Home Belgisch BELPOPMUSEUM : THE JOKERS (Tabou)

BELPOPMUSEUM : THE JOKERS (Tabou)

by Hans Verhoeven

Even een vraag aan het publiek: mogen we eens chauvinistisch zijn? (Publiek: “Ja zeg, is het nog niet genoeg dat we dat hier allemaal moeten lezen?”) Pech, we doen het toch. Want waarover handelt dit stukje? Over The Jokers, één van die duizenden instrumentale gitaargroepjes uit het begin van de jaren ’60. Dan gaan velen denken aan The Shadows of The Ventures, maar The Jokers waren beter. Ga het eens vragen in Spanje. Of Japan. En het mooiste: The Jokers waren van bij ons.

Antwerpen Linkeroever, 1960. In clubs vol sanseveria’s en snorrende plafondventilatoren spelen jongens strak in het pak ten dans. Het zijn The Jokers en ze hebben in die begintijd nog een zanger; ene Tim Visterin die later op zijn manier nog Belgische muziekgeschiedenis zou schrijven. In datzelfde 1960 scoren ze meteen een enorme hit – meer dan 100.000 stuks van verkocht – met een rockversie van het aloude volkswijsje Ik Zag Cecilia Komen, omgedoopt tot Cecilia Rock.

The Jokers komen pas echt op kruissnelheid als de vijftienjarige gitarist Ronny Sigo zich aansluit. Hij is de fiere bezitter van een Fender Jazzmaster, de gitaar die hun sound vanaf dan gaat bepalen. Want The Jokers spelen niet zomaar The Shadows na: ze zoeken hun eigen sound en zijn de eersten die hier met stereo experimenteren. Hier, waar de concurrentie moordend is. Er zijn de Brusselse Cousins, die een wereldhit scoren met Kili-Watch, en er zijn The Seabirds (met Sylvain Vanholme op gitaar), bekend van Protest Rock.

Louis Van Rymenant runt vanuit Wilrijk z’n platenlabel Discostar en aarzelt niet om The Jokers binnen te halen. Die bestaan dan uit leadgitarist Sigo, zakelijk leider Jos Clauwers (gitaar), Jos Raes (bas) en drummer Gerald Pepermans, in 1959 overigens Belgisch kampioen in die discipline. Van Rymenant (1928-2002) stuurt zijn jongens naar diverse buitenlanden maar geeft hen genoeg tijd om in de studio aan het experimenteren te slaan.

Dat alles resulteert in voor die tijd baanbrekende singles als Sabre Dance, Drina March maar vooral Tabou, wat in ’64 eigenlijk als b-kantje bedoeld was. Het is een compositie uit 1935 van de Cubaan Ernesto Lecuona, die ook Malagueña schreef. Het nummer valt vooral op door de junglegeluiden die Ronny Sigo uit zijn snaren haalt. Dat horen ze ook in het buitenland. Tijdens een concertreeks doorheen Spanje hadden de jongens hun instrumentarium al op het podium gezet. Een producer van de Spaanse tak van Polydor loopt binnen, ziet al dat Fender-geweld (het merk is dan niet te koop in het Spanje van Franco) en biedt hen meteen een contract aan voor een lp. In stereo dan nog. De plaat, Guitarras En Stereo, zal later ook in Japan worden uitgebracht.

Zo rond 1966 zijn de hoogdagen van de instrumentale gitaargroepen evenwel voorbij. Met een jaarlijkse zomerresidentie in de Blankenbergse Continental Club nemen The Jokers geen genoegen, en gaan ze elk huns weegs.

Wat werd er van hen? Jos Clauwers fungeerde nog even als stand-in voor Elvis Presley in de film Double Trouble, waarvoor opnames in Brugge en Antwerpen dienden gemaakt (De KIng ging zich daarvoor echt niet naar ons land begeven) en werd nadien producer. Ronny Sigo ging met samples in de weer en verzorgde geluidseffecten voor tv-producties. Jos Raes werd elektrotechnicus. Gerald Pepermans ging de horeca in, baatte in Temse jarenlang een café uit en stierf in de lente van 2019, 73 jaar.

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More