Luminous Dash BE

ALCATRAZ Kortrijk (7/8/2026)

Dag twee. De tenten ruiken naar nacht, bier en te weinig slaap. De eerste stemmen zijn schor, de zwarte kleren iets minder zwart, maar niemand lijkt van plan om het duister vandaag los te laten. Alcatraz ontwaakt niet. Alcatraz kruipt overeind. Onder een hemel die nog even doet alsof het een gewone zomerdag wordt, verzamelen zich opnieuw de verlorenen, zwartjassen, headbangers, metalnomaden en al wie liever leeft op het ritme van dubbele basdrums dan op dat van de ochtendradio. Dag twee dus. Nieuwe namen. Nieuwe rituelen. Nieuwe wonden. Nieuwe keuzes. Want een festival dat 124 bands (waarvan 24 Belgische, waarvoor dank) en 18 dj’s programmeert, dwingt dat af.

Wij startten – na enkele interviews die je hier binnenkort zeker ook ziet verschijnen – aan de Prison Mainstage, waar CombiChrist intussen al heel wat stof deed opwaaien en we daar nog enkele nummers konden meepikken. De Noorse band -die je zeker binnen het crossover-genre kan schuiven, vroeger vooral binnen de aggrotech-scene, nu vooral ergens tussen EBM, metal en industrial – zette heel wat beweging in de massa die aan de Prison Stage verzamelde. Het gebeurt niet vaak op Alcatraz, maar voor mensen als ons – die inhoud en woorden even belangrijk vinden als de muziek – genieten we van de klankklare, melodieus ruwe zang, waar bij elk woord verstaanbaar was. “Can’t stay Awake!” klonk het in Throath Full Of Glass. De duisternis omarmend in de strofes, explosief in het refrein!

Not My Enemy volgde, met beukende drums en heerlijke grunts. Strakke EBM-beats, tikkende cimbalen die de spanning opbouwen. “The clock is ticking, tic toc, all eyes on me”. Met deze woorden werd er opgebouwd naar drums die beukend inslaan, heerlijke grunts, die even later in een electrobad werden gedompeld. “You’re not my enemy…” Een track vol moodswings des duivels! Geen vijanden en toch… “We got a war for you!” in Compliance. Frontman Andy LaPlegua veroorzaakte een oorlog in de ziel, in het hoofd…! En dat zette hij verder met o.a. Today We Are All Demons , dat ergens tussen verdoemnis en verleiding zit. We zagen hen opnieuw ijzersterk dat podium innemen. Dat ze niet in de val trappen om in monotone beats met herhalingen te vervallen, die je binnen de EBM-/ industrialscene maar al te vaak opmerkt, is ongetwijfeld hun grootste troef. Muzikale moodswings, binnen elk nummer, zorgden ervoor dat Combichrist explosief, dynamisch geen seconde verveelde.

Er zijn optredens die beginnen wanneer de eerste noot klinkt. En er zijn optredens die al begonnen zijn vóór iemand een instrument heeft aangeraakt, zoals dat van Witch Club Satan. Toch wilden we die eerste noot niet missen, dus lieten we het hoofdpodium even voor wat het was om hen in The Morgue te ontmoeten. Wanneer de Noorse feministische blackmetalband het podium betrad, voelde dat minder als een concert en meer als het openen van een verboden deur. Geen vrijblijvende introductie, geen voorzichtig aftasten van het publiek: Intro zet meteen de toon voor iets dat zich ergens tussen blackmetalritueel, performancekunst en collectieve bezwering bevindt. De drie dames kwamen op in witte lange jurken – al dan niet met de borsten bedekt – en witte hoorns op hun hoofden. Hun make-up gaat nog een stap verder dan die van Kiss. Als helse bruiden, laveerden ze sierlijk het podium op, elk twee wierookstokjes uitdelend aan de ongelovigen op de eerste rij. “This ís a ritual!” schreeuwden ze hun publiek toe. En nodigden hen uit om samen hun show geboren te laten worden.

Witch Club Satan is geen doorsnee blackmetalband. Johanna Holt Kleive, Nikoline Spjelkavik en Victoria Røising leerden elkaar kennen op de toneelschool en begonnen van daaruit aan hun muzikale avontuur. Die achtergrond voel je. Alles lijkt onderdeel van één groter gebaar: muziek, lichaam, stem, duisternis en symboliek worden samengesmolten tot één intens totaalbeeld. Met Hysteria werd de spanning verder opgebouwd. Hier werd hysterie niet voorgesteld als iets dat onder controle moest worden gehouden, maar als een kracht die juist mag exploderen. De blackmetalbasis is rauw, furieus en compromisloos, maar Witch Club Satan zoekt duidelijk méér dan alleen snelheid en agressie. Er zit iets bezwerends in hun aanpak, iets oerouds en tegelijk rebels. En zo gaan ze ook om met de instrumenten, want de basgitaar werd op een bepaald moment met een dolk aangestreken. Oorverdovend hels en hemels tegelijk.

Voor het volgende nummer kwam de drumster ook even naar voor, om een nieuw ritueel moment in te leiden. Er werd een donkerluguber sprookje vertelt over een ‘watermeisje’, dat zeemeermin werd. “Beaty is dangereous!” klonk het, waar na gewaarschuwd werd dat het zeemeerminnenlied het mooiste is wat je kan horen, maar dat het zonder twijfel ook onze stilte wordt…, waarna Water Girl / Mother Sea door het trio a capella werd ingezet. Waar de voorgaande nummers vooral als een aanval aanvoelen, ontstaat hier ruimte voor iets donkerder en bijna mythisch. Water wordt moeder, oorsprong, dreiging en bevrijding tegelijk. De muziek leek niet zozeer naar een climax toe te werken als wel een trance te creëren. Drie vrouwen die het podium innamen alsof ze spontaan vuur konden vatten, met een prachtig show-gehalte. Feministische verhalenvertelsters op hun eigen, unieke manier. Horrorwitch-metal die er snijdend en morbide voor zorgde dat muziek een collectieve bezwering werd, met het podium als altaar!

Als echte ketters, verlieten we dat beklijvende ritueel om een heel goeie reden: Body Count op de Prison Mainstage. Op Alcatraz, zijn we een voorbeeld van muziekhoppers, die van alle bands waar we fan van zijn of willen ontdekken, iéts proberen mee te pikken, maar motherf***king (jawel, dat zou het woord zijn dat we het eerstvolgende uur het meest te horen zouden krijgen) Ice-T slaagde er wel in om ons dat hele optreden te willen meemaken.

De Amerikaanse heavy metalband die we bijna al van bij hun oprichting in de vroege jaren negentig volgen, met – jawel – rapper Mr. Ice-T als frontman, geflankeerd door de fenomenale gitarist Ernie C., als 2 oprichters van het project. Van de oorspronkelijke zeven leden van de band zijn D-Roc, Beatmaster V en Mooseman intussen overleden. Intussen worden Ice-T en Enie C. bijgestaan door gitarist Juan Garcia, bassist Vincent Price, drummer Will “Ill Will” Dorsey Jr. en achtergrondzangers Sean E Sean en Little Ice (zoon van Ice-T). En deze zeven samen weten wel een show neer te zetten, waarbij het enorm fijn is om te zien hoe ze op mekaar ingespeeld zijn en met elkaar interageren op het podium.

Maar eigenlijk heeft Body Count geen introductie nodig. Je hoeft hun naam niet uit te spreken, geen lange aankondiging te doen en al helemaal geen rode loper uit te rollen. Eén zin volstond: “Body Count’s in the house!” Body Count’s in the House was niet alleen de opener, het is meteen een statement. Ice-T en zijn kompanen waren gearriveerd en de straat is meegekomen. Wat daarna volgde, was een uur lang een nietsontziende botsing tussen metal, hardcore en hiphop met punkattitude. Body Count heeft nooit geprobeerd om zich netjes in één hokje te laten stoppen en ook in Kortrijk trokken ze zich daar geen moer van aan. De riffs waren zwaar, de ritmes meedogenloos en boven alles bleef toch nog steeds de verschijning van Ice-T staan, die met zijn kenmerkende coolness nog altijd perfect weet hoe hij een publiek moet bespelen.

Er was plaats voor de oude vertrouwde woede, maar ook het recentere Body Count kreeg ruimte. Point the Finger, There Goes the Neighborhood, The Purge, Manslaughter en No Lives Matter vlogen voorbij als een reeks muzikale uppercuts. Vooral No Lives Matter paste perfect binnen het universum van Body Count: compromisloos, maatschappijkritisch en zonder behoefte aan diplomatie.

Ook in Psychopath, Drive By en Necessary Evil hielden ze de intensiteit hoog. En met Talk Shit, Get Shot werd de toon nog maar eens duidelijk: hier wordt niet gefluisterd, hier wordt met een sloophamer gecommuniceerd. Toch permitteerde Body Count zich onderweg ook enkele uitstapjes. De band heeft zich altijd graag aan covers gewaagd en ook op Alcatraz kregen we Slayers Raining Blood, die een stevige Body Count-behandeling  kreeg en later werd ook The Exploited-song Disorderuit de kast gehaald. Met het nummer waarmee Body Count in 1992 niet alleen de muziekwereld, maar ook de Amerikaanse politiek en media op hun kop zette, sloten ze af. De controverse rond het nummer Cop Killer was destijds zo groot dat het uiteindelijk zelfs van het titelloze debuutalbum werd verwijderd door hun eigen label. De discussie rond de song dreigde de muziek zelf volledig te overschaduwen.

Wanneer de eerste herkenbare klanken door de Alcatraz-weide raasden, veranderde de Prison Stage in een kolkende massa. Het nummer heeft inmiddels een bijna mythische status gekregen, maar live klinkt het nog altijd even vuil, provocerend en gevaarlijk als waarvoor het ooit bedoeld was. Body Count hoefde op Alcatraz niets meer te bewijzen. Maar deed het toch.

Op aanraden van een collega trokken we naar Health, een band die we nog niet kenden. En dat was een must, want deze Amerikaanse noiserockband uit L.A. bleek ook helemaal ons ding te zijn. Ze combineren brute, elektronische percussie die recht uit oude fabrieken lijkt te komen met melancholiek prachtige zang. Het balanceren tussen die rauwe mechanische noise en oprechte menselijke emotie pakte ons helemaal mee in een sterk tempo.

Uit hun nieuwste album Conflict DLC (2025), kregen we heel wat tracks te horen en herkenden we alvast de opener Vibe Cop , Trash Decade, Ordinary Loss en het nummer Don’t Kill Yourself. Daarnaast hoorden we o.a. ook DSM-V en Children Of Sorrow. Schurend maar melodisch, met zware thrashgitaarriffs en compacte, mechanische akkoorden die botsen tegen zachte, emotionele zang. Zeer filmisch, donker en dansbaar!

Igorrr was dé act die ons vroegtijdig naar hun frontrow lokte, want we wilden geen seconde van hun show missen. De band – die ontstond uit het brein van de Franse artiest Gautier Serre, vanaf met operazang van Gerda Iguchi, die de plaats inneemt van Marthe Alexandre – staat voor een overdosis avant-garde metal, breakcore, barokke chaos, opera, elektronica en deathmetal die ze als een muzikale koortsdroom over elkaar heen laten buitelen. Ook vanavond leek het alsof er ergens tussen een barokke kathedraal, een ontspoorde ravekelder en een psychiatrische nachtmerrie een podium geplaatst was, waar ‘iets’ gebeurde, wat zich nauwelijks nog muziek laat noemen.

Wie ooit dacht dat metal voorspelbaar was, had Igorr nog niet ontmoet. Want de genialiteit van Igorr uit zich in een hallucinante collage van blastbeats, elektronica, opera, extreme metal, breakcore, samples en momenten waarop je je vooral afvraagt: ‘wat gebeurt hier in godsnaam?’ De set werd afgetrapt met Daemoni. Geen rustige kennismaking, geen voorzichtig aftasten. Meteen wordt de deur naar de chaos opengetrapt. Daarna volgt Spaghetti Forever, een titel die eigenlijk al voldoende waarschuwing had moeten zijn. Bij Igorrr is absurditeit geen gimmick, maar een volwaardig artistiek ingrediënt.

Met Nervous Waltz kreeg de waanzin zelfs een dansritme. Een wals, jawel, maar dan eentje waarbij de dansvloer elk moment onder je voeten lijkt weg te kunnen zakken. Vervolgens werd met Blastbeat Falafel nog maar eens bewezen dat Igorrr zelfs extreme metal een gevoel voor zwarte humor kan meegeven. De set bleef voortdurend schakelen, met Downgrade Desert, ADHD en ieuD. Waar de ene seconde een bijna klassieke melodie opduikt, wordt die de volgende seconde verpletterd door elektronische chaos of een muur van blastbeats. Muziek die weigerde om zich te gedragen. Gelukkig maar.

Bij Hollow Tree en Polyphonic Rust leek er iets merkwaardig moois te ontstaan tussen de chaos. Want Igorrr is niet zomaar lawaai. Onder de extreme uitbarstingen zit een bijna obsessieve aandacht voor melodie, ritme en contrast. Het ene moment klonk grotesk, het volgende fragiel. Het ene moment leek ons brein naar adem te happen, het volgende opnieuw ondergedompeld in een maalstroom van geluid. Headbutt deed vervolgens precies wat de titel belooft: geen subtiele tik, maar een frontale botsing.

Met Infestis en Viande werd de duisternis nog wat verder opengetrokken. En er bleef altijd iets theatraals aanwezig. Alsof een barok orkest, een deathmetalband en een krankzinnige elektronische producer samen opgesloten zitten in dezelfde kamer en besloten hebben pas naar buiten te komen wanneer niemand nog weet wat hem overkomen is.

Very Noise was misschien wel de perfecte titel voor het universum waarin Igorrr opereert. Heel veel noise, inderdaad, maar dan noise die tot op de millimeter lijkt te zijn gecomponeerd. Chaos met een architect. Waanzin met een plan, bevestigd door Camel Dancefloor, een nummer dat tegelijkertijd een parodie op dance lijkt, een rave die ontspoort en een metaltrack die weigert te kiezen tussen ernst en waanzin. En alsof dat allemaal no nog niet genoeg is, wordt de set afgesloten met Opus Brain.

Hier stond geen gewone band op het podium. Er stond een muzikale Frankenstein die zijn eigen hartslag had gevonden. Volstrekt gestoord. Volstrekt briljant. En vooral: Very Igorrr. Met dàt besef konden we helemaal bevredigd de stoffige muziekgevangenis verlaten. Voor vandaag althans, want morgen keren we vrijwillig terug.

Website Facebook
Tekst door Nel Mertens – Foto’s door Hannelore Dieleman

Mobiele versie afsluiten