Een kluif is dit. Neem een nummer als het net iets meer dan tien minuten durende History’s Biggest T-Shirts. Akkoord, het is het langste stuk van de plaat, het merendeel duurt de helft van de tijd, op afsluiter You Can’t Say / Dallas Doesn’t Love You na.

We blijven echter bij dat ene liedje. Wil Sugar Horse een boysband zijn, een screamo hardcoreband, een sfeervol geheel dat een beetje aanleunt bij een drone en dan weer van dat vervelende clean zingen als waren ze de schoonzonen van een punkette. En dat allemaal netjes na elkaar, niet door elkaar. Als een gefragmenteerd nummer waar de band van allerlei walletjes tegelijk wil eten en daarmee ons behoorlijk op de zenuwen werkt. Weet wat je wil, zouden we zeggen.
Gekostumeerd en jaren 1980 boysband spelen? Doe maar. De boog waarmee we het zullen omzeilen zal groter zijn dan de triomfboog die opperschtrumpf in de planning heeft zitten. De ruige stukken zijn in orde, met soms goeie riffs, maar dat afwisselend kwelen en tieren, dat hebben we nu wel gehoord.
We zijn nog niet helemaal bekomen van dit lange stuk en lap, het volgende liedje poogt weer wat steviger gitaren te verzoenen met boysbandachtige maniertjes en zanglijntjes en daar krijgen we behoorlijk de kriebels van.
Beste nummer blijkt Company Town te zijn, of toch de openingsriff die een beetje a la Killing Joke is. Dat is tot ze weer een poging tot postmetaaltje beginnen te spelen.
Uit Bristol blijken ze te komen, de vier leden van Sugar Horse. Rock spelen ze, doom en shoegaze ook zo vertellen ze maar dat horen we niet terug. Het is inmiddels alweer hun derde album, maar dat is niet onze zorg. We gaan zeker niet op zoek naar eerder werk en gaan wellicht asap de deuntjes die net de revue passeerden uit ons brein wissen. Hopelijk lukt het.