Niet beschadigd wel gelouterd, deels vervreemd, deels getroost. Bedwelmd ook. Alleszins: lichtjes zwaar onder de indruk, zoekend naar antwoorden ook. Dat moet zowat de beste poging zijn om te omschrijven hoe je je voelt na die éérste luisterbeurt van Schade van TJE.
Lindy Versyck (zang), Melvin Slabbinck (gitaar en drums) en Klaas Leyssen (bas), samen TJE, aangesterkt door co-writer en producer Pieter-Jan Decraene gaan op Schade op zoek naar dissonantie en muzikale wrijving. Dat levert een even unieke als ondefinieerbare sound op. En, om toch met de deur in huis te vallen, een verpletterend debuut.

Compleet van onze melk na hun doortocht bij MAZ in Brugge, op het festival dat Himshe cureerde, schreven we al dat we uitkeken naar het debuut van TJE. Dat is nu met Schade een feit. Gedrenkt in melancholie, mystiek en mysterie, werd het een ongelooflijke gelaagde intense, beklijvende en hypnotiserende trip, met de wonderlijke stem van Versyck als gids en baken van troost.
Op het snijvlak van intens en kwetsbaar, soms rauw klinkend, telkens ook gelaagd, op zoek naar spanning tussen melodie en experiment. Balancerend tussen elektronica, melancholische avant-pop en experimentele postrock, met een focus op atmosfeer en emotie. Dromerig en dreigend. Een ongelooflijke blend die de luisteraar een beetje verward en ontheemd achterlaat. En dat is helemaal oké. Je hebt dan ook een werkelijk mooie trip achter de kiezen, met zoveel indrukken dat je even moet bekomen maar ook niet kan wachten om het album nog eens op te zetten.
Natuurlijk moet je vooral zélf gaan luisteren. Toch doen we een poging je een weinig op weg te zetten.
De trip begint met het instrumentale Verlangen, dat geheel lijkt opgebouwd uit drones. Nee, dit worden geen bizarre field recordings, zo blijkt meteen als het na een minuut overspringt in een machtig Easy. “We’ve gone all pale. It’s a capital drain. Diluted palets, drastic shapes. Maybe it’s easier. Erase me, completely”. Slik. Soulvolle zang van Versyck op een lome haast monotone beat, af en toe fijntjes verstoord door hitsige percussiemomentjes. Ook wanneer de zang van Versyck door elektronica vervormd wordt, klinkt die nog werkelijk prachtig.
“Day by day, all we do is hate, all we do is hate”, klinkt het in Always Hardening. Zuinige triphop en indietronica, met een heerlijk verstoorde groove en hemelse zang van Versyck. De zangeres wordt wel eens gelinkt aan FKA Twigs en Björk. Vooral dat laatste horen we bij momenten ook. Dat sommige songs late Sugarcubes of vroége Björk songs hadden kunnen zijn, vloog ook even door onze hersenpan.
Ook écht Björk-achtige zanglijnen in het nu al iconische Supernatural; in onze notities zetten we er spontaan vier sterretjes bij. Een compositie met een ongelooflijk rijk muzikaal pallet, véél te ontdekken in deze track. Vol van fragiele emotionaliteit, twijfelend tussen folky lo-fi pop, indiepop tot haast ambient. En dus dat fascinerende stemgeluid van Versyck! Een wat ontstemd orgeltje, zuinige akoestische gitaar, met een vette pompende baslijn, vioolklanken, elektrische gitaar, het orgeltje dan voller aangeblazen. Apart hoe de song plots verstilt met haast onhoorbare percussie en gitaar. Straf.
Het intiemere Hollow klinkt met zijn fraaie samenzang haast als een heuse hymne. “Forces in the wind heavy but hollow, the smell of burning rubber drawing circles again”. Toch ook typisch TJE en iet of wat bevreemdend en tegelijkertijd zo ongelooflijk mooi.
Apart is ook het in het Nederlands gezongen Stillend. Een gitaarlijn, elektronica, en de stem van Lindy. “Ik zoek naar verlang me. In de stilte luider dan verstilde rust. Droom me verder. Maar wacht er niet op. Ik roep naar verlang me. Zo een chaos. Ik zie ze vallend. In het koude Niet”. Bloedmooi, dromerig en enigmatisch.
Enigmatisch (én bevreemdend!) geldt alleszins ook voor Sidewalk dat naar alle kanten stuitert en een heuse showcase is van Versycks veelzijdige vocale kunnen. Pratend, zalvend zingend en operette-gewijs erg hoog uithalend, ei zo na op het irritante af. Dat op een lome beat. Verhuld in een ronduit dreigende sfeer, behalve bevreemdend ook vervreemdend eigenlijk. Op het einde zingt de zangeres met haast kapotte stem: “Spiders live where I reside”. Misschien is Sidewalk niet voor iedereen, of niet de song die je elke dag opzet, maar het is wel heel apart, knap en beklijvend en een wel heel erg geslaagde showcase en goed experiment.
De meest conventionele tracks op de plaat, zitten in de staart van de trip en dat geldt dan vooral voor het haast poppy This Is. Met een heerlijke zingend Versyck, wat stevigere instrumentatie, met een geweldig sfeerschepping.
En dan hebben we nog het heftigere The Well, ei zo na een rechttoe rechtaan indierock-track, warempel. De lead wordt gezongen door producer en officieus vierde bandlid Pieter-Jan Decraene. Versyck doet hemelse backings, daarna eerder in duo met Decraene. Geweldige donkere drive, met samples en bombastische pompeuze keys, en is dat een verdwaalde sax? Wat wordt hier lekker vuig gerockt, zonder dat de engelenzang van Versick verdrinkt in de rockgroes. Nee, ook hier schittert ze.
Hekkensluiter van Schade is I Lost My Voice. Gelukkig blijkt dat niét het geval en zingt en zalft Versyck erg beklijvend en weerom wondermooi op deze donkere ballad. Loom slepend, met op het einde een heus klavecimbelintermezzo dat de debatten sluit op Schade. En je fantaseert spontaan een cover van The Stranglers‘ Golden Brown als bonustrack erbij aansluitend op deze I Lost My Voice. De échte bonustrack op Schade, toch op de vinyl-versie, is Feed Me, een fraai duet met Porcelain ID.
Schade is uit sinds 27 maart 2026 via Mayway Records en zou eigenlijk een dezer dagen in jouw platenkast moeten staan. Verplichte kost voor fijnproevers, geloof ons maar.