Home Live STEVE WYNN & CHRIS CACAVAS Brussel, AB Club (01/11/2018)

STEVE WYNN & CHRIS CACAVAS Brussel, AB Club (01/11/2018)

by Mark Van Mullem

Donderdagavond 1 november 2018 stonden twee getalenteerde singersongwriters op het podium van de AB Club, behalve ‘architecten’ van de Amerikaanse indie en roots rock van de jaren negentig, ook twee goede vrienden.

Steve Wynn ken je ongetwijfeld als frontman van The Dream Syndicate. Chris Cacavas verdiende zijn sporen bij ondermeer Green On Red en Giant Sand en speelde ook op recentste plaat van The Dream Syndicate.
Dat zulke goede geloofsbrieven alleen maar een avond vol geweldige muziek kunnen opleveren, wisten we eigenlijk al, zeker sinds hun memorabele optreden in Mechelen, in 2011. Bring The Magic zat nu niét in de set, maar die magie was er wel.

Chris Cacavas kwam moederziel alleen op en vertelde ons dat hij eerst een paar eigen liedjes zou brengen “and then Steve will rock the house”. Niet meer dan zes liedjes had Cacavas nodig om het publiek in te pakken met diens warme stemgeluid en de donkere kortverhalen, vol beklemmende schoonheid, zo kunnen we zijn liedjes het best omschrijven. Zichzelf meestal begeleidend op de akoestische gitaar of op de keys tijdens een prachtig California (Into the Ocean). “Hier zal ik straks de hele tijd vertoeven, wanneer ik met Chris speel” verklapte Cacavas alvast. De akoestische blues van Better Days was bijzonder fraai, maar het waren met name nummers zoals Pale Blonde HellWho’s Your Whore en vooral Disappear die ons duchtig bij de keel grepen. “If you look I’m not around, well I’m here, but nowhere to be found, only six feet underground, and I can’t be found” klonk het in die laatstgenoemde donkere parel. Theorieën waarover dit gezongen verhaal dan wel mag gaan op een gele briefkaart graag…

Na de veel te korte set van Chris Cacavas, volgde een klein kwartiertje pauze, net genoeg om nog een biertje te halen. Steve Wynn wandelde achteloos en ontspannen het podium op. De man is dan ook ei zo na kind aan huis na diens vele doortochten met of zonder Dream Syndicate of Miracle 3.

Wynn omgorde de elektrische gitaar en opende bijzonder sterk met Anthem, in 1990 de afsluitende song van de plaat Kerosene Man, maar door die opbouw, van rustig naar catharsis, met al een eerste maal geniaal gitaargeweld, een ideale opener. En toen smeet Wynn al meteen een Dream Syndicate-klassieker in de set. Een bijzonder snedig Days of Wine and Roses was ons deel. We verhullen niet dat behalve die aha-erlebnis er van poging tot meezingen sprake was. Met het min of meer poppy Silver Lining werd dan wat gas teruggenomen.

Chris Cacavas verscheen opnieuw ten tonele, en wandelde meteen naar ‘zijn plekje’ achter de keyboards. Steve Wynn verwelkomde ook niet zonder enige trots, contrabassist Erik Van Loo op het podium, die het duo op slechts enkel optredens zou bijstaan, “voor het eerst vanavond in de AB”, aldus Wynn. Het trio zette vervolgens een bijzonder geïnspireerd Glide in, een nummer uit het jongste Dream Syndicate-album. De spacy keyboards van Cacavas klonken fenomenaal, en in fijne osmose met Wynn’s gulle broeierige gitaarklanken. “Wie heeft er percussie nodig, met zulke goede bassist, hij kan dat allemaal”, bejubelde Wynn contrabassist Erik Van Loo.

In My Midnight kon je voor het eerst die meerwaarde van die contrabas écht goed proeven. Cacavas speelde een geweldige orgelpartij. En hier viel ons nu nog veel duidelijker op, want niet voor het eerst natuurlijk, hoe zeer die stem van Steve Wynn ons toch aan die van de betreurde Lou Reed deed denken.

Steve Wynn en Chris Cacavas hielden een korte conversatie over bands die stoppen, maar dat eigenlijk officieel nooit doen. “Hoeveel ‘final shows’ van de Rolling Stones zag je al” vroeg Cacavas. Waarop Wynn uiteindelijk Think It Over inleidde, van een van zijn ex-bands dus, Gutterball.

Het knappe tongue-in-cheek poppy The Ambassador of Soul, de leuke sing-a-long Wait Until You Get To Know Me en South California Line, die hij voorzag van een heerlijk scheurende gitaarsolo, en de prachtige ballad Manhattan Fault Line uit Wynn’s rijke solo-repertoire volgden.

Steve Wynn wou kwijt dat Bridge over Troubled Water van Simon & Garfunkel volgens hem stiekem over heroïne gaat. Waarop het verhaal van zijn ontmoetingen met Paul Simon, die ook in Queens woont, volgde en hoe hij hem dat toch maar nooit gevraagd heeft. Wynn stelde ons gerust geen Paul Simon song te zullen spelen, al klonken er al goede suggesties in de zaal zoals 50 Ways To Leave Your Lover. “Zulks doe ik misschien wel eens met de volgende Dream Syndicate-show” beloofde Wynn. “Nu ga ik een nummer brengen van een ander grote mijnheer”. En een fraaie vertolking van Bob Dylan’s Blind Willie McTell volgde.

Na de lotgevallen van Willie McTell bracht het trio ons de haast vrolijke smeekbede aan Carolyn om dan de set te besluiten met een uitermate vitaal Amphetamine waarin Wynn opnieuw diens gitaar gul kon laten gieren en scheuren. Zalig!

Een optreden van Steve Wynn, zonder toegiften bestaat niet, ook niet wanneer de curfew angstvallig dichterbij komt. Dus kwamen Wynn, Cacavas en Van Loo snel terug om ons nog te verblijden met nog eens twee sterke Dream Syndicate-anthems, met name Merritville en Tell Me When It’s Over. Wynn kondigde ons nog een slaapliedje aan en zette There Will Come A Day dat erg minimalistisch gebracht werd, met het gewillige publiek als koor. Ongelooflijk knap!

En zo waren de heren toch nog zes minuten over de curfew gegaan, maar dit was zo’n avond dat je desnoods die laatste trein wel wou missen en je je plan dan wel zou trekken. Wanneer je klassebakken als Chris Cacavas en Steve Wynn in huis haalt, weet je dat het haast niet kan fout gaan. Dus als de vrienden nog eens samen toeren, niet twijfelen, ga dat zien. Ook wanneer The Dream Syndicate nog eens toert natuurlijk, iets waar Wynn op alludeerde, hou die concertkalender dus maar in de gaten…

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More