Home Belgisch THE MACHINES (JORIS ANGENON)

THE MACHINES (JORIS ANGENON)

by Didier Becu

Tegenwoordig doet hij zijn ding bij de legendarische reggae-, skaband Skyblasters, maar in de jaren 80 was Joris Angenon ontegensprekelijk verbonden met The Machines, één van de allereerste bands die het Belpop-etiket kregen. Joris blikt via een babbel met ons terug op de mooie geschiedenis van één van de beste Belgische bands ooit. Let’s go back in time!

The Machines behoren tot het verleden, maar als je er nu naar luistert blijkt het toch een band te zijn die meer dan goed de tand des tijds heeft overleefd. Hoe zie jezelf de muziek van toen?
Onze leuze was altijd: Pure pop for now people!

Ontegensprekelijk zijn jullie verbonden met de term Belpop. Een term die ook ergens de grenzen sluit, want jullie hadden een vrij internationaal geluid. Zie jij The Machines zelf als Belpop?
Uiteraard Belpop, wij waren de pioniers samen met The Kids, Luna Twist en De Kreuners. We bewezen dat er niet alleen in Engeland stevig gerockt werd maar dat dit hier in België ook het geval was.

Ik las ergens dat de eerste naam Nestormartin was, maar deze naam werd gauw omgewisseld voor The Machines. Hoe zijn jullie daarop gekomen?
Aangezien Nestormartin een merknaam was dienden we onze naam te veranderen. Toevallig, op een avond bij Paul, bladerden we door een Brits schoolboek: “A world of Machines” en we besloten samen dat The Machines wel een leuke naam zou zijn. In die tijd veranderde onze muziek ook van new wave naar pure pop.

1980 was jullie jaar hé… Het winnen van de Rock Rally. De concurrentie was niet niets, hoe gingen jullie daarmee om, want in 1980 had de Humo het nog voor het zeggen! Hoe reageerden de andere bands op jullie overwinning?
Sommige bands deden heel negatief tegenover ons, Willy Willy was wel één van de eerste muzikanten die ons kwam feliciteren, Ludo Mariman was al fan van ons tijdens de preselectie in Gent.

Meteen zaten jullie bij een major, EMI dan nog… en Money In My Wallet werd een hit. Een song met ballen, maar je hoorde meteen dat The Machines ook een band was die zou gaan voor de perfecte poprocksong. Was er een bepaald plan, of volgden jullie gewoon de weg van de rock-’n-roll?
Het ging eigenlijk heel natuurlijk, eerst werkten we met Jean-Marie Aerts als producer en vanaf Frozen Faces klikte het enorm goed met producer Sylvain Vanholme: de ideale man voor wat popmuziek betreft. Hij producete toen ook The Kids.

Jullie stonden ook op de compilatie Get Sprouts. Een plaat die je nu, mits wat geluk, op iedere rommelmarkt kan treffen, maar mensen vergeten vaak dat deze lp een deur was voor vele mensen naar onbekende Belgische sounds. Hoe belangrijk was die ASLK-plaat voor jullie?
Die plaat was enorm belangrijk voor veel bands en daar ging ook een hele tournee aan vast, alsook belangrijke promotie via radio en tv.

Zo wat rond hetzelfde tijdstip had je Gust De Coster met Vrijaf. Een zeer belangrijk programma voor Belgische bands, ook voor The Machines neem ik aan?
Ja inderdaad, Gust was de popkenner bij uitstek en was ook altijd te zien op de concerten van Belgische bands. Zijn programma heeft vele groepen een boost gegeven, het was ook een springplank voor veel bands.

Na twee singles hadden we jullie debuut met die legendarische hoes van Bob De Moor. Wiens idee was dat?
De hoes was een idee van Paul die een enorme Kuifje-fan was en Bob De Moor werkte voor studio Hergé.

Een ander aspect was natuurlijk dat jullie die hebben opgenomen in de Abbey Road Studios. Hoe voelde dat aan, Belgische jonkies die zo maar eventjes in die fameuze studio hun ding mochten doen?
Via Sylvain en EMI mochten we in Abbey Road gaan opnemen, een jeugddroom die in vervulling ging. We moesten wel ’s nachts opnemen, dit om de kosten te drukken want de dagprijzen aldaar waren niet te betalen toen.

Voor zover ik weet hebben The Machines geen internationale carrière gehad. Was het niet zo dat, doordat EMI jullie in de Abbey Road-studios had gezet, dat EMI daar ook ergens op hoopte?
Ergens hoopten we stiekem dat er in de UK  interesse zou komen voor The machines, helaas schermde men de Britse markt volledig af. Toen was er totaal geen aandacht voor bands van het Europese vasteland.

Ik neem aan dat er in jullie privé-archief zo’n foto moet bestaan dat The Machines over dat fameuze zebrapad liepen?
Ja die moet wel ergens bestaan, maar daarvoor zou ik hele dozen met foto’s moeten uitvlooien.

De plaat deed het vrij goed en plots vond iedereen: “ach die Machines zijn de Vlaamse Beatles”. Waren jullie daar blij mee met die vergelijking?
Ja daar waren we heel fier op, terecht denk ik.

…maar op de opvolger Dots And Dashes hebben jullie daar dan weer brandhout van gemaakt. Een compleet andere stijl. Bewust?
Tijdens Dots And Dashes werkten we ook samen met een andere producer: Herwig Duchateau, de drummer van Scooter, we kozen ook voor een andere muzikale richting, kwestie van jezelf te vernieuwen.

Een moeilijke plaat werd het die Dots And Dashes, zowel bij het publiek als bij de pers. Jullie zagen de bui toen al hangen?
Ja in die tijd begonnen platenfirma’s af te haken en de rage van Belpop was een beetje op de terugweg. Ook was er de plotselinge opkomst van de synthesizerpop en die deed gitaargroepen in de schaduw belanden.

Achteraf gezien een zeer moedige plaat, want hadden jullie gewoon blijven voortborduren op de sound van jullie eerste dan hadden jullie waarschijnlijk een langere carrière gehad. Nooit spijt van gehad?
Neen, daar hebben we nooit spijt van gehad.

Na Dots And Dashes kwamen er nog een paar singles, om uiteindelijk te stranden met Jungle! in 1989. Waarom liet die derde plaat zo lang op zich wachten?
In die tijd waren er enkele personeelswissels. Barry Mc Neece kwam erbij als bassist en Jeroen Ravesloot als toetsenman, verder zou Paul zijn eerste poging ondernemen als producer dus ging dit gepaard met veel voorbereiding en repetities en nieuwe geluiden.

Achteraf bekeken leken The Machines wel op een 80’s-band die nooit een 80’s-sound heeft gehad. Eerder tijdloos. Juist?
Heel juist, eerder tijdloos want we worden nog altijd veel gedraaid.

Wat is jouw mooiste herinnering aan The Machines?
Teveel om op te noemen, zeker de Rock Rally en Abbey Road alsook de talrijke festivals, meestal in België, maar ook enkele in Nederland.

Zowat iedere band ter wereld heeft een comeback gekend. The Machines nooit, is daar nooit sprake van geweest? 
Aangezien iedereen muziek is blijven spelen is er nooit echt sprake geweest van een reünie. 

Na de split ging ieder zijn weg, hadden jullie nog contact met elkaar?
Wij hadden nog altijd een goed contact met elkaar, veel praten over muziek en nieuwe dingen beluisteren.

Joris, jij ging bij de Dinky Toys, een band die in alle opzichten verschilde van The Machines. Hoe was dat voor jou om voor een tweede keer in de maffe draaimolen van het succes te worden gegooid?
Na The Machines heeft PDW me gevraagd om gitarist te worden bij Skyblasters, en in de jaren 90 speelde ik bij The Dinky Toys. Het was heel leuk om eens in een glittergroep te spelen. Onderschat dit niet, want dat was alle dagen de baan op, jaren aan een stuk: concerten, tv, radio. Nu treed ik nog altijd op met de Skyblasters.

Kan je The Machines in één zin omschrijven hoe we ze ons moeten herinneren?
Pure pop for Belgian people!

You may also like

This website uses cookies to improve your experience. We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Accept Read More