Home ReviewsAlbum Reviews BORDREUIL/ROWDEN – Dust (Dadaist Tapes)

BORDREUIL/ROWDEN – Dust (Dadaist Tapes)

by Jos Buersens

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

De meesten onder ons zijn ooit al wel eens met de bovenstaande begrafenisformule geconfronteerd. Een waarheid als een bus voor sommigen en voor anderen dan weer absolute quatsch. Voor hun tiende release laat Dadaist Tapes ons alleszins kennismaken met de klank van dat voorgenoemde stof en dat doet het label met behulp van celliste Leila Bordreuil contrabassist Zach Rowden.

Op de Bandcamp van Bordreuil staat er te lezen dat de composities gestoeld zijn rond akoestische improvisaties op cello en contrabas. Wie na het lezen van deze beschrijving zich al verlekkerde op wat conventionele klassieke muziek is er echter aan voor de moeite. Bordreuil en Rowden gooien bij hun improvisatie alle speelconventies van hun respectievelijke instrumenten overboord. Een herinterpretatie van het instrument en de geproduceerde tonen dienen zich dan ook duidelijk aan.

© Bordreuil/Rowden – Dust – Dadaist Tapes – 2021

Drie tracks bevat het album dat Dust werd gedoopt. Voor jouw gebruiksgemak werden de nummers eenvoudigweg NO.1, NO. 2 en NO. 3 genoemd.

NO. 1 is met zijn 4’03” minuten de kortste track van de release. Wanneer we de compositie beluisteren, is het soms moeilijk om te geloven dat het slechts twee instrumenten zijn die al dit geluid creëren, een gevoel dat we nog meerdere malen zullen ervaren tijdens het beluisteren van deze tape. Wat vooral opvalt, is dat beide spelers veel aandacht schenken aan het laten uitklinken van de geproduceerde noten. Er wordt doorheen het nummer niet al te kwistig met geluiden gegooid maar er wordt gekozen om de diepgang die elke noot heeft van begin tot einde te laten klinken. Ook het gebruik van feedback en vibrato om het geluid van nuances te voorzien, worden niet geschuwd in NO. 1.

De cello en contrabas lijken wel twee lijnen van geluid die soms elkaar lijken te raken voor korte harmonieuze gehelen. Op andere momenten zweven ze net boven elkaar om tenslotte dissonant met elkaar in de clinch gaan. Op de momenten waar dissonantie regeert, lijkt het wel alsof er saxofoons en zelfs doedelzakken in het spel zijn maar niets is minder waar. Het geheel resulteert in een drone-achtig compositie die speelt met zowel de zwaarlijvigheid van een klassiek drama als met idyllische luchtigheid. Ondanks de onconventionele benadering van de instrumenten resulteert NO. 1 in een zeer rustgevend nummer waar we keer op keer met volle aandacht naar luisteren.

NO. 2 is met zijn 13’30” het langste nummer van de release. Bij aanvang van de compositie regeert onrust. De instrumenten lijken met elkaar in gevecht op zoek naar een gemeenschappelijk punt. Vanaf minuut 1 lijken ze dat punt bij momenten kort te vinden, waarna het geheel opnieuw ontaardt in gestructureerde chaos. Rond minuut 2 zoeken de instrumenten de hogere auditieve regionen op. Als we niet beter wisten, zouden we bij momenten opnieuw denken dat een saxofoon de twee instrumenten heeft vervoegd in hun auditieve strijd. Rond minuut 3 bedaart de onrust en kiezen Rowden en Bodreuil steevast voor de nuance. Waar het eerste deel van de compositie zeer druk was, nemen de spelers nu de tijd om hun diepe noten te laten uitklinken en dusdoende een soort van mantra te produceren die ons wat aan de diepe rustgevende gezangen van boeddhistische monniken doet denken. Rond 6’40” banen de instrumenten zich stilaan opnieuw een weg omhoog. Waar het ene instrument voor een consistente achtergrond blijft zorgen, voorziet het andere instrument subtiele noties op de voorgrond. Het is rond minuut 8 dat het geluid sterk begint aan te zwellen en één van de instrumenten zich sterk op de voorgrond plaatst met nuances van de chaos van weleer. De compositie neemt vervolgens een zeer dramatische mineur-toon aan waarbij ook het geluid van een klarinet bij momenten lijkt te weerklinken. Rond 11’30” neemt de onrust opnieuw toe en horen we vooral bij de cello dissonantie de kop opsteken. Noties van klassieke muziek dienen zich, hoe abstract ook, aan.  

Ondanks dat het om een improvisatie gaat, horen we toch wel een zekere structuur in NO. 2. Het is vooral de manier waarop de compositie wordt opgebouwd en afgebouwd, samen met subtiele verwijzingen naar eerdere delen van het nummer die suggereren dat NO. 2 niet zomaar wat geluid is dat bij elkaar werd gegooid maar een doordacht concept.

Neen, jouw browser is niet stuk, er hapert niets aan jouw geluid en ook met jouw gehoor is nog alles oké. Ook wij hebben toch een keer van browser gewisseld bij aanvang van NO. 3 omdat we vreesden dat onze trouwe digitale trawant het kortstondig aan het begeven was.

Waar er bij het vorige nummer sterk ingezet werd op het laten uitklinken van noten merken we dat er nu gefocust wordt op het kortstondig afbreken van de compositie, en dat elke vijf seconden om precies te zijn.

Rond 1’10” komt er een tweede instrument bij en ook hier regeert een atypische gebroken klank. Wat Bodreuil en Rowden net met de instrumenten hebben gedaan, is onduidelijk maar het is opnieuw bijna niet te geloven dat dit het geluid is van een cello en een contrabas. Op dit moment in de luisterbeurt zijn wij al volledig verzonken in de compositie die rustig progressie maakt als ware het zacht kabbelend water.

Rond minuut 3 horen we geluiden die ons al iets bekender in de oren klinken en die al meer aandoen als cello en/of contrabas, hetzij totaal onconventioneel bespeeld. Waar de achtergrond zeer consistent een breed geluid blijft produceren, voegt de voorgrond repetitieve nuances toe aan het geheel. Bij momenten is het geluid zo rijk dat het wel lijkt alsof Bordreuil en Rowden gebruik maken van loopstations om hun breed scala aan geluiden in stand te houden.

Rond minuut 5 horen we een hoog geluid door de dikke massa schemeren dat, naarmate de compositie vordert, terrein wint en een prominente plaats krijgt in het geheel. Rond minuut 8 wordt vervolgens een industrieel elektronisch geluid ingevoegd. En hoewel op dit moment alle delen zeer repetitief werken, spelen ze zo op elkaar in dat de compositie blijft intrigeren.

We vermoeden dat Bodreuil en Rowden hun compositie wilden eindigen op een hoogtepunt. Twee seconden voor het einde van de track doen ze dat ook door het geluid plots stop te zetten. Hoewel dergelijk einde door veel luisteraars als abrupt zou kunnen worden ervaren, zien wij het als een soort open einde om de luisteraar zelf te laten nadenken hoe het mogelijks nog verder had kunnen gaan. Zinspeling noemt men dat.

Stof kan gezien worden als een object maar wij bekijken het na het beluisteren van deze tape graag als toestand. Wanneer stof ongeroerd gelaten wordt, zal het ook rustig blijven liggen en zich op dezelfde manier eeuwig blijven herhalen. Wordt het stof door externe factoren in beweging gebracht dan zal het opwaaien en resulteren in een moment van chaos tot het opnieuw rustig kan neerdalen alsof er nooit iets gebeurd was. Het mag misschien allemaal wat vergezocht lijken maar voor ons is deze redenering perfect te rijmen met de keuze van de titel en de opbouw van de bijbehorende composities.

Dust bestaat uit drie intrigerende composities waarin gespeeld wordt met speelconventies, repetitiviteit, structuur en geluid an sich. En, hoewel het weinig waarschijnlijk is dat één van deze composities zal fungeren als openingsdans op jouw trouwfeest, zorgen ze alleszins voor een meer dan interessante luisterervaring.

Wie graag wat beelden heeft bij al dit auditieve moois kunnen wij de film Man With A Movie Camera aanraden waarvan je de link hierboven terugvindt.

Dust, stof tot nadenken!

De fysieke release, die voor de gelegenheid op een editie van 50 cassettes werd uitgegeven, is naar goede gewoonte alweer lang de deur uit. Alle composities zijn echter, zoals steeds, online te beluisteren.

Hieronder vind je alvast enkele relevante links!

DADAIST TAPES: BANDCAMP/WEBSITE/INSTAGRAM

LEILA BORDREUIL: BANDCAMP/WEBSITE

ZACH ROWDEN: BANDCAMP

You may also like