Home Festival W-FEST (17/8/2018)

W-FEST (17/8/2018)

by Luminous Dash

De ideale ‘friday wake-up-call’, dat waren ze, Doganov! Dat je er wakker van werd: gegarandeerd! Eén en al ruwe brutaliteit op een podium, die de vroege vogels (jaja, er waren er voor Doganov toch wel speciaal vroeger uit hun nest gekropen dan gisteren op dit uur) meteen aan het dansen zette. Ook zanger Karl Cleeren liet even vallen dat hij er om 5.30 uur uit moest, maar er zo graag stond. Van het instrumentale Receivertot Twincest, Cupids’Dance, I Am The Dark en Headhunter: ze klonken hard ’n heavy. Ook met Mad To The Sane, Blood & Rain en Grimm geven ze hun typische combinatie van keiharde elektro met nog hardere gitaren. Deze plaatjes klopten volledig! Afsluiten deden ze met één van de nieuwste nummers van hun laatste album Twincest GamesEndear You, in samenwerking met Jurgen Engler gemaakt. En ja, die vergelijking durven we wel maken… Doganov en Die Krupps… Volgende keer misschien toch wat later programmeren, want Doganov moét iedereen gehoord hebben.

Monica Jeffries liet zich flankeren door gemaskerde muzikanten. Makkelijk, want vaak wisselen deze, aangezien Monica zelf graag voor alles in haar creatief productieproces de touwtjes in handen houdt. Een onafhankelijke, do-it-herself dame, die het podium wel wist te vullen met sterk dansbare nummers, waarbij haar stem soms de meest ijzige kant opging maar ook lekker zwoel kon klinken. Zowel ontspannend als opzwepend dus, van Waiting For Godot tot Window Of Hope. Zelf had de Poolse wat last van tijdsverwarring, wanneer ze zo rond 13 uur ‘the last song for tonight’ aankondigde.

Dat we hem misschien nog wel kennen uit de jaren 80, liet Pierre Goudesone van Flesh & Fell vallen van op de Synth Stage. Waarna ze een bekoorlijke set speelden, die startte met Icarus, de titeltrack van hun laatste album. De eigthies-sound zit er zeker in, samen met groovy gitaren en sterke elektronica. Tipsy is een nummer dat charmeert. Zwoel klinkend, ondersteund door stevige gitaren en drumsound. Het publiek smaakt Something In Between, Liar, Poker Joker, maar toch ook vooral Hunger en The Wind, dé hits waarmee ze reeds in de jaren 80 scoorden. Na Salome, Devil In Me en Tongue Tied, wordt het publiek dan ook extra verwend met de song Emma, de Hot Chocolate-cover waarmee Flesh & Fell meer succes oogstte dan wat warme chocoladesaus ooit losmaakte. Wat Laurence betreft (de zangeres die Cathérine opvolgde): haar Franse accent stoort helemaal niet, maar charmeert zelfs (we smolten bijna, toen ze ‘tipsy’ zong), maar we missen wel een bepaalde podiumpresence. Het ziet er allemaal nogal houterig en braafjes uit. Deze nummers mogen gedragen worden door wat meer vrouwelijke pit!

Van vrouwelijke pit gesproken, daarvan heeft zangeres Gabriella Åström van Me The Tiger een beestige overdosis. Heerlijk om deze Zweedse band bezig te zien én ook te horen, want hun sensationele elektropopnummers zijn sterk en catchy. Gabriella’s stem is machtig en ze springt van de ene naar de andere kant het podium op. Ook de gitarist heeft de fysieke mogelijkheid om al spelend een meter omhoog te springen en zijn benen te spreiden tegelijk. Voor ons was dit dé ontdekking vandaag, want we hadden Me The Tiger nog niet live gezien, hoewel ze al enkele jaren bezig zijn. Nummers als As We Really Are en Hollow van hun laatste album What Is Beautifull Never Dies, rollen het podium één voor één af, recht over het enthousiast dankbare publiek. Wat wij dan weer volledig onnodig en onrespectvol vonden, was dat een gitarist zijn instrument op het eind van het optreden het podium gooide…

In eigen land kan Clare Crogan geen straat op zonder aangeklampt te worden, maar dat heeft de Schotse vooral aan haar populaire telelevisieverdiensten te danken. Een paar enkelingen, vooral hier, die weten dat zij het boegbeeld is van de newwavepopgroep Altered Images. Een beetje ten onrechte afgeschilderd als dat bandje van Happy Birthday en dat bewees Clare in Amougies met drie andere frisse dames. De muziek mag dan wel afgelikt lijken en het geheel baadt net iets te veel in een Eurovisie-discosfeer, toch gaf het ons (en de andere nostalgiegangers) een heerlijk gevoel om deze oude krakers nog eens op het podium te horen. De stem van Clare heeft nauwelijks moeten inboeten, en het doet deugd om een band op zo’n jong uur zo enthousiast aan het werk te zien.

Orphaned Land was misschien de vreemde eend vandaag, hoewel ze er zeker geen Calimero-gevoel moesten aan overhouden. Dat we metal misschien niet meteen verwachtten in het rijtje van verder ook wel uiteenlopende W-sounds is zeker. Maar dat het een fijne afwisseling was, voor een publiek dat er ook voor open stond is zeker. We staan er weinig bij stil, maar metal klinkt voor ons meestal erg Westers, in tegenstelling tot deze Israëlische mannen die hun muziek met passie én inbreng van hun eigenheid brengen. Hoewel zanger Kobi Farhi aangeeft dat het hier enkel om muziek gaat en niet om religie, politiek, seksuele geaardheid…, gaan hun songs over de overlappingen tussen de drie grote godsdiensten, de verschillen tussen oost en west, duisternis en licht, God en satan. Ze brengen doom-/deathmetal, waarbij de drums een sterke heartbeat weergeven en sterke melodieën vooral vocaal toegevoegd worden vanuit screams tot de switch naar pure vocals. Vaak zaten we wel op het puntje van onze denkbeeldige stoel waarop gitaarlijnen naar een hoogtepunt toe werkten en we dachten ‘Nu breekt het nummer los!’, maar werden we daarin teleurgesteld. In de melodieën werden typische etnische klanken toegevoegd, die in de verf gezet werden door een sensuele buikdanseres die het podium opwiebelde. Wat we zéker willen onthouden (en ja, onthoud dit dus ook maar goed!) was volgende mooie boodschap van Kobi Farhi: ‘Het leven is een stuk tragedie op zich, dus moeten we zoveel mogelijk, zeer intens feesten om dit in evenwicht te krijgen.’

Voor de meeste bezoekers een nobele onbekende, hoewel iedereen Criminal World kent dat hij opnam met zijn band Metro alvorens aan een solocarrière te beginnen die over honderden bulten ging. Een song die iedereen uiteraard kent, weliswaar in de versie van David Bowie en dat is volgens Peter Godwin “something you can’t beat”. Dat merkten we maar al te goed op W-Fest. Gekleed in een spierwitte broek met aan zijn zij een gitarist leek het wel of Godwin met tegenzin zijn synthpopsongs stond te brengen. Ooit misschien goed genoeg om net geen synthpopster te worden wegens soms vaak geniale songs (Images On Heaven of Baby’s In The Mountains), maar anno 2018 kan Godwin niet langer dan een seconde boeien.

Een mix van alternatieve indie, krautrock, doommetal en ambient? Zoiets? De Polen van Echoes Of Yul slagen er alvast in om alle grenzen over te steken en dit in een zeer sterk arrangement te gieten. Wat ze brengen zijn complexe, maar alles overspoelende sounds met een sterke focus op het instrumentale. Als zanger Michał Śliwa toch zijn stem open trekt, klinkt het rauw en diep. Donkere thema’s worden niet gemeden: wanneer de zanger ‘Kill yourself’ schreeuwt, gaat dit als een speer verticaal door ons hele lichaam. De ogen sluiten en helemaal op gaan in deze echo’s was heerlijk. De grote tent mocht iets intiemer zijn daarvoor, want ondanks de sterke rockdrums, meeslepende keys en de soms hevige metalsounds, voelde het ook spiritueel/ritueel aan.

De komst van A Flock Of Seagulls maakten heel wat synthpopfans gelukkig. Je hebt inderdaad meer dan wat Google-trucs nodig om uit te vissen hoe lang het al geleden was dat de synthpopformatie uit Liverpool nog op een Belgisch podium stond. Een band waar vaak smalend wordt over gedaan, blame those silly haircuts, maar wie zot is van synthpop weet dat zowat iedere single van de Britten een onsterfelijke klassieker is. Dat beseft A Flock Of Seagulls ook maar al te goed en voor wie er zin in had ontpopte de band zich tot een weergaloze jukebox die retestrak klonk en niet eens gedateerd. Het zal dan toch aan de keuze van de kapper hebben gelegen….

Heel wat Dirk Ivens-fans verzamelden in de Wave Cave voor Dive. De man hoefde niets meer te bewijzen. Als oprichter van The Klinik en als lid van Absolute Body Control en Sonar is hij een van onze Belgische elektro/industrial legendes die het ook in het buitenland waarmaakte en waar vele artiesten reeds graag mee samenwerkten. Zijn solo-project Dive is een staalharde bevestiging van zijn kunnen. Helemaal alleen op het podium en hij vulde én het podium én de tent helemaal met zijn sounds en zijn charisma. Van de eerste tot het laatste nummer, danste het publiek gedreven en geraakt. En dat is wat Belgische kwaliteit met ons doet… en wat Ivens blijft doen: hij doet ons rillen, terwijl hij onze hartslag laat stijgen nog voor we het beseffen.

Annabella Lwin, ooit een product van charlatan Malcolm McLaren die op zoek was naar het perfecte snoetje en dat toen in de veertienjarige Annabella vond en haar pardoes halfnaakt op een albumcover zwierde, wat uiteraard voor de nodige commotie zorgde. Processen of de vele verwijten naar McLaren ten spijt, lijkt Annabella op rijpere leeftijd maar al te graag naar die “verboden” tijd terug te grijpen en samen met wat jonkies brengt zij een set vol Bow Wow Wow-covers. Bow Wow Wow viel vooral op door haar Adam Ant-achtige tribal drums en als je die weghaalt, bekom je niet meer dan een matige zangeres die ooit een glorie was in het decennium dat de meeste W-Fest-gangers in hun hart dragen als de mooiste tijd ooit.

Op het podium stappen, het publiek verleiden, elke seconde van het optreden dichtbij zich vasthouden en vooral niet lossen… Die Krupps deed het! De ogen van Jürgen Engler lijken duivels doorborend. Een van de schitterende headliners vanavond. The Dawning Of Doom, de Visage-cover Der Amboss, Schmutzfabrik, Germaniac, het theatrale Fly Martyrs Fly, Fuck you… Ze klinken, hard, luid en gedreven. Hun hit Robo Sapienwerd door iedereen luidkeels meegebruld en Machineries of Joy klonk ongelofelijk sterk met de ritmes op de metalen klankbuizenconstructie, het indrukwekkende slaginstrument dat wellicht ook een naam heeft. Een optreden waarvan je zwetend, met een overvol, maar gelukzalig aanvoelend hoofd van terugkeert, alsof de motoren van Die Krupps blijven nazinderen.

De band die het er gisteren in de eightiessector het beste vanaf bracht was tot onze grote verrassing toch ABC. Niet eender wie is even tuk op de gouden formule van de band uit Sheffield (soul met new wave mengen), maar het bracht de band heel wat gouden (en compleet genegeerde) platen op. Martin Fry gedroeg zich in maatpak als de Bryan Ferry-achtige charmeur die hij in zijn clips was. Hits als King Without A Crownof Poison Arrow staan jaren na datum nog steeds als een huis en hoewel sommige platen onvergefelijk zijn, toonde ABC zich als een klassevolle 80’s-band waar het enthousiasme en professionalisme van afdruipt. En geloof ons, zelfs wij zijn verbaasd dat we deze woorden hebben neergepend, but you can’t beat the truth.

Op hetzelfde niveau als van Die Krupps, was Project Pitchfork een topper vanavond. Hoewel het er binnen het EBM-genre iets minder hevig aan toe ging dan Krupps-gewijs, speelden ze een strakke set. Bij het prachtige nummer Rain klonk de stem van zanger Peter Spilles dan ook even heerlijk als hij er uit zag. De fans die vooraan staan werden gek toen Spilles van het podium klom en de middengang in ging om uitdagende blikken, handen en knuffels uit te wisselen terwijl hij lustig Rescue bracht. En dat is dan ook de kracht van Project Pitchfork: stevige EBM, die toch nog dat rustige, donkere en soms breekbare kantje heeft.

Is er een groter popicoon uit de 80’s dan Kim Wilde? We denken het niet. De onbereikbare droom van vele jongensharten in de jaren 80 en toch iemand die heel wat verdienstelijk materiaal op haar cv heeft staan (drie briljante eerste platen en een resem hits om u tegen te zeggen). Zoals vele held(innen) vond ook Kim het nodig om ons op te zadelen met een nieuw album (Here Come The Aliens). De ondertussen zestigjarige blondine weet ook wel dat ze het aantal verkochte exemplaren ervan op één hand kan tellen, en op de overbodige songs na, kreeg het dolenthousiaste publiek een douche van 80’s-hits. Over de begeleidingsband valt veel te vertellen (soms lijkt het wel of je in een Broadway-musical zit), maar de leeftijd speelt haar tot dusver nog geen parten (ten minste niet op muzikaal vlak). Kim Wilde deed wat ze verondersteld werd te doen op W-Fest: Kim Wilde zijn. Zelfs de grootste tegenstanders gingen naar huis met het gevoel van Kim Wilde te hebben gezien. En dat is de kracht van het nostalgie-beestje, toch?

Reviews geschreven door Didier Becu en Nel Mertens

Foto’s door © Karim Hamid

You may also like