Sinds de opening van de Wintercircus Club organiseert viernulvier regelmatig interessante concerten die nieuwe manieren verkennen om muziek en andere media met elkaar te verbinden. Eén van die manieren is door videokunst te combineren met muziek die graag de grenzen opzoekt tussen avant-garde, klassiek, ambient en elektronische geluidscreatie.
Eind 2025 resulteerde dat in een onvergetelijke avond met de muzikale bijdrage van rt60field, Mattias De Craene en Alex Zhang Hungtai (Dirty Beaches) en de videografische strapatsen van Spacemakers (Rien Coorevits en Felix Ysenbaert).

En ook deze keer waren de Spacemakers van de partij om de 360° videoprojecties te verzorgen. Ze brachten een aquarium en een bord met een gekleurde, vloeibare substantie mee, een paar laptops en heel veel inspiratie. Het resultaat zou zowat 2 uur lang de wand van het wintercircus sieren terwijl Natasha Pirard en Roman Hiele hun ding deden.
Zoals dat gaat bij het soort muziek dat we te horen zouden krijgen, hadden de twee muzikanten niet zo gek veel ruimte nodig. Zowel Pirard als Hiele konden uit de voeten met een bescheiden keukentafeltje om hun spullen op te stallen. Al bouwde Natasha, net zoals tijdens de Nacht Van de Verbeelding opnieuw een flinterdun muurtje om zich heen met bandopnemer-tape. Geen live-looping deze keer, maar het geluid van een zingende merel stond er op de tape. Het herinnerde ons eraan dat de lente dra in het land zal zijn.
Enkele maanden geleden verscheen het nieuwste album van Pirard Fernande, Cécile, en het was logisch dat ze daar enkele nummers uit zou brengen, of toch fragmenten ervan. Natasha vertelde ons voor haar optreden dat er, om de volledige nummers te brengen, heel wat meer apparatuur nodig zou zijn en dat ze daarom het mogelijke inruilde voor het haalbare.
Uiteindelijk zouden Jardin des Fleurs, Dernière Visite en La Fin le Début tijdens de zowat 50 minuten durende set passeren. De nummers werden evenwel aangepast aan de stemming van de dag en de specifieke eigenschappen van de bijzondere ruimte waarin het concert plaatsvond.
Het virtuele tape-muurtje dat Natasha had opgebouwd, werd halverwege de set opgeborgen en ingeruild voor twee tape spoelen die in de tweede helft van de set op erg creatieve wijze werden gebruikt. Ook het met een boog aangestreken snaarinstrument was opnieuw van de partij. Door toevoeging van galm en echo evoceerden die strijkersklanken een gevoel van fragiliteit en alleenheid te midden van de drukke wereld waarin we ons dagelijks bewegen.
De videoprojecties evolueerden van onderwatertaferelen die soms meer dan een vleugje Georgia O’Keeffe vibes uitstraalden (zie beeld hierboven), tot abstracte beelden die zich tussen een sterrenhemel en microscopische beelden van reproductieve cellen bewogen. Het geheel werkte ook nu weer prima en de twee – muziek en video – vulden elkaar mooi aan, zonder dat het visuele, het auditieve overschreeuwde.
Ook de ruimtelijke voetafdruk van Roman Hiele bleef beperkt, al had hij een extra bijzettafeltje meegebracht om nog een snaarinstrument op te leggen. Hiele doet het vooral met elektronica, snaarinstrumenten en zijn stem. Hij creëert een klankenwereld die, veel meer dan bij Pirard, al eens durft schuren en wringen en dat zou vanavond niet anders zijn. Ook hij bracht recent een nieuw album uit, Emo Inhaler, waarop hij de ondersteuning krijgt van Clodagh Kinsella, Joachim Badenhorst en Indre Jurgeleviciūtė. Ze waren er niet bij en hij zou het in zijn eentje doen.
De set begon met geluiden die werden voortgebracht door een klein rood bakje (een radiootje?) dat op een snaarinstrument werd gelegd zodat de trillingen van het toestel opgevangen werden door de snaren van het instrument. De aldus geproduceerde geluiden wekten onze nieuwsgierigheid naar wat er nog zou komen.
Improvisatie vormt een belangrijk onderdeel van de live set van Hiele en dat was nu niet anders, hoewel een deel van de muziek afgespeeld wordt vanop een laptop. Eens de viool ter hand genomen kon het schuren en wringen een aanvang nemen. Waar Hiele op zijn platen min of meer behapbare, zij het soms erg abstracte klanklandschappen creëert, nam het atonale, het tegendraadse regelmatig de bovenhand. Dat gebeurt af en toe ook op zijn platen, bijvoorbeeld tijdens Nog Molletje, maar de subtiele dosering aldaar houdt de boel wat in evenwicht. Live leek dat minder het geval en in het middelste deel van de set was Hiele ons toch even kwijt. Het moet zijn dat er treinen gehaald moesten worden, want ook een deel van het publiek druppelde toen de deur uit.
Gelukkig brachten de laatste tien minuten soelaas en leek Hiele zichzelf terug te vinden. Onder begeleiding van de laptop nam hij de microfoon ter hand. Er werd gefloten en geknord (Druiven), gesproken en gezongen in Nederlands, Frans en Engels waarbij de boodschap er nu niet bepaald een was van uitzinnige vreugde. Een teken van de tijd wellicht. Droefenis was altijd al interessanter dan vreugde (waarom is dat eigenlijk zo?).
En zo zat de avond er alweer op. We kregen een kleine twee uur muziek van twee compleet verschillende artiesten. De zachte muzikale balsem van Natasha Pirard werd gecounterd door de soms erg bijtende klanken van Hieles viool. Boeiend bleef het echter tot de laatste minuut.
We sluiten graag nog even af met een bedenking. De Spaanse kunstenares die naast ons had plaatsgenomen tijdens het concert, herinnerde ons eraan hoe blij we eigenlijk mogen zijn dat er in dit land plaats is voor dit soort muziek en dat dat helemaal niet zo evident is als we soms denken. En ze heeft helemaal gelijk, laten we die keuzevrijheid daarom blijven koesteren. Het is iets wat we hier, op deze website, elke dag trachten te doen. Amen!