Home Festival W-FEST (16/8/2018)

W-FEST (16/8/2018)

by Luminous Dash

Vroeg de veren uit voor The Christians die de eerste W-festivaldag openden op de Synth Scene. Licht ironisch en niet geheel tevreden liet zanger Gary Christian vallen hoe fijn hij het vond ‘playing for such a fantastic crowd’, van wel zeker 40 personen. Hij is ondertussen nog de enige Christian van de drie broers die de band rijk was. Wat wij dan weer ironisch vonden was om net van hém te horen dat ‘every man needs attention’… We hoorden enkel het eerste nummer (omdat we de opener in de Wave Cave niet wilden missen…) en het is niet onze stijl, maar de kleine groep toeschouwers bleek er in een romantische bui wel van de love ballads te kunnen genieten.

Met hun volle maan in de visual op de achtergrond, was Dark Side Eons uit Polen dan wel een schot in de zwarte roos. Het elektro-industrialduo gooide meteen wat dansbeats de weide op met strakke synths en afwisselend schreeuwende en reflecterende stem. Infinity Equals Zero bracht het publiek meteen aan het dansen. De drijvende synths kondigden een nieuw nummer aan dat op hun aankomende album The Residence zal verschijnen. De futuristische intro bij Time, de sterke gitaren die gerust wat luider mochten in Lifehammer, ‘Let me out, set me free’ als openingszin van Ghosts… Ze lieten licht en duisternis voelen in hun nummers, de ondoorbreekbare keten van leven en dood. Leszek (Morph) die van schreeuwend rechtdoor rammend de nummers kon openrekken door te switchen naar pure vocals, vergezeld door elektro-synth-girl Kate: “We komen graag later nog eens naar jullie terug!”

Het leven kan rare wendingen nemen. In de jaren 90 mocht David Gedge zich samen met Mark E. Smith tot één van de vaste chouchous van John Peel rekenen. Zijn band The Wedding Present werd met recht en rede tot één van de uitvinders van het zogenaamde indiegenre gebombardeerd. Dertig jaar en wellicht evenveen personeelswissels later waren de Weddoes één van de openers in Amougies. Een vreemde eend in de bijt en ook al had de band als verwacht het niet eenvoudig om de tent te laten vollopen, zorgden ze toch voor de eerste adrenalinestootjes van de dag. Gedge speelde op veilig en bracht een soort van greatest hits-set. Nou ja, voor wie ze kende. We zagen her en der mensen springen op klassiekers als Brassneck of Kennedy, maar voor heel wat bezoekers leek het alsof ze voor de eerste keer een song van The Wedding Present hadden gehoord. Wie weet was dat ook zo. Zeggen dat The Wedding Present W-Fest ingepalmd heeft kunnen we niet, schrijven dat ze één van de betere (en vooral frissere, en dat ondanks de toch gezegende leeftijd!) acts in Amougies waren, doen we echter wel.

Dat ze op eenzelfde affiche met The Wedding Present en Chameleon Vox prijkten, stemde hen al gelukkig en Roza Parks speelde dan ook een zeer fijne set deze namiddag. Ze openden met Sound Of A City, meteen één van hun nummers die elektronisch sterk gedragen wordt en dus meteen beweging veroorzaakt. Met A Head Like a Fighter Plane Cockpit brachten ze een stevig staaltje gitaarrock, waarbij Markers perfect aansloot. Longshore Drift is ongetwijfeld een van onze favoriete nummers. Wanneer de heren meerstemmig gaan zingen, ontstaat er toch wat magie op het podium hoor! ‘I catch the stars…’ Toen we eerder al naar de betekenis van hun teksten vroegen, lieten ze weten dat ze die liever aan de interpretatie van de luisteraar overlieten. Bij Lookworst Veelpleger en ook Lgm zijn wij alvast benieuwd naar wat er in de hoofden om gaat. Met Cold Hungry and Dry werd afgesloten: een opzwepende drum, stevige gitaren die op een bepaald moment zonder scrupules of haperingen overgingen naar een stukje uit Transmission van Joy Division. Altijd ‘risky’ om een van de grootsten te willen coveren, maar hier gebeurde het gewoon! Als de drummer er in slaagde om zijn cimbaal en micro van het podium te laten trillen, dan wéét je gewoon dat hij het beste van zichzelf gaf en dat bevestigen wij graag! Hoewel deze mannen uit Peer soms eenvoudige gitaarrock leken te brengen zonder struikelblokken – rechttoe rechtaan – bezorgden ze ons geregeld een muzikaal oplawaai, met strakke drums, ruige gitaren en de vetste knipogen naar verschillende genres in de melancholische dark musicscene !

W-Fest mikte op de eerste dag ook duidelijk op wat er zich ontwikkelde over de taalgrens. Later op de dag zouden we de bij ons nauwelijks bekende Axel Bauer aan het werk zien, en op een vroeger uur was er Machiavel. In Vlaanderen bij de meesten geboekstaafd als een onehitwonder met Fly, maar in Wallonië toch één van de bands die voor eeuwig in de hersenpan staan gegrift als zijnde “legendarische Belpop”. Wie ook wel eens in de jaren 70 durft piepen weet dat Machiavel voor hun Belpopperiode vooral opviel door zijn progrock en wel eens als de Belgische variant van Genesis of Emerson, Lake And Palmer werd aanzien. De “herboren” Walen kozen donderdag voor een mix van beide. De band die begin dit jaar zijn zanger (Mario Guccio) verloor, geeft sinds kort de microfoon door aan drummer Marc Ysaÿe die in de oorspronkelijke bezetting zat. Machiavel bleek op W-Fest een net iets te vreemde zet te zijn: veel te progrock voor de 80’s-liefhebbers en veel te plat voor de zwarte meute. Niemand die het één van de twee kwalijk kon nemen, want Machiavel klonk als gevreesd veel te ongeïnspireerd om langer dan vijf minuten te boeien.

Het siert (ook al is dat waarschijnlijk net hun wapen) dat W-Fest op cultbands mikt die het “normale” circuit wel eens durft te vergeten. Parade Ground is daar zo één van. Heerlijk om te zien hoe een Schotse (!) fan ons met trots haar T-shirt kwam tonen en vertelde dat zij speciaal de oversteek had gemaakt om de broertjes Pauly aan het werk te zien. Noem ons voorspelbaar (soms zijn we dat ook!) maar Parade Ground schitterde op alle fronten. Juist, ook deze twee kunnen niet om de rimpels heen, maar ze tonen wel dat ze over een sound beschikken die verschillende generaties kan aanspreken. Synthpop met meer dan één hoek af en voor wie ze ooit al aan het werk zag. Een bevestiging dat Parade Ground iets doet wat anderen net iets te weinig doen: tot op het bot gaan. Voor de reguliere Parade Ground-fan werd het een courant optreden, voor de rest de “wow” van de dag. Klasse dus en één van de toppers van de dag, ofschoon we (ingenomen als we zijn) dit al lang wisten…

Het zal wel iets te maken hebben met de soundtrack die Wang Chung voor de copmovie To Live And Die In L.A. schreef, maar voor ons staat deze band ondanks hun Britse afkomst voor altijd bekend voor hun Amerikaanse FM-rock. Het publiek was duidelijk op zoek naar die twee hits (Everybody Have Fun Tonight en Dance Hall Days). De overige veertig minuten werden opgevuld met songs die wellicht alleen maar de band kent. Op die paar danspasjes na was het overduidelijk dat het eightiespubliek smachtte naar herkenningsmelodieën en maar weinig zin had in 80’s-songs die al decennia onder het vergaarde stof zijn gestikt. Wie kan hun ongelijk geven?

Dat Pro Patria verbaasd was hier te staan, was mooi! De dankbaarheid naar hun publiek toe was groots, maar andersom zeker evenzeer. De combattante dansstijl van zanger Peter Vercauteren slaat aan en wordt in de tent overgezet, gedragen door de harde beats in agressief klinkende nummers. De visuals en lyrics verwijzen vaak naar protest tegen agressie. Agressie door politie, agressie tegen vrouwen… Stop The Violence! H-Stronger Than You was een keiharde opener. Met nummers als Pray For Salvation en Quid Taces  brengen ze een metaalharde staal van EBM, gebracht door een trio dat er als band echt staat en dat is zéér straf, want ze hadden mekaar nooit eerder ontmoet voor dit optreden. Peter Vercauteren woont tegenwoordig in Italië en liet zich dus voor de gelegenheid bijstaan door Sebmer BlondWülf (van WÜLF7), die zorgde voor gedreven synths en Jérémie Venganza (van Super Dragon Punch) als enorm energieke drummer. In het publiek hoorden we dat men Pro Patria’s volgende optreden (met dezelfde mensen aan drum en synts) zeker niet willen missen (vrijdag 24/8 in Club B52 in Eernegem) en dat geldt voor ons wellicht ook, want dit was één van de hoogtepunten vandaag!

Roland Gift die door het afzeggen van de Men Without Hats in recordtempo werd opgetrommeld bewees in Amougies dat hij één van de weinige 80’s-sterren is die nog steeds over de stem van weleer beschikt. Net zoals dat ruim dertig jaar  geleden het geval was, is het een stem waar je voor valt of die je vriendelijk aan je voorbij laat gaan. Alle hits van de Fine Young Cannibals werden in het lang en het breed over de nostalgieboterham uitgesmeerd. Soms volgens de voorspelbare formule zoals Good Thing of She Drives Me Crazy, en dan weer compleet anders zoals de punkrockcover van The Buzzcocks (Ever Fallen In Love) die plots reggae werd. Wie uit was op 80’s-vertier had met Gift donderdag voor de allereerste keer beet.

Hun synths blijven die lekkere eigthies sound hebben en hiermee stond A Split-Second volledig op zijn plaats in Amougies! Hoewel ze evengoed tussen meer recente bands thuishoren, want hun geluid past zowel de van onder het stof gehaalde puntschoenen als de new rocks. Dat hun set ijzersterk was en het publiek laaiend enthousiast, maakte dit tot een hoogtepunt van de dag. Met Rigor MortisColosseum CrashFleshOn Command en Kiss Of Fury bliezen ze een lading ‘power’ de tent in. Zanger Marc Ickx’ podiumpresence werd schitterend belicht en naar het eind van het optreden toe droop het bloed alweer uit gitarist Djuro Ongena’s mond. Daverende synths, snerpende gitaren en ruwe vocals… Of je A Split-Second nu labelt als new wave, EBM of new beat, een ééndagsvlieg waren ze alvast niét!

Een Franstalige vriend wist ons te vertellen dat we de populariteit van deze Franzoos niet moesten overschatten. Dat doen we ook niet, maar ook al zagen we in het W-Festpubliek vele internationale kleuren, er waren toch maar weinig Fransen aanwezig. Wel veel Duitsers, zoals steeds. En die Axel Bauer dan? We moesten denken aan wijlen Johnny Halliday. Het is rock ’n roll, maar net niet genoeg om er het daags nadien nog over te hebben.

De Zweedse EBM-formatie rond Eskil Simonsson heeft het de laatste jaren niet gemakkelijk gehad. Het genre raakte in verval, zelfs in Duitsland waar Covenant het simpelweg jarenlang tot de hitparade wisten te schoppen, maar ook daar werd hun laatste cd The Blinding Dark lauw onthaald. Terecht, want waren ze vroeger vernieuwend dan moddert het trio gewoon aan met boenkeboenke-songs die net niet de middelmaat overschrijden. Het optreden op W-Fest werd gereanimeerd met onverwoestbare clubklassiekers. Een meer dan behoorlijk concert, maar dat neemt niet weg om te zeggen dat de band en dan vooral frontman Eskil Simonsson een groot deel van zijn vroegere charisma is kwijtgespeeld. Wie weet is dat wel de reden waarom we niets van het optreden zagen en het moesten stellen met een rookmachine in overdrive waar zelfs de Fields Of The Nephilim zouden voor passen…

Net zoals Gift dat eerder op de dag deed, was ook Midge Ure zo’n frontman die bewees dat hij eigenlijk best zonder zijn band kan. Net zoals hij dat in De Casino deed, koos Ure ook op W-Fest voor een set van Ultravox-songs, die ene Visage-hit die hem massa’s geld opbracht (Fade To Grey) en die ene solotrack die iedereen wel kent (If I Was). Ure gedroeg zich als een jukebox die deed wat het publiek van hem verwachtte, maar die stem (The Voice, ha!) is er nog steeds en hoewel vandaag de dag ondergewaardeerd, blijft Ultravox toch één van de 80’s-bands die mag stellen dat ze een resem onverwoestbare anthems op zijn actief heeft staan. Voor wie het donderdag hield op nostalgie vreten was Midge Ure met verve de man van de dag.

Het is al meer dan eens geschreven, maar in een eerlijke wereld zou Mark Burgess met zijn Chameleons op de tribune naast U2 moeten staan. De wereld werkt jammer genoeg niet volgens de radartjes van de logica en dus moet het postpunkicoon uit Manchester het stellen met een cultstatus. Onder de noemer Chameleons Vox toert de Brit met een wisselende bezetting al jaren de wereld rond met een bloemlezing uit de eerste drie Chameleons-albums. In Amougies werden we een uur lang ondergedompeld in een oase van melancholie en klasse-songs. Het geluid van The Chameleons ligt ondertussen al 40 jaar achter ons en toch slaagt Burgess erin om tijdloos te klinken. Smaken verschillen, maar wat ons betreft was dit het hoogtepunt van de dag en het enige wat deze band er moest voor doen was zichzelf zijn. Van Swamp Thing tot Singing Rule Britannia: stuk voor stuk songs die op het lijf geschreven zijn voor 80’s-fans die graag teruggrijpen naar de aantrekkingskracht van de weemoed.

De Duits-Amerikaanse vriendschap palmde als laatste het podium in en DAF deed zijn faam als grondlegger van die Elektronische Körpermusik alle eer aan. Ze openden dan ook met een van hun eerste hits – en wellicht nog steeds hun meest bekende – Der Mussolini. Ze staan energiek op het podium en Gabi Delgado-Lopez klinkt nog steeds krachtig. Het was overweldigend om te zien hoe Alle Gegen Alle de massa in de tent in eenzelfde bewegingsstroom deed golven. Seks Und Wasser blijft met zijn tantrische beat en lyrics een bijzonder effect hebben en brengt ons – misschien wel door een tekort aan waterrijke dranken op dit uur – in een zeer fijne bui. Muskel kreeg een drumbeat die aan bossanova deed denken en klonk harder en killer dan ooit. Knap! Dat ze ons zwarte volkje met een hele resem aan hits meenemen in nostalgie en tegelijk nog steeds een inspiratie zijn voor wie met techno bezig is…  DAF doet het!

Reviews geschreven door Didier Becu en Nel Mertens

Foto’s: (c) Karim Hamid

https://www.w-festival.com/en/

You may also like