In de categorie “teringherrie met twee” valt vanaf heden een nieuwe vaderlandse band aan het lijstje toe te voegen: Marshes Hew. Een deftige vertaling voor de bandnaam valt eigenlijk niet te bedenken. De heren Bruno Morez en Matthias Meersmans laten de invulling ervan overigens volledig vrij aan de luisteraar. Ze wilden een naam die suggestief, abstract én mysterieus klinkt. Opzet geslaagd durven we denken. Als je een woord als moerassen verwerkt in je bandnaam, mag het geen verwondering wekken als de muziek je bij wijlen meesleurt in de zompige donkerte. De stijl valt echter niet direct in één woord te vangen. Het laat zich best samenvatten als de instrumentale combinatie van old-school Noorse blackmetal doorspekt met méér dan een vleugje death en een streepje doom-metal.
Het duo maakte reeds samen muziek in hun tienerjaren zoals bij hun eerste obscure band Bloodfest. Ook nadien kruisten de wegen nog geregeld, maar niettemin kwam er een hiaat in de samenwerking gedurende een tiental jaren. Maar kijk, de wegen des levens zijn hoewel ondoorgrondelijk vaak onlosmakelijk verbonden. Beide heren vonden elkaar terug in hun eerste liefde: metal. Een eerste repetitie resulteerde al snel in nieuwe ideëen en dus nieuwe songs. Rattlemarks was zo het nieuwe muzikale begin en vormt meteen ook de opener van het album.

Rustling Heaving bevat in totaal vijf songs die samen goed zijn voor ruim een half uur aan instrumentale orkaankracht. Het tweetal slaagt er op onnavolgbare wijze in een sfeer te creëren die ronduit meeslepend te noemen valt. Let wel, al wie beukende drums, pompende bas en snijdende gitaren afschildert als des duivels loopt hier allicht best in een héél wijde boog omheen.
Wie deze ingrediënten echter naar smaak weet te appreciëren heeft er een delicieuze maaltijd bij. Degenen die schrik hebben dat instrumentale muziek snel verveelt of vervalt in hetzelfde klinkende structuren kunnen we bij deze geruststellen. Morez en Meersmans zijn erin geslaagd om te grossieren in steeds wisselende melodieën en ze kijken allerminst op een tempowisseling meer of minder. Het is nochtans niet iedereen gegeven om een nummer van ruim tien minuten zoals Brittle Glades – tevens afsluiter van het album – boeiend te houden van begin tot eind. Het gaat dan ook van een doomy mid-tempo track over een mokerende blastbeat en weer terug. Knappe jongen die op het ritme van de muziek een workout in de fitness tot een goed einde weet te brengen!
We zijn geneigd te denken dat het opnameproces in niet geringe mate heeft bijgedragen tot de synergetische kracht van de songs. Op één dag tijd werden de nummers ingeblikt waarbij de heren alles samen inspeelden alsof ze live optraden. Drum en één gitaar om het puur en to the point te houden. Geen overdubs of extra tierlantijntjes maar sober, rauw en authentiek. Kortom, dit is muziek die de donkere zielen tot in hun diepste vezels weet te raken.
Missen we zang? Heu, ja en nee. Er zijn momenten waarop we het gevoel hebben dat een luide grom of uitbarstende schreeuw een versterkende bijdrage zou kunnen zijn, maar evenzeer hebben we het gevoel dat dit dreigt de muziek naar de achtergrond te verwijzen en dat zou bijzonder jammer zijn. Het siert Marshes Hew dat ze zich hebben toegespitst op hetgeen ze echt goed kunnen én ze laten de luisteraar voor het overige vrij in de verdere invulling. Voel je de nood om mee te brullen, het kan naar believen. Zo is Rustling Heaving een plaat geworden die – eens temeer – bewijst dat instrumentale muziek haar plaats aan het metalfirmament méér dan waard is.