Luminous Dash BE

OTTO-JAN HAM/SJOERD TANGHE – Hi My Name Is Jonny (Canvas)

“Iemand die uitblinkt door moed.”

Als we in Van Dale het woord held opzoeken, krijgen we de bovenstaande beschrijving.

Wat zouden we zijn zonder onze helden? Idolate figuren die we boven de grenzen van de realiteit verheffen en eigenschappen toe-eigenen die maken dat we ons eigen bestaan wat beter kunnen kaderen en, indien nodig, kortstondig ontvluchten. Aanvankelijk zijn het bij velen onze ouders die de rol van held vervullen maar naarmate de jaren vorderen en de tienerhormonen ons gebieden ons tegen elke vorm van gezag af te zetten, dienen we voor onze helden elders soelaas te zoeken. Voor een goed deel van de mensheid valt die keuze op muzikaal geweld. Kurt Cobain, John Lennon, James Hetfield, Pete Townshend, Jonny Polonsky, ze hebben ongetwijfeld op de slaapkamermuur van menig tiener geprijkt. Euh, wie was die laatste precies? 

“Hi My Name Is Jonny.”

Het waren de bovenstaande woorden, in combinatie met een selfie avant la lettre, waarmee de Amerikaanse muzikant zich voorstelde op zijn gelijknamige eerste plaat en ook de toen 18-jarige Otto-Jan Ham bereikte. Tien nummers later had Jonny definitief voet aan wal gekregen op eiland Otto-Jan en zodoende was opnieuw een jeugdheld geboren.

Bron: Youtube

Een twintigtal jaren later beseft Otto-Jan dat Jonny wel van de aardbol verdwenen leek te zijn en hij besloot, na een korte zoektocht op ’s werelds bekendste zoekmachine, om contact te zoeken met zijn verloren gewaande held. Omdat door corona, sociale conventies en de oceaan tussen Europa en Amerika spontaan gaan aankloppen bij de gitaarheld niet tot de opties behoorde, leek een bericht via Instagram dan maar the next best thing. Enkele berichten later blijkt Otto-Jan spontaan gepromoveerd tot would be tourmanager en lijkt een heuse tour van de lage landen in de maak.

Otto-Jan is vastbesloten zijn jeugdheld de erkenning te bezorgen die hij verdient en regelt naast enkele optredens ook interviews bij diverse radiozenders. In het kader van kostenbesparing neemt hij de Amerikaanse gitarist dan ook nog maar even twee weken binnen zijn eigen gezin op logement. Klinkt logisch, toch?

Aanvankelijk verloopt alles vlot. Het is een hartelijke ontmoeting tussen een fanboy en een jeugdheld. De beide partijen amuseren zich tijdens hun eerste optredens door België en het lijkt even allemaal te mooi om waar te zijn. Het is tijdens de autorit naar Amsterdam dat we toch langzaamaan de sfeer zien omslaan. Geen klinkende ruzie maar een sfeer van ongemakkelijkheid. Een jeugdheld waar je aan vraagt of alles oké is, die vervolgens bevestigt dat alles oké is maar wiens lichaamstaal uitschreeuwt dat niet alles oké is.  

We zien een muzikant die, This-Is-The-Story-Of-Anvil-gewijs, regelmatig voor drie man en een paardenkop moet optreden in kleine clubs en cafés. Niet bepaald wat Otto-Jan in gedachten had als eerbetoon aan zijn jeugdheld. De modale Vlaming zou in dit geval al best een mooie portie medeleven beginnen kweken voor de artiest in kwestie maar in ons geval ging dat medeleven vooral uit naar de tourmanager die alles zo perfect wil maken voor de artiest en een geïnteresseerd en groot publiek op de been wil brengen. Het publiek dat Jonny volgens Otto-Jan altijd al verdiende.

Misschien dat, tijdens het optreden in het Depot in Leuven, een optreden met een gelegenheidsband het tij kan keren. Otto-Jan was al zo voorzienig om Isolde Lasoen en Frank Van Der Linden warm te maken en te rekruteren voor het project. Voor de zekerheid had hij dan ook al ineens maar de zaal ingelicht van diens, bijna religieuze, openbaring om een gelegenheidsband samen te stellen. Laat het nu zijn dat Jonny tijdens een gesprek al eens liet uitschijnen er niet warm van te worden om een oude plaat volledig opnieuw te spelen en al zeker niet met een gelegenheidsband. Een klein probleem dus. We zijn er echter wel zeker van dat de grimas die Otto-Jan op het scherm projecteerde, na het horen van de bovenstaande boodschap, mogelijks voldoende materiaal is om een nieuwe emoticon te creëren voor de boodschap “Fuck my life.” Het voorstel om zelf bassist te spelen bij de gelegenheidsband had hij op dat moment nog niet afgetoetst bij Jonny. Dus het was ongetwijfeld niet de laatste keer dat we een dergelijke grimas te zien zouden kregen.

De show met de gelegenheidsband kwam er uiteindelijk en was een bescheiden commercieel succes. Wat een gratis t-shirt bij een cd al niet kan teweeg brengen. Voor zij die niet weten waar we het momenteel over hebben, verwijzen we je graag naar de documentaire zelf voor een warm maar grappig moment.

Na het optreden in het Depot te Leuven zagen we voor het eerst ook terug een glimp van een ontspannen Otto-Jan en dat deed, ook de kijker, ongetwijfeld deugd. Een happy end zoals men dat bij Disney dan wel eens pleegt te noemen. Of toch niet?

Tijdens de terugrit vanuit Leuven zien we Otto-Jan glunderen omdat hij net het podium gedeeld heeft met zijn jeugdheld. Dat die jeugdheld tijdens een gesprek de woorden: “The whole set was a mistake” uitspreekt, doet bij Otto-Jan de emmer overlopen. We zien in enkele seconden de grimas van Otto-Jan veranderen van pure extase naar ontreddering, teleurstelling en zelfs bijna tranen. Eén dag later is de tour alweer voorbij en zit Jonny op het vliegtuig naar Amerika. Eén van de laatste dingen die we horen in de documentaire is de stem van een opgeluchte Otto-Jan die toch met een beetje schroom aan zijn vrouw moet bekennen dat hij blij is dat de tournee erop zit. Een opluchting die ongetwijfeld ook de vele toeschouwers van televisiekijkend Vlaanderen deelden.

Tijdens deze documentaire werd twee weken aan beeldmateriaal gedistilleerd tot een korte film van 1 uur. Voor ons mocht die gerust twee of drie keer zo lang duren. Het is lang geleden dat we nog eens een muziekdocumentaire zagen van dergelijke kwaliteit, spontaniteit en eerlijkheid. Dat deze documentaire dan ook nog eens van Belgische hand is, doet de chauvinist in ons zijn hart ophalen.

Wie een diepe inkijk in het leven, reilen en zeilen van Jonny verwachtte, is eraan voor de moeite. Ook een eindeloze aaneenrijging van interviews met mensen uit de muzieksector of de close circle van Jonny Polonsky zelf zul je in deze documentaire niet terugvinden. Wél geeft de documentaire een eerlijke inkijk in het lot dat vele professionele muzikanten beschoren is. Voor elke band die een arena of stadion platspeelt, zijn er duizenden andere bands die hun bestaan proberen te rechtvaardigen en die vechten om te overleven. In de documentaire wordt vooral, naast een ode aan de muzikant, ook een hulde gebracht aan de 18-jarige fan in ons allen. Dát is wat dit stukje muzikale cinematografie zo bijzonder mooi maakt.

Op het einde van de documentaire sprak Otto-Jan de woorden: “Misschien is er soms nauwelijks een verschil tussen goeie bedoelingen en slechte ideeën.”

Wij eindigen graag met de volgende uitspraak: “Je hebt, zo goed en zo kwaad als het kan, uitgeblonken Otto-Jan. Held!”

De documentaire is nog tot 6 februari te bekijken via VRT-NU via de onderstaande link. Voor wie niet genoeg kan krijgen van dit soort documentaires willen wij ook zeker Anvil: The Story Of Anvil, aanraden.

VRTNU

Mobiele versie afsluiten