Motel Bliss is een Gentse vierkoppige band rond Sam Werthen, Luckas Moens, Martijn Veulemans en Steven Scheepers. Zelf omschrijven ze hun muziek niet graag met grote woorden. Sfeervol, melodieus, eigenzinnig en liefst gespeeld voor mensen die ook daadwerkelijk luisteren, daar komt het zowat op neer. Dat laatste is tegenwoordig misschien al rebels genoeg. Met Waltz #64 heeft de band een nieuwe single klaar, maar het verhaal van Motel Bliss gaat veel verder dan één liedje. Over luisteren, algoritmes, Cowboy Junkies, katten die onverwacht hun klauwen uitslaan en waarom je een goede opname soms maakt door een bassist gewoon wat verder van de microfoon te zetten.

Jullie maken in ieder geval luistermuziek. Heb je in tijden van digitale overload niet het gevoel dat we te weinig luisteren?
“Alles begint bij luisteren”, om maar eens een bekende radioslogan te parafraseren. Door de jaren heen hebben we gemerkt dat onze muziek mensen kan raken, zowel live als thuis. We kiezen heel bewust voor een vrij ambachtelijke manier van muziekmaken. Je kunt het misschien vergelijken met beeldhouwen. Er is eerst iets ruws: een melodie, een akkoordenschema, soms zelfs alleen een tekst of een gedicht. Daarna beginnen we te kappen, te schaven en te polijsten tot er uiteindelijk een song tevoorschijn komt. Dat proces zouden we voor geen geld willen vervangen door iets waarbij je achteraf alles digitaal rechttrekt. Net het zoeken samen is een belangrijk deel van Motel Bliss. Natuurlijk leven we in een behoorlijk schreeuwerige wereld. Iedereen wil voortdurend je aandacht en meestal het liefst binnen de eerste drie seconden. Dan wordt luisteren naar iets dat wat meer tijd vraagt vanzelf moeilijker. Maar daar liggen wij als band niet wakker van. Uiteindelijk kiest de luisteraar nog altijd zelf waar hij zijn tijd aan wil geven. Wij proberen gewoon muziek te maken die die tijd waard is.
Waar komt bij jullie de drang vandaan om muziek te maken?
We zijn met vier en ieder van ons is al van kindsbeen af behoorlijk zwaar besmet met het muziekvirus. Een vaccin blijkt voorlopig niet voorhanden. Sam kreeg muziek letterlijk van thuis uit mee. Steven heeft intussen al verschillende bands op zijn muzikale cv staan. Martijn is professioneel met muziek en geluid bezig en geeft les aan het RITCS in Brussel. En Luckas is zowat de octopus van het gezelschap: aan iedere arm hangt wel iets met muziek, dj’en, vinyl draaien, concerten organiseren en zelf spelen. Motel Bliss begon oorspronkelijk als duo, met Sam en Luckas. Steven en Martijn kwamen er in 2018 bij. Aanvankelijk speelden we vooral covers. En toen kwam corona. Niet meteen de leukste carrièrecoach uit de geschiedenis, maar het zorgde er wel voor dat we zelf begonnen te schrijven. Ondertussen zijn er een twintigtal eigen songs ontstaan. Sommige zijn helemaal klaar, zoals Waltz #64. Andere liggen nog ergens te rijpen. Wij proberen daar niet te hard aan te trekken. Niet iedere song wordt beter van geforceerd volwassen worden.
Jullie zijn een Gentse band. Talent genoeg in deze stad en bij uitbreiding in heel België, maar heel veel bands blijven onder de radar. Hoe kunnen we dat veranderen?
Door initiatieven zoals wat jullie doen, bijvoorbeeld. Op de grote nationale radiozenders hoor je toch vaak dezelfde muziek terugkomen. Programmaties worden strak gestuurd en daarnaast spelen algoritmes een almaar grotere rol in wat mensen voorgeschoteld krijgen. Daar zit ook iets heel menselijks achter. Ons brein houdt nu eenmaal van herkenning. Als je een nummer vijf keer per dag hoort, bestaat de kans dat je het de zesde keer plots zelf loopt mee te fluiten terwijl je dacht dat je het vreselijk vond. Zo werkt muziek nu eenmaal een beetje. Ik ben zelf opgegroeid met radio waarbij ontdekken nog echt een bezigheid was: John Peel, Vrijaf, VPRO… Je zat soms letterlijk met rode oortjes aan de radio te wachten op iets waarvan je nog nooit had gehoord. Dat gevoel dreigt wat verloren te gaan. Als je niet oplet, bepaalt een algoritme niet alleen wat je waarschijnlijk leuk vindt, maar uiteindelijk ook waarnaar je überhaupt nog luistert. Voor muzikanten en andere creatieve geesten is dat niet noodzakelijk een fantastische evolutie. Hoe je dat oplost? Niet eenvoudig. De muziekmarkt wordt voor een groot stuk ingenomen door gigantische namen, grote producties en ook steeds meer tributebands. Daar is op zich niets mis mee: ze trekken veel volk en zorgen mee dat grote festivals kunnen blijven draaien. Maar daarnaast moet er ruimte blijven voor kleinere podia, verrassingen en bands waarvan je de naam nog niet op voorhand op een T-shirt hebt staan. Wij moeten vooral blijven aantonen dat muziek ook anders beleefd kan worden.
De muziek van Motel Bliss klinkt tegelijk lieflijk en een beetje gevaarlijk. Ik moest zelfs aan Twin Peaks denken.
Ooit omschreef iemand onze muziek als een spinnende kat op je schoot die, net wanneer je helemaal ontspannen bent, plots haar klauwen uitslaat. We vonden dat eigenlijk een verrassend accurate omschrijving. Motel Bliss mag gerust zacht binnenkomen, zolang er af en toe maar iets scherps onder de pels verstopt zit. Vooral in Sams teksten zit dat dubbele. Ze kunnen troosten en strelen, maar even gemakkelijk een klein mesje bovenhalen. Je denkt dat je veilig in een mooie melodie bent weggezakt en dan duikt er plots één zin op die de kamer een paar graden kouder maakt. Dat soort zinnen schrijven is een talent.
Muziek maken blijft voor ons bovendien een beetje spelen in de zandbak. We beginnen te graven, bouwen iets, gooien het weer om en kijken wat er gebeurt. Zonder vooraf een boodschappenlijstje af te werken waarop staat: twee scheppen indie, één jazzakkoord en graag nog drie gram americana voor de afdronk. Als een nummer ergens heen wil, proberen we vooral slim genoeg te zijn om het niet tegen te houden. Sfeer is daarbij misschien nog belangrijker dan genre. Elk nummer moet een eigen wereldje krijgen waarin je als luisteraar even kunt verdwijnen. En ja, ergens in onze kast met sfeer paletten staat ook een potje Twin Peaks. Niet omdat we obsessieve fans zijn, maar omdat we houden van die combinatie van schoonheid, vervreemding en iets onbestemd dat onder de oppervlakte blijft knagen. We proberen daar alleen niet te nadrukkelijk naar te hengelen. Want zodra je bewust besluit dat iets “nu eens heel Twin Peaks moet klinken”, is de kans groot dat je eindigt met een rood gordijn, een kop koffie en iemand die achterstevoren begint te praten. En daar is de wereld voorlopig voldoende van voorzien.
Ik vergeleek jullie eerder al met Cowboy Junkies. Nu blijkt dat jullie zelfs op een vergelijkbare manier opnemen. Hoe zit dat?
Dat is het grappige: dat wisten we aanvankelijk zelf niet eens. Toen Martijn onze eerste eigen nummers begon op te nemen, koos hij voor een heel natuurlijke manier van registreren. Niet iedereen apart in een hokje, twintig microfoons erop en achteraf weken puzzelen, maar de muzikanten samen in één ruimte waarbij de onderlinge balans voor een groot deel ontstaat door waar iedereen staat en hoe hard iedereen speelt. Martijn gebruikte de akoestiek van de opnameruimte als essentieel onderdeel van de opname. In plaats van achteraf voortdurend schuiven met faders, werd de balans letterlijk in de ruimte gemaakt. Martijn ging als een landmeter te werk om de juiste balans te vinden: instrumenten wat dichter bij de microfoon, andere weer wat verder, de positie van de microfoon veranderen… Als iemand moest soleren, kon die zelfs fysiek dichter bij de microfoon komen. De opstelling was met andere woorden voor een groot stuk de mix. Ik hoorde daar iets in wat me aan Cowboy Junkies deed denken en bracht The Trinity Session mee naar de studio. Die plaat werd in 1987 opgenomen in een kerk ergens in Toronto. Er was dus absoluut geen voorbedacht plan van: kom, we gaan eens een Cowboy Junkies-plaat maken. Martijn kende hun opnameprocedure zelfs niet. We waren blijkbaar gewoon via een andere weg in hetzelfde café beland. Maar het mooie eraan is dat iedereen naar elkaar móet luisteren. Je kunt je niet verstoppen achter een latere edit. De ruimte, de muzikanten en de dynamiek vormen samen de opname.
Jullie nieuwe single heet Waltz #64. Dat nummer achter het hekje vraagt toch om uitleg.
Het mysterie is eerlijk gezegd een stuk minder intellectueel dan de titel doet vermoeden. Het nummer ontstond uit een spontane jam met de muzikanten. Sam schreef er later de tekst bij. Zulke jams nemen we dikwijls gewoon op met een smartphone, zodat ideeën niet verdwijnen. Na die bewuste sessie wilde de telefoon weten onder welke naam opname nummer 64 moest worden opgeslagen. Blijkbaar waren er dus al 63 andere geweest. Omdat het nummer een duidelijk walsgevoel had, noemden we het bestand Waltz #64. Dat was de werktitel. En zoals dat gaat met goede werktitels bleef iedereen hem gebruiken tot niemand zich nog kon voorstellen dat het nummer anders zou heten. Geen verborgen numerologie dus. Geen hotelkamer 64 waarin een tragische romance plaatsvond. Geen geheime verwijzing naar de 64ste maat van Mahler. Gewoon een smartphone die toevallig kon tellen.
Denken jullie ondertussen aan een album?
Zeker. In de zeven jaar dat we samen bezig zijn, is er vanzelf een soort ritme ontstaan. We werken gedurende een bepaalde periode een viertal of vijftal nummers uit en plannen daarna een uitgebreid opnameweekend waarop we ze vastleggen. Op die manier hebben we ondertussen ongeveer twaalf nummers opgenomen. Die zouden we uiteindelijk graag samenbrengen op een lp. Als alles loopt zoals we hopen, zou die er in de tweede helft van 2027 kunnen komen. Mogelijk verschijnt daarvoor eerst nog een ep, met onder andere Waltz #64. We hebben dus wel een plan. Alleen geen algoritme.
Welke plaat ligt er momenteel op jullie draaitafel?
Luckas: Een stapeltje platen me o.a. Beth Gibbons, David Byrne, Brian Eno , Sema Moritz en terug opgevist The Fall en The Chameleons.
Sam: vooral jazz.
Steven: Platenspeler Rudi Trouvé, cd speler Admiral Freebee’s debuut album, Spotify (Apple music) een afspeellijst met punkrock nummers rond 180 beats per minute.