Niets beter op een winderige grijze mei-dinsdag dan af te zakken naar het bastion Klub9030 onder de auspiciën van Scratch ’n Snuff. Drie artiesten hebben daar in de vorm van een voorprogramma en een hoofdact amok gemaakt voor minstens het drievoud. Wat je nodig had als concertganger? Een spoedcursus Japans en goeie oordopjes. Welke sushi Ollie Bostoen geserveerd heeft horen we je vragen? Twee kleine Japanse meiden die luisteren naar de naam Hyper Gal speelden de laatste herinneringen aan Klub9030 als kerkgebouw aan flarden. Zangeres Koharu Ishada en de redelijk verbluffende drumster Kurumi Kadoya brachten zotte noise uit Osaka.

Opwarmen deden we met de al even magistrale gensters producerende Brusselse olympische drummer David Temprano, jawel die van Cere, The Bernadette Maries en sinds kort ook van La Jungle. Onnodig nog verder te onderlijnen wat voor een begenadigd ritmische drummer hij is. We werden meteen opgeslokt in zijn universum dat felle drums met hyperkinetische elektronica vermengt. We waanden ons in de Boiler Room want nog nooit klonken drums zo techno. Op zijn album Brut heeft hij dat al met overtuiging gedemonstreerd. Drummen doet hij als een bezetene, en dat impliceert een waaier die waait van zachtaardig strelen tot wild meppen aan een gabbertempo. Niet te verwonderen dat Temprano een t-shirt van een schrikwekkende Noorse blackmetalband droeg, met name Gorgoroth.
De startbasis van een Temprano-song is steevast de backing noise-track die hij gehurkt – met de rug naar het publiek – aanstuurt door wat drone geluiden in een krakende loop te gooien. Er is een heel grote gelijklopende muzikale benadering tussen Hyper Gal en Landrose.
Brian Chippendale van Lightning Bolt als referentiekader schetsen is niet zo vergezocht, dat zal het duo van La Jungle ook gedacht hebben toen David bij hen werd gerekruteerd. Meermaals maakte hij met bedachtzame armbewegingen duidelijk dat hij het publiek bijna tot op zijn basdrum wilde zien staan. Jasje en muts gingen snel aan de kant en als de backing track de achtergrond vormde, dan kwam zijn meedogenloos drumspel de voorgrond uittekenen.
De grote trommel was van geen tel, het is drummen op een bijna Mobyaanse techno waarbij de pedaal van de basdrum een hoog hels ritme aangaf en hij de schelle cimbalen als extra pigment gebruikte. Af en toe maakte hij een toertje rond het drumstel om een soort van mentale opnaaisessie te begeleiden.
Brut is niet zomaar gekozen, zijn nummers klinken steevast brutaal maar maakten ook in Drongen een grote indruk. Gemakkelijk klonk zijn set nooit, geen landrozen zonder doornen. Desalniettemin tekende hij opnieuw voor een indrukwekkende tour de force.
Hyper Gal deed nadien in grote mate hetzelfde. De twee kwamen Our Hyper voorstellen, de indringende opvolger van debuutplaat After Image. De stem van Koharu – typisch Japans met het klankpatroon van een mondige kleuter – wendde ook deze keer snel en we konden dit wel appreciëren. Een paar concertgangers vonden het echter eerder monotoon klinken. Hier valt natuurlijk ook wel iets voor te zeggen. Hoe dan ook is het de opvallend kortharige Kurumi Kadoya die de blikken ving. Twee jaar geleden was haar kapsel lang golvend blond, nu is ze kortgeschoren. Op de grote drumtrommel lag een sampler keyboard waaruit ze vaak geflipte begeleidende noise puurde die meestal als startbasis fungeerde voor een song. De noise werd door Kurumi in een loop gedraaid.
Wat ons betreft maakte ze nog meer indruk dan David. Ze slaagde er steevast in om binnen een halve seconde beide cimbalen en de kleine trommel aan te vallen met duizelingwekkende precisie. Nummer na nummer ging dat tempo de hoogte in, wat Koharu ook steeds meer gejaagder en bezielder deed klinken aan haar microfoon. Beide broekspijpen waren met elkaar verbonden, vraag ons niet waarom. Het is best entertainend om beide dames bezig te zien want Kurumi hield haar hoofd een set lang lichtjes schuin waardoor het leek alsof ze een denkbeeldige gsm klemde tussen kin en schouderblad. Het nam met onze verbeelding een loopje want we zagen haar plots met een vlijmscherp keukenmes peterselie fijnhakken terwijl Koharu het menu aan ijltempo voorlas.
Dergelijke behendigheid zien doet onze broek wel eens afzakken. Bij Kurumi was haar broek zelfs regelrecht aan flarden gescheurd. Voor het overige mepte ze vooral de cimbalen aan gort hoewel ze rondkeek met een gemak alsof ze de kruimels uit een keukenhanddoek schudde.
Op de kleine trommel legde ze tijdens het laatste nummer haar voet. Het zorgde voor een doffere klank maar onderstreepte vooral de Olympische behendigheid die ze als drumster drie kwartier lang uitgebreid liet bewonderen. Dat was een beetje waarvoor we waren gekomen want we zagen twee drummers aan het werk waarvoor het bijna drummen was om op de eerste rij te kunnen toekijken en een wow-kreet nauwelijks te kunnen onderdrukken. Het staat bovendien op de linkerarm van Kurumi getatoeëerd: “Good vibes only”. De avond werd feestelijk afgesloten rond Ollies toog met een vijver vol oesters uit Frankrijk. Je moest erbij zijn om het te geloven! K’oester’en maar, dit soort avondjes.