Luminous Dash BE

LOKERSE FEESTEN, dag 6 (10/08/2022)

Lokeren kondigde op de 6de dag van ‘de Lokerse’ het hitteplan af om drama’s te voorkomen in de ruimte tussen de PA en de main stage waar de zon genadeloos brandde en kanonnen een verfrissende wolk waterpartikels verspreidden over de eerste rijen. Het werd mede hierdoor bijzonder druk in de StuBru-Club waar de massa tot bovenaan de trappen postvatte, weliswaar uit de zon maar in een bezwete menigte. De met voorsprong meest dwingende band die deze week geprogrammeerd werd kwam bij volledig ingevallen duisternis een muur van gitaren optrekken en luisterde naar de naam The Aghan Whigs. Maar we gingen vooral voor kwaliteit, een hele avond lang.

PORTLAND

Laten we deze avond gemakshalve de Lokerse rockavond noemen en het was dus wel wat afwachten hoe een in avondzon badende Kaai zou reageren op het optreden van Portland. Portland is een stad in het noordwesten van de staat Oregon maar vooral de band rond Jente Pironet en Sarah Pepels. De mooiste lichtshow was die van de opener op de mainstage want een tropische avondgloed zorgde voor een heerlijk warm licht op het podium. De synths en drums waren in de aanloop naar het concert afgedekt met hittedekens, I kid you not, en de voltallige band werd zachtjes gegrild alsof ze als Lokerse paardenworsten tussen een broodje geschoven dienden te worden na afloop van de set. Sarah koos niet onverstandig voor een zonnebril. Portland situeren we vooral in zaaltjes, met intiemere settings die passen bij de richting Beach House afdwalende composities. Hoe deden ze het op de Kaai met een reeds rockhongerig en half gemarineerd publiek dat al massaal was ingecheckt?

Elke vorm van vrees werd genadeloos de kop ingedrukt door een wel erg sterk optreden. Portland speelde in onvergetelijke omstandigheden voor een groot publiek en heeft de kans met beide handen gegrepen om serieus indruk te maken. Jente en Sarah stonden behoorlijk ver van elkaar opgesteld wat niet eens nadeel was want zo kon hun aura/charisma optimaal inwerken. Jente speelde en zong met zo een ontwapenende flair dat we ons in een opnamestudio voor een Elliott Smith tribute waanden. Zij kwam zowel zoetgevooisd uit de hoek als breekbaar hoog en gevarieerd.  Sarah maakte nu al musicerend, springend en dansend grote sier en was een lust voor het fotografisch oog. Bijzonder straf was het nummer in het slot van de set waarin Sarah na een akoestisch solomoment van Jente terug het podium opkwam om dan de song te helpen ontbranden in een soort Muse-roes, maar dan de goeie Muse, die van hun beginjaren, met een band die een uur lang bewees dat ze met hun sound veel richtingen uitkunnen en zowel onstuimig als breekbaar de juiste snaar wisten te raken. Nu al een hoogtepunt!

MOONEYE

Zo werd de lat voor Mooneye in de club wel erg hoog gelegd, maar Michiel Libberecht en de zijnen zijn ondertussen al zelfverzekerd genoeg om zich niet uit het lood te laten slaan en het moet weer gezegd, Michiel was weer de croonende frontman uit de duizend die op meesterlijke wijze zijn ritmesectie  met Ramses  op de drums bij de hand nam en deed wat Novastar, Travis en Coldplay al lang niet meer kunnen, een uur lang begeesteren en de melodie laten zegevieren in de song. De band speelt op zich muziek die in een line-up met Admiral Freebee perfect op zijn plaats is, maar Tom Van Laere kan de spanning beter opbouwen met songs die op het einde van de rit meer variatie etaleren. Mooneye staat al een heel jaar als een huis en ook nu bleven we mooi hangen in de Portlandroes.

ADMIRAL FREEBEE

De Einstein Brainiac kwam het podium op en leek nog steeds dezelfde fan van Neil Young als een kwarteeuw geleden. Back To The Ever Present zeg maar. ‘Den Admiraal’ had wel een verrassing in petto met Nina Kortekaas op synths en backing vocals, en dat betekende zekerheid in de defensie en een fijne opbouw langs de flanken. Nina genoot en Tom kreeg er gaandeweg steeds meer zin in. Admiral Freebee heeft ondertussen al genoeg bekende songs in de valies steken om anderhalve Lokerse set op te luisteren. Drie Belgische bands die met sprekend gemak hun volk lieten genieten van een zomerse avond grand cru. Benieuwd of de Amerikanen en de headliner uit The UK ook het volle pond konden geven.

SEASICK STEVE

Steven Leach uit Oakland California is ondertussen 71 jaartjes jong. Wij kennen deze bebaarde rakker natuurlijk als Seasick Steve. Zijn mix van blues, boogie en country werd nu in optimale zomerse vibes gehuld en zijn plattelandsdialect deed als vanouds de rest. Hij duelleerde met zijn drummer om de titel ‘baard van de week’ en vond het bij het uittrekken van zijn houthakkershemd pijnlijk dat hierdoor méér mannen op leeftijd enthousiast reageerden dan vrouwen. Het sein om een jongedame uit het publiek te vissen die een song lang onwennig en zeeziek naar Steven zat te luisteren op een krukje. Ze heette Mathilde en was dat even toevallig zeg. ‘My old campervan was named Mathilda, for real’. Seasick Steve was weer heel entertainend maar zijn songs en optredens hebben te weinig diepgang om een uur te blijven sudderen in de bluespan. Leach is ook geen Bob Log III die in wezen hetzelfde kookt maar dit met meer kleur, panache en drang naar seks verpakt.

THE AFGHAN WHIGS

Hoogtijd ondertussen om de braadpan van het vuur te halen en het licht te doven boven Lokeren want daar kwamen The Afghan Whigs. We zagen hen voor het eerst aan het werk op de heilige grond van Torhout in 1996. Nu weet de iets jongere lezer meteen dat we nu een stuk rockgeschiedenis voorgeschoteld kregen. Greg Dulli, frontman van deze legendarische band uit Cincinnati, Ohio is de man achter The Twilight Singers en The Gutter Twins met wijlen Mark Lanegan, maar we kennen hem vooral als oprichter en roerganger bij The Afghan Whigs, hoewel ook een beetje van Chantal Pattyn die een kwarteeuw geleden in het programma Update op Studio Brussel haar adoratie voor Dulli zelfs niet probeerde te verstoppen. Zelfs Tom Van Laere vroeg zich tijdens zijn set af of Greg nog steeds zo sexy is.

De platen Gentlemen en Black Love zetten  het kwintet in de nasleep van de grungemania op de rockkaart en het is daar nog steeds heerlijk toeven. Het niveau van die platen zijn ze op zich blijven handhaven maar het momentum dat in de nineties zo sterk aanwezig was, is niet meer, net als de zwarte haren van Dulli die nu letterlijk de eminence grise van de avond was, als we even abstractie maken van de monumentale kerstmanvibes bij Seasick Steve.

Hoe charismatisch Dulli tijdens interviews ook is, des te korter van stof is hij op een podium, want op een podium horen gitaren thuis, veel gitaren, en die moeten luid en snel muziek laten weerklinken en geen bindteksten. De razende rotvaart en de gitaarmuur deden fijne herinneringen opborrelen aan het Pixies-concert in Lokeren in 2017 maar vooral aan hoe elk concert van The Whigs is. Passioneel, strak, met de nadruk op een imponerend glashelder gitaargeluid waarbij lichtshows van geen tel zijn, waar geen plaats is voor gezever en kapsones. Rock ’n roll pur sang. En dan vergaten we nog bijna de ronduit indrukwekkende stem van Dulli te vernoemen. Rondom ons kijkend zagen we alleen mensen genieten, in zichzelf gekeerd headbangend, hoofdwiegend of lichtjes verend even weg zijn van deze wereld vol hittegolven en oorlogsgeweld.

The Afghan Whigs zijn geen hitmachine en speelden een zeldzame festivalset in afwachting van de nieuwe plaat How Do You Burn? die in september uit de kurkdroge grond komt piepen. I’ll Make You See God zal daar op staan en het 8 jaar jonge Matamoros sloot hier perfect bij aan.  Blues klonk op hittewoensdag nooit opwindender als tijdens de Bo Diddley­-cover Who Do You Love? in combinatie met een furieus Fountain And Fairfax. Er wordt tijdens deze tour wel eens een Smiths-song gecoverd en er is geen ruimte meer voor klassiekers als Going To Town. Ook What Jail Is Like? was er niet bij. Wel kregen we in het slot nog een heerlijk My Enemy te horen en eerlijk is eerlijk, we hadden dit geweldig optreden gewoon met een Debonair-gevoel in de maag willen afsluiten, voldaan en tevreden. Anderzijds is het niét spelen van hun superhit eigenlijk een statement en tegelijk een goed recht want er zijn al genoeg Coldplays in deze wereld. Dulli was truly fantastic.

SNOW PATROL

Een volgepropte Kaai was er dan klaar voor. Geen skiliften, beremutsen en winterbanden te bespeuren, wel een goedgemutste sneeuwpatrouille met hitfactor 40. Snow Patrol uit Dundee en Glasgow (dus Noord-Iers én Schots) deed wat menigen voor hen de voorbije jaren niet konden, en dat is een set lang melodieuze poprock spelen zonder een exodus op gang te brengen, zonder een noemenswaardige lichtshow, zonder kapsones en zonder vals gezang. Er viel hier eigenlijk bitter weinig op af te dingen, er is niemand flauwgevallen van opwinding maar het was echt wel hartverwarmend om een band met deze reputatie gewoon rocksongs (ja ok met vervaarlijk melodieuze toets) te zien brengen zonder zich te moeten afvragen of de kleur van de broeksriem pastte bij het decor (we laten dit even voor u nakijken)?

Vroege songs Take Back The City  en Set The Fire To The Third Bar waren natuurlijk hoogtepunten maar zelfs de onderling inwisselbare feelgood powerpopsongs die het gros van de set sierden werkten nooit op de zenuwen en etaleerden vooral veel spelplezier bij Gary Lightbody, Johnny McDaid en co. Straf bovendien dat ook deze band al de kaap van 20 jaar probleemloos haalt. De epische vorm van volkspsychose tijdens Chasing Cars was gewoon leuk om mee te maken en zelfs de ‘gsmverlichting is de nieuwe aansteker’-kerstsfeer deed ons just say yes zeggen. Het punt is dat Snow Patrol erg goed speelde, zelden op bagger of sluikstorten betrapt werd en Lightbody het heel goed kon vinden met het Lokerse publiek, wat in zijn totaliteit resulteerde in een fraai optreden.

Vanavond onthielden we vooral dat The Afghan Whigs binnen 26 jaar nog steeds zullen rocken in the free world en Portland goed floreert in woestijnklimaat. Frying Adams, Back in the hot summer of 22.

Mobiele versie afsluiten