrecht De Smet en John Van De Putte.
Hoe is Zeverrock ontstaan?
Diebrecht: Een groepje vrienden van de toenmalige KLJ zag begin jaren 90 allerlei festivals ontstaan in Vlaanderen, en dacht: “Dat kunnen wij ook.” Enkele maanden later, in juli 1993, was de eerste editie van Zeverrock geboren, met The Scabs als headliner. Ook The Dinky Toys, die toen net een zomerhit beet hadden, stonden op het podium.

Hoe zou je Zeverrock plaatsen in het Belgische festivallandschap?
Diebrecht: Moeilijke vraag. De afgelopen tien jaar blijven festivals als paddenstoelen uit de grond schieten. Vele richten zich specifiek op één genre, zoals dance of metal, maar dat is bij Zeverrock nooit de bedoeling geweest. We blijven ook bewust kleinschalig – maximaal 3.500 bezoekers per dag – om het behapbaar te houden.
John: Door een uitgebalanceerde mix van grote, upcoming en lokale artiesten, heeft Zeverrock altijd een ‘eigen gezicht’ gehad, tussen alle andere festivals. Het laagdrempelige met een scheut charme en goedkope ticket- en drankprijzen, dragen we nog steeds hoog in het vaandel.
Opmerkelijk aan Zeverrock is dat jullie de brug willen slaan tussen het alternatieve en het familiale. Dat doen jullie dit jaar ook weer, zo zie ik Bart Peeters, maar ook Junkyardpool.
Diebrecht: Ja. Voor ieder wat wils, dat vat de line-up misschien het best samen. Wie naar Zeverrock komt, moet iets naar zijn goesting vinden, en mag zich tegelijk niet storen aan de bands die minder zijn of haar ding zijn. Dus mikken we op een zo breed mogelijke waaier, waarbij zowel jonge, alternatieve bands als de gevestigde, populairdere groepen een plekje krijgen.
John: Iedereen moet zich welkom en thuis voelen bij ons. Door de variatie aan artiesten, proberen we iedereen aan te spreken of te laten ontdekken.
Ook al hebben jullie een Nederlandse topper als Hiqpy, trekken jullie toch vooral de Belgische kaart. Ik neem aan dat jullie helemaal weg zijn van de Belgische muziekscene.
Diebrecht: Het zou vreemd zijn om niet de Belgische kaart te trekken, de muziekscene hier is nu eenmaal erg gevarieerd en getalenteerd. Dus waarom zou je het elders gaan zoeken?
John: Als je zo’n uitgebreid assortiment aan goede bands hebt van eigen bodem, is het logisch dat zij veel speelkansen krijgen.
Ik hoor wel eens de vreemde opmerking dat er in België te veel bands zijn. Wat denk je daar zelf van?
Diebrecht: Ergens snap ik die opmerking wel. Voor beginnende bands is het erg moeilijk om te groeien en door te breken. Maar dat heeft ook te maken met het feit dat veel plekken, waar ze pakweg 15 tot 20 jaar geleden podiumervaring konden opdoen (zoals in jeugdhuizen of in bruine cafés), zijn verdwenen. Daar staat tegenover dat dankzij streamingdiensten en sociale media muziek nog nooit zo toegankelijk is geweest. Je kunt vanuit je kelder je nummers op de wereld loslaten.
In feite wat is voor jou de doorslaggevende factor om op Zeverrock te staan?
Diebrecht: Het belangrijkste is dat de band live overeind blijft, en als het even kan ook een publiek mee kan trekken. Dat hoeft daarom niet per se met alle handjes in de lucht te zijn, zolang de bezoekers maar het gevoel krijgen dat ze in een set meegezogen worden.
John: Er moet ‘iets gebeuren’ on stage. Een artiest/band moet iets vertellen en het publiek moet kunnen ontdekken.
Zo’n programma maken, ziet er eenvoudig uit, maar ik neem aan dat daar heel wat labeur in kruipt. Wat is het moeilijkste aan een programma maken?
Diebrecht: Er is niet één aspect dat eruit springt. De volledige puzzel doen kloppen, is wellicht het moeilijkste. Soms kan een band niet op de dag dat jij wilt, een andere keer blijkt de fee onhaalbaar… Het ideale scenario komt nooit uit de bus, het komt er dus op aan compromissen te sluiten.
John: Creatief en open-minded zijn, zijn belangrijke factoren hier. Alsook de vooropgestelde budgetten naleven.
Laat je je leiden door jouw eigen smaak of moet je dat als programmator naast jou kunnen zetten?
Diebrecht: Als programmator moet je die grotendeels kunnen uitschakelen. Persoonlijke voorkeur mag eigenlijk niet meespelen, want jouw smaak kan nooit dezelfde zijn als die van 3.500 anderen.
John: Een visie hebben is niet onbelangrijk, maar bij een festival als Zeverrock, waar quasi alles kan qua genres – en er dus veel mogelijkheden zijn- kom je automatisch uit bij een zeer diverse line-up.
Ben je zelf een festivalganger en zo ja, wat trekt jou aan aan festivals?
Diebrecht: Ik was dat, maar de jongste jaren is dat er door het werk bij ingeschoten.
John: De mix van kleine en grote festivals, stijlen, locaties, aankledingen maken van elke festival iets uniek.
Wat is je favoriete Zeverrock-moment?
Diebrecht: Een publiek tijdens een optreden volledig uit zijn dak zien gaan, en de bezoekers zich zien amuseren, dat blijft het mooiste.
John: De gezapige contacten tussen, medewerkers, artiesten en publiek.
Kill your darlings, wat is je favoriete artiest van deze editie?
Diebrecht: Moeilijk. Als ik er dan toch eentje moet uitpikken: Ciska Ciska.
John: Kaboutertje Putlucht.