Een vreemde plaat is het, dit La Foi Gelée. Het is het vierde album van Antoine Messager Pasqualini die na jaren verbleven te hebben in onze hellhole (Brussel dus) opnieuw richting zijn geboortegronden in de streek van Brest trok.

Waar voorganger Rin werd uitgevoerd en gecomponeerd door een trio, keert Pasqualini terug naar het formaat dat hem altijd al het beste beviel: het voornamelijk allemaal zelf doen. Zodoende neemt hij op deze plaat drum, bas, synthesizer, hurdy-gurdy, stem en veldopnames voor zijn rekening. Viool, viola en cello laat hij over aan een trio dames en alleen op het nummer Flutter, tegelijk het scharniernummer van het album, heeft hij een echte band op zich heen gevormd.
De bandnaam komt van de monoliet in de film 2001: A Space Odyssee van Stanley Kubrick, wat hem toelaat om soms behoorlijk futuristisch uit de hoek te komen, zeker als het gaat over teksten en woorden, die hij op deze plaat een stuk meer inzet dan op de voorgaande drie werkstukken.
De muziek is niet zo eenvoudig te omschrijven. Elektronica, krautrock, postrock, een beetje een punk en vooral een drang naar experiment om zijn emoties zo goed mogelijk te verklanken. Hij maakte eerder een audiodocumentaire over een Britse vrouw die dood werd gevonden in haar huis nadat ze eindelijk haar leven op de rails had gekregen, een gebeurtenis die diepe sporen na liet. Zijn verhuis naar Brest en het vaderschap zorgden er mee voor dat Pasqualini meer dan ooit nood had aan het zoeken naar de betekenis van een aantal zaken. Wat met de liefde, wat met het leven, wat met het onverwachte?
Tristesse wisselt af met ingetogen blijdschap en het valt op dat de dingen minder worden versluierd dan voorheen. Het mag al eens directer, niet alleen muzikaal maar ook de woorden die worden gebruikt. Het zijn liedjes die doen luisteren, doen nadenken en daardoor werkt het prima. We horen hier en daar schoonheidsfoutjes of momentjes dat het ons minder bevalt maar door de voor de hand liggende eerlijkheid van de muziek luisteren we daar los over.