Na jaren van relatieve stilte is The Hickey Underworld terug met Cold Sun. In een kolkende Trix bewezen ze dat ze hun titel als koningen van het Belgische lawaai nog niet kwijt zijn. Regen viel mild uit de lucht, dus kwamen we met een gelijkwaardig humeur aan bij de album-release party van The Hickey. Heel benieuwd hoe de bescheiden nieuwe koers live zou aanslaan bij de thuismatch die ze hier speelden.
De bomvolle zaal oogde als een tijdscapsule van doorwinterde boomers aangevuld met prille twintigers. Met veel discipline werd er op de tonen van Iggy Pop (Dum Dum Boys) gewacht op de band waar heel deze avond om draaide. De instrumenten stonden onaangeroerd voor een klein schilderij dat zo uit het oude salon van Frank en Simonneke uit Thuis leek geplukt. Het legendarisch onbekend werk ‘Wim Peralta’ dat de band sinds hun begindagen vergezelde op concerten.
Wanneer de intro ingezet werd hing er meteen iets herkenbaars in de lucht, een zweem van eighties-nostalgie die langzaam plaatsmaakte voor beukende gitaren. Vanaf dan werd meteen duidelijk dat dit geen doorsnee set ging worden. De drummer, rechtstaand en zwaaiend, zweepte het publiek op terwijl Cold Sun traag opbouwde, om vervolgens harder dan op plaat los te barsten, ruwer, vuiler en vooral dwingender. Wat volgde was een broeierige trip waarin het publiek zich zonder schroom overgaf: lichamen schuurden, hoofden bewogen ongecontroleerd in alle richtingen, en wat begon als voorspel mondde uit in een collectief, zweterig hoogtepunt. Ook het chaotische Mystery Blues kon rekenen op veel bijval in de vorm van luid gejuich.
De band speelde strak, té strak bijna, alsof stilstaan simpelweg geen optie meer was. De groove dwong beweging af, als voorgeprogrammeerde robots op endorfine. De drummer, zichtbaar de meest vocale (zonder micro) van het stel, maande het publiek meermaals aan om te dansen (maar stagediven, dat mocht dan weer niet). Het typeerde de avond: gecontroleerde chaos, met een knipoog naar de danscafés van weleer. Toch zagen we enkele malen iemand stiekem het publiek in springen, alsof het moest.
Nummers volgden elkaar op als golven van energie. Eerste single Euromancer zorgde voor uitzinnige taferelen rechts van het podium. Er werd gesprongen en gevierd alsof een honderdjarige plots werd gereanimeerd tot een vitale tafelspringer, wat leidde tot een sobere buiging van Younes. Zero Hour bracht een aanstekelijke dosis melodische metal, strak in de mal gegoten en daardoor net iets minder gevaarlijk. De andere songs bleven minstens even oertuigend nazinderen. Drummer Jimmy Wouters, met zijn kenmerkende opgestoken arm, dirigeerde het publiek als een bezeten ceremoniemeester, terwijl hij, gitarist Jonas Govaerts en bassist Georgios Tsakiridis het tempo onverbiddelijk hooghielden.
Halverwege was er even ruimte om adem te halen, maar zelfs dan bleef de spanning onderhuids broeien. Op het poppier Keep liet zanger Younes Faltakh zijn zachtaardige kant zien en maakte zijn mama heel trots door eens echt braaf te zingen. Een duidelijke smet tijdens het concert: de zang van Younes bleef het hele optreden moeilijk verstaanbaar. Maar dat zeggen we omdat we kritisch moeten zijn. De frontman werd ondanks het geneuzel wel degelijk aanbeden ‘Younes, Younes, Younes!’.
Tegen het einde werd duidelijk hoe goed de band na al die jaren op elkaar is ingespeeld: wat ze brengen voelt niet alleen krachtig, maar ook instinctief juist, alsof elk nummer vanzelf zijn weg vond naar de juiste eruptie. De bisronde kwam er vervolgens dreunend in, zoals het hoort, en sloot een perfect opgebouwde set sterk af. Van begin tot einde verspreidde zich een soort dansvirus door de zaal, tot diep in de achterste regionen. Wanneer de spots oranje kleurden en de zwart-geel-rode energie van de avond nog één keer opflakkerde, bleef er weinig twijfel over: dit was Belgisch lawaai op zijn best! Nog steeds geolied, efficiënt en nog altijd verdomd effectief!

De afsluiters van dienst; Capt Fragile, Dwamgoz en Flamencorpse denderden genadeloos de perfectie binnen en lieten ons huiverend van genot een halve draai maken naar het bar podium, waar Kai Hugo vol ongeduld stond te trippelen om aan zijn moment te beginnen. Eerst stuurde The Hickey nog afsluitende hartjes de zaal in, het moet niet altijd bruut geweld zijn.
De overgang naar Palmbomen II voelde daarna bijna surrealistisch. Nog geen minuut na de laatste explosie van gitaargeweld startte een dansfeest dat aanvankelijk wat onwennig aanvoelde en die breuk nooit helemaal wist te lijmen. Toch slaagde de Nederlandse producer Kai Hugo erin de ruimte geleidelijk te vullen met een tropische, uiterst dansbare sfeer. Waar The Hickey Underworld het publiek fysiek uitputte, nam Palmbomen het over met repetitieve beats over gelaagde soundscapes.
Niet alles overtuigde even hard: de gastzangeres verbleekte wat tegenover de beats en haalde de vaart er af en toe uit. Maar tegen het einde zwollen de beats aan tot iets dat flirtte met Goa en pure overgave. Wat begon als een rockshow, eindigde als een nachtelijk feestje waarbij het duo drie kwartier nodig had om te overtuigen.
Wanneer uiteindelijk de tonen van The Killing Moon van Echo & the Bunnymen weerklonken na de opzwepende dj-set konden we rustig landen en besluiten dat The Hickey Underworld met ontegensprekelijk gemak de thuismatch met forfaitcijfers had gewonnen. Zodoende konden de vier vrienden tevreden huiswaarts keren…Toch kunnen we vermoeden dat Trix hun echte thuis is.
Dit zijn de voorlopige andere live-data van The Hickey Underworld:
02/04 – Cactus Club, Brugge
16/04 – Beurschouwburg, Brussel
23/04 – De Club, Mechelen
08/05 – Rotown, Rotterdam
Facebook – Instagram