Vrijdagochtend staat een busje klaar om ons naar Shanghai te voeren. Ook Dingdong, een symphatieke jongedame die vrijwilligster was op Can, stapt de bus op als nieuwste aanwinst van ons reisgezelschap. Ze heeft gisterenavond vaste merchman Sichen geholpen en gaat dat vanavond ook doen. Het is de kortste afstand op deze tour. Vliegen is dus niet nodig en we staan vanavond al op het podium van Yuyintang. Het is de enige venue van deze tour waar we 10 jaar geleden ook speelden, al hebben we ons laten vertellen dat het niet meer in hetzelfde gebouw gelegen is. Het regent hard in Shanghai en we horen dat er een tyfoon op komst is. Cecilia stelt ons echter gerust met de iconische woorden: “Relax, there’s always a typhoon in Shanghai”. We noteren het als potentiële toekomstige songtitel.

We komen toe bij Yuyintang in een soort van fancy glazen kantoorlobby. Het ziet er niet uit als een concertlocatie, maar de lift naar de kelder brengt ons letterlijk en figuurlijk naar een undergroundwereld met alternatieve restaurants, bars, platenwinkels en twee concertzalen. De sfeer is relaxed en er loopt een biggetje rond waarmee we selfies nemen. De tyfoon heeft intussen de naam Champi gekregen, maar de Chinese fans laten de regen gelukkig niet aan hun hart komen. Op de eerste rij staan twee jonge kerels: een elfjarige jongen die samen met zijn iets oudere buurjongen naar ons komt kijken. Ze rocken de hele show lang enthousiast mee. The kids will be alright.
Voor we aan Beijing Fury beginnen, verklapt Filipe het toekomstige Shanghai-songtitel plan en dat wordt op luid gejuich onthaald. Bij Eyes Closed, Stay Quiet zien we tranen in het publiek. We worden zelf ook wat week wanneer we van een artistieke jongedame een fantastisch schilderij aangeboden krijgen: ze heeft ons als katten afgebeeld en ook de mascottes die we al langer meenemen op het podium, een my little pony die we Jessamine genoemd hebben en een Japanse anime knuffel die Bukowski heet, in de tekening verwerkt. Die mascottes zijn op Chinese sociale media hun eigen leven gaan leiden nadat ze op Can Festival meermaals door de regie in beeld werden gebracht op de grote schermen. Tijdens de signeersessie blijkt dat enkele fans online hun eigen Bukowski-knuffel gevonden hebben en meegebracht hebben naar de show. Het was nooit gepland om een meme-band te worden, maar we laten het met een glimlach gebeuren. De mascotte-collectie werd deze reis al lustig uitgebreid.
Na de show willen we nog iets gaan drinken met Sichen, Dingdong en Miranda, die we als vrijwilligster ook eerder op Can hebben ontmoet, maar we moeten eerst onze instrumenten naar het hotel brengen. Ze sturen ons hun locatie door: een bar die Cave heet. Bij het bestellen van een wagen om ons daarheen te brengen loopt het mis. Blijkbaar zijn er meerdere Caves in Shanghai en we staan aan een verkeerde, bevreemdende shisha-bar. Na wat geharrewar met vier telefoons op luidspreker, geraken we er uiteindelijk. De juiste Cave bar blijkt een duistere heavy metalbar. Bij binnenkomst blaast Iron Man van Black Sabbath door de boxen. Hier voelen we ons wel meteen thuis. We praten met onze nieuwe vrienden over de muziekscene en subcultuur in Shanghai en vergelijken het leven in China met dat in Europa. Het is fijn om een diepzinnig gesprek te kunnen voeren met locals. Terug aangekomen in het hotel geeft de wekker aan dat het nog 4 uur en 39 minuten is voor we in de lobby verwacht worden voor de laatste etappe van de reis.